Index

Terug naar KisumuKroniek.nl

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Hans Kroniek 11 - 24 december 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Op de eerste plaats dank aan al degenen van jullie die mij gefeliciteerd hebben met mijn verjaardag op de 16e December. Waar blijft de tijd! Nog een paar maand en ik zit hier al weer drie jaar. Jullie goede wensen hebben hun uitwerking niet gemist, want ik geniet van elke dag, al moet ik steeds meer achterwege laten. Ik ben begonnen mijzelf te vergelijken met een ruimteraket. Hoe verder die vliegt, hoe meer onderdelen hij moet loslaten. En waar hij uiteindelijk terechtkomt blijft een grote vraag. Sommige raketten verdwijnen gewoon in een of andere dampkring; andere gaan naar de maan. Weer andere blijven rondcirkelen als onderdeel van het menselijk communicatie-systeem. Ik ben benieuwd.

Laten we verder gaan met onze Afrikaanse lessen. In mijn laatste brief heb ik er op gewezen dat Keniaanse baby's vanaf hun begin meedoen aan de grote mensenwereld. Dat betekent onder andere dat er geen vaste kinderbedtijd is. Kinderbedtijd in Kenia is: wanneer de kinderen slaap krijgen. Het betekent ook dat kinderen mogen "opblijven" wanneer er 's avonds iets leuks is, feest of bezoek. De kinderen zitten dan wel ergens in een hoekje bij elkaar. Dat is best belangrijk voor kinderen. Zo leren ze hoe je je in een groep moet gedragen; iets, dat Nederlandse kinderen vaak niet weten. En ze leren ook dat de groep niet hun vijand is; ik denk dat dat de reden is waarom die Afrikaanse kinderen later wanneer ze groot zijn, veel minder plankenkoorts hebben dan Nederlanders. Ook krijgen ze door de gesprekken en de verhalen een kijk op wat er aan de hand is in de grote mensenwereld; dat is iets dat kinderen op school niet leren.

Ook is het fijn te weten dat je in gezelschap van anderen veilig in slaap kunt vallen; dat is een waardevolle les. Ik kan me herinneren hoe akelig het was om als klein kind eenzaam in een donkere slaapkamer te moeten liggen. Sommige kinderen waren dan bang voor monsters onder hun bed. Nou lagen in die tijd kinderen vaak met broertjes en zusjes in een bed, en dat scheelde al weer. Ook kreeg je van vader en moeder de verzekering dat je niet bang hoefde te zijn voor monsters of boeven of brand, want Onze Lieve Heertje hield altijd een oogje op je, en bovendien had hij je een engelbewaarder gegeven. Kennen jullie dat versje nog: "Als ik 's avonds slapen ga,/ volgen mij veertien engeltjes na./ Twee aan mijn linkerzij, twee aan mijn rechterzij,/ twee aan mijn hoofdeind en twee aan mijn voeteneind,/ twee die mij dekken en twee die mij wekken,/ en twee die mij wijzen naar de hemelse paradijzen." Ik vraag me af of ouders hun kinderen dit nog leren; zo niet, wat dan wel? Mobieltje?

Het is bijna Kerstmis, want iedereen begint rond te lopen met een rode puntmuts op. En ik hoor ook op de TV dat het kerstmannetje ons leert dat wij goed moeten zijn voor elkaar. Nou, OK hoor. En dat wij , als wij ons goed gedragen, de kadootjes zullen krijgen waarmee zijn rendierslee gevuld is.

Moet ik jullie nu ook een Zalig Winterfeest toewensen? Dan toch liever maar een ouderwets Zalig Kerstfeest, en dat het Kerstkindje ons mag leren dat wij, hoe arm we ook zijn, door onderlinge genegenheid mekaar een mooi Nieuw Jaar kunnen bezorgen.

Hans Burgman

Hans Kroniek 10 - 31 oktober 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Wat hebben we weer een mooie Vriendendag gehad op 3 oktober. Verschillende mensen die dit jaar op bezoek zijn geweest in Pandipieri gaven nu een enthousiast verslag van hun ondervindingen. Daarbij stond onze kunstschool in het centrum van de belangstelling. De bezoekers hadden gelogeerd bij Afrikaanse families, en ook meegedaan met een sponsorwandeling in de heuvels ten noorden van Kisumu. Het is duidelijk dat dit voor onze vrienden een unieke ervaring was.

De plastische chirurg heeft het werk aan mijn gezicht voorlopig afgesloten. Binnenkort zal ik horen of het hem gelukt is alle woekercellen weg te nemen. Volgens wat men in mijn omgeving zegt is mijn gelaat er niet op achteruitgegaan. De actie om onze Afrikaanse vriendin Molly te helpen bij de behandeling van haar invalide been heeft een prachtig resultaat gehad. De giften die velen van jullie hebben bijgedragen zijn voldoende om haar medische behandeling te bekostigen. Hartelijk dank!

Nu moet ik verder gaan met de lessen die Afrikaanse moeders ons kunnen leren. In mijn vorige kroniek heb ik betoogd dat zij hun baby'tjes al voor de geboorte aan het sociale leven laten meedoen. De ervaringen van de nieuw geborenen sluiten daardoor mooi aan bij hun prenatale ervaringen: ze herkennen geluiden en bewegingen. Dit werd deze dagen bevestigd op TV; men presenteerde dit als een nieuwe ontdekking. De Afrikaanse baby's mogen allang aan alles meedoen en geven commentaar over hoe het hun bevalt. Ik voel dat Europese baby'tjes in eenzaamheid worden opgesloten. Iemand die in West Afrika had gewerkt bevestigde dit met dit verhaaltje. Toen zij een kindje had gekregen legde zij het in een apart kamertje. Een Afrikaanse vriend die dit zag, zei met afschuw: "Quel solitude!" Vorige week sprak een TV-psycholoog met een jonge moeder over haar huilbaby. We zagen alleen de radeloze moeder. Ik had de neiging om te zeggen: "Vind je het gek?" In Afrika zou men daar het kindje bij vertoond hebben en gekeken hoe de moeder er mee omging.

Onlangs zag ik een programma over eenzaamheid. Daar werd beweerd dat in Nederland de helft van alle oude mensen lijden aan eenzaamheid. Een flink aantal jonge mensen ook; en niemand wist wat er aan te doen. Mij bekroop het gevoel dat bij veel mensen het lijden aan eenzaamheid terug te voeren is naar hun ervaringen als baby'tjes. Quel solitude! Vanaf het begin is hun duidelijk gemaakt dat ze er niet bij horen. En daar zijn ze nooit overheen gekomen. Integendeel, het is in de loop der jaren aangedikt. Elke dag hoor ik op de TV: het kind heeft zijn eigen wereld, met zijn eigen waarden, en zijn eigen zorgen. Het isolement wordt nog versterkt met beweringen dat menselijk geluk bestaat in het voldoen aan eigen eisen en verlangens, en niet aan goede relaties.

Als therapie zou ik alle Nederlandse moeders aanraden hun baby'tjes twee jaar lang op de rug en op de heup te dragen. Weg met de kinderwagens. Kijk naar Afrika. Overal zie je daar gedragen baby'tjes: in de bussen, in de treinen, op de markten, in de winkels, bij feesten en herdenkingen, in kantoren en klaslokalen, in kerken en bij vergaderingen. Moeilijk? Ja, het is iets dat je moet leren. Goed vooroverbuigen, het kindje voorzichtig op je rug slingeren, een grote doek eroverheen, en dan de uiteinden voor je buik samenknopen. Ga je zitten, doe dan de baby op je arm of op je knie. Moet je aan een bureau werken, leg de baby dan op een doek naast je op de grond of in een hoekje van de kamer. Ik zie jullie ervaringen met nieuwsgierigheid tegemoet.

Heel veel groeten. En tot de volgende brief.

Hans Burgman

Hans Kroniek 9 - 30 september 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Allemaal,

Veel groeten uit Oosterbeek. Momenteel loop ik met wat pleisters op mijn gezicht, dank zij de dermatoloog die de strijd aanbindt met mijn huidkanker, waar ik een abonnement op schijn te hebben. Hij geeft nu het stokje door aan de plastische chirurg. Ik hoop dat jullie mij na afloop nog zullen herkennen.

Laat ik doorgaan met mijn Keniaanse lessen. Ik was gebleven bij de baby's. Daar opent zich een grote wereld. Want de nieuwe kindertjes horen vanaf hun geboorte bij de Afrikaanse gemeenschap. Bezoekers kondigen zich bij de nieuwe moeder aan met de woorden: "Ik kom voor je zingen". De bezoekers mogen het kindje even vasthouden en er gunstig commentaar op geven. Daarna gaat de moeder het kindje de borst geven. En iedereen is blij, en vindt dat de wereld toch wel goed in elkaar zit. Overdag legt de moeder de baby niet in een bedje, maar draagt het bij zich. Het kindje slaapt door alles heen, en als het zijn oogjes open doet ziet het voor zich een kant en klare borst waar heerlijke melk uit komt. Een van de eerste dingen die het kindje voelt is de ronde moederborst. Er zijn psychologen die denken dat een mens daarom zo graag met een bal speelt; sommigen met een voetbal, anderen met een tennisbal. Traditioneel heeft die borst ook weinig erotische uitstraling; vandaar dat een moeder in het openbaar borstvoeding kan geven. Daar komt wel een beetje verandering in, want Keniaanse moeders zien Europese dames dat niet doen, en ze vragen zich daarom af of ze hen niet moeten navolgen. Jammer. De moeder kan het kindje overal mee naar toenemen. Ik herinner me hoe onze Mary in een restaurant haar baby als een servet over haar schoot had gelegd. De kindertjes huilen dan ook niet in het openbaar, want ze mogen er bij zijn, en als ze een kikje geven krijgen ze de borst. Ik herinner me een Nederlandse moeder in Kisumu die een Keniaans dienstmeisje had; telkens wanneer de Nederlandse baby begon te huilen kwam het dienstertje bij haar en zei verwijtend: "Mevrouw, uw kindje huilt." En moeder voelde zich schuldig. Daar kwam nog bij dat wanneer het meisje de baby oppakte, het kindje meteen stil werd, terwijl het in de armen van de moeder maar door bleef krijsen. Alsof het meisje ergens een knopje wist te zitten. Tja. Wanneer ze wakker waren keken de kleine kindertjes meestal met nieuwsgierige blik vanaf hun moeders armen naar alles en iedereen om hen heen. Daarmee hadden ze dan toch wel een voorsprong op veel Nederlandse baby's.

Hopelijk denken velen van jullie aan onze komende Pandipieri vriendendag op zondag 13 oktober.

Locatie: Filmhuis Oosterbeek, Weverstraat 85 Oosterbeek. Tijd : van 12.00 tot 16.30. Aanmelding pandivrienden@gmail.com (i.v.m. de catering vermelden of je gebruik maakt van de Afrikaanse lunch).

Tot slot veel groeten nogmaals, en tot ziens op zondag.

Hans Burgman

Hans Kroniek 8 - 31 augustus 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Mag ik beginnen met een woord van dank aan mijn vriend die al jarenlang mijn kronieken aan jullie stuurt: Frits Walraven uit Amersfoort. Frits en zijn vrouw Perus zijn oude vrienden die elkaar in Kenia door Pandipieri hebben leren kennen. Ik noem hun naam vandaag omdat Frits mij bij de laatste Kroniek herinnerde aan het feit dat deze brief verzonden wordt aan 289 mensen, wier namen hij opsomde. Bij het lezen van al die namen gingen mij jaren en jaren aan mijn geestesoog voorbij. Ik vroeg mij met verbazing af: zouden die allemaal nog wel eens aan mij denken? Laat ik maar denken van wel, indachtig een woord dat ik onlangs las: "De herinnering slaat een brug tussen werkelijkheid en fantasie". Te mooi om niet waar te zijn. Maar nogmaals, dank je, Frits.

Voor wie zich afvraagt hoe het met mij gaat, het volgende. Sinds 1 mei 2017 ben ik terug in Nederland, aangetast door de ziekte van Parkinson, die mij het lopen onmogelijk maakt. Ter vervanging heb ik twee krukken, een rollator, een scootmobiel en een groot aantal dierbare familieleden en vrienden. Het mooie van Parkinson is dat het niet zeer doet; daar komt dan nog bij dat je de dingen die je niet meer kunt, ook niet meer moet willen doen. Dan blijven er nog een heleboel dingen over waardoor ik kan zeggen dat het goed met me gaat. Ik woon hier in Oosterbeek in ons verzorgingshuis op een prachtige kamer en wordt door warme zorg omringd. Ik mis Kisumu zeer, maar onderhoud veel mooie contacten. Met het werk dat we sinds 1977 in Pandipieri hebben opgebouwd gaat het heel goed: een zestigtal werkers houdt een groot aantal sociale projecten in de volksbuurten gaande. Mede dank zij de steun van diversen van jullie.

Nou, waar was ik gebleven met mijn Afrikaanse lessen. Ik heb het gehad over begroeten. Laat ik nu eens beginnen met het omgaan met kinderen. Dat is een uitgebreid onderwerp. Je zou kunnen beginnen met de ongeboren foetus; maar de gebruiken bij zwangerschap zijn enerzijds te talrijk en onbekend aan mij, en anderzijds zijn die gebruiken vaak zo plaatselijk dat ze anderen vreemd voorkomen. Hetzelfde geldt voor geboorte. Wel is mij opgevallen hoe taai de moeders in Afrika waren. Ik heb eens ooit een moeder langs de weg geholpen 's nachts, en toen ze met de nieuwe baby in haar arm met andere vrouwen naar huis liep kon je aan het lopen niet zien wie van hen de nieuwe moeder was. Ook viel het mij op dat babies ongeveer 24 uur per dag tegen het lijf van de moeder aan lagen: een soort uitwendige zwangerschap waarbij de positie ongeveer 15 centimeter verschilde van de inwendige zwangerschap. Zodoende maakte de baby hetzelfde aan beweging en geluid mee als voor de geboorte. Goed voor de baby, denk ik: de ervaringen van na de geboorte sluiten dan mooi aan bij die van voor de geboorte.

Nu even iets heel anders. Verschillende van jullie kunnen zich waarschijnlijk Molly nog wel herinneren, ook wel Milly-Molly genaamd. Zij is een aardige jongedame uit Kisumu die met twee krukken loopt vanwege lang geleden opgedane kinderverlamming. Een 15 jaar geleden is zij twee maanden hier in Nederland geweest. In Kisumu is zij sinds jaren een zeer toegewijde medewerkster, vooral in zaken die bezoekers betreffen. Onlangs liet zij mij weten dat haar kreupele been weer zozeer verslechterd is dat zij een nieuwe operatie nodig heeft. Probleem is dat zij, zoals de meesten in Kenia, daarvoor niet verzekerd is. Zij zal dus de operatie zelf moeten betalen. Daarvoor doet zij nu een beroep op de vele vrienden die zij ooit ontmoet heeft. Ik wil jullie dus graag aanmoedigen om haar met een eenmalige donatie te helpen. Geld kan gestuurd worden aan mij, en dan zorg ik er wel voor dat het bij haar terecht komt. Het makkelijkste is het om het via de bankrekening zo te sturen:

aan Hans Burgman voor Molly

zakelijke rekening 1066957

IBAN: NL52 INGB 0001 0669 57

T.n.v. Missieprocure van Mill Hill/Missiehuis; Johannahoeve 4; 6861 WJ Oosterbeek

Tot slot mijn verjaardagsmemories voor de maand augustus:

4: Vera; 5: Moeder(+);6: Mies Sweere, Astrid Simons,; 7: Auke Gebbing, Marianne Ehren; 8: Bert; 9: Marijke Ahne; 11: Evelien; 18: Marijke Strang; 20: Anita; 22: Marie Jose; 24 trouwdag Sandra en Dick; 29: Anki Strang; 30: Thijs; 31: Nicole Peeters.

Eigenlijk zou het logischer zijn om de komende hoogtijdagen te benoemen; hier is dan september.

3: Jeroen; 7: Marty Gieskes; 8: Anouk; 9: Rogier; 12: Mart; 13: Eugene; 14: Roeland, trouwdag Vader en Moeder 1925; 18: Marianne Kester(+); 19: Alwine en Henriette; 24: Jan v.d.Mond; 27: trouwdag Christiane en Hans. Allemaal van harte proficiat.

Tot de volgende keer.

Hans Burgman

Hans Kroniek 7 - 31 juli 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Groeten uit Oosterbeek met het Kisumuweer.

Het afgelopen weekend waren we met 12 mensen van de Nederlandse Vrienden van Pandipieri in het Duitse dorp Kerzell waar het jaarlijkse Kisumu-feest plaatsvond. Twee feesten hebben ze daar ieder jaar om ons werk te ondersteunen: rond Kerstmis verkopen zij kerstbomen en eind juli is er een groot dorpsfeest waar iedereen drank en plaatselijk gemaakte maaltijden kan kopen met veel hoempa en feestgedruis en informatie over onze programma's. Het was weer een geweldig succes.

In mijn vorige brief heb ik jullie aangeraden om enkele Afrikaanse gebruiken rond de tafel aan te nemen: vooral het wassen van de handen voor en na het eten; heeft iemand al geprobeerd om een warme maaltijd met de blote handen op te eten?

Om nog even aan tafel te blijven, wanneer in Kenia iemand aan het eten is moet je hem nooit begroeten, maar hem eerst rustig af laten eten.

Ook op het punt van begroeten is er wel iets interessants. In Nederland moet je altijd gaan staan als je iemand groet; in Afrika kun je rustig blijven zitten. Bij het groeten gebruik je altijd twee handen. Dat heeft ook te doen met het feit dat je een geschenk altijd met twee handen moet geven. Het groeten kan ook een uitgebreide ceremonie zijn. Niks van enkel maar van "hoi hoi". In Oeganda in de vijftiger jaren was het zo dat wanneer een fietser mij op de weg wilde begroeten, hij afstapte om dat uitgebreid te doen. Vrouwen knielden daar altijd op de grond, ook als ze elkaar begroeten. Wanneer je een vrouw tegen kwam die een last op haar hoofd droeg riep ze vaak op een afstand: groet me niet. Want anders zou ze de last van haar hoofd moeten nemen, neerknielen, groeten, weer opstaan en de last weer op haar hoofd zetten. Door heel Afrika is de begroeting een gesprek. Toch leuk. Als je elkaar twee keer tegengekomen bent ben je vrienden. Ga je bij iemand op bezoek dan begroet je elkaar niet bij de voordeur, maar de gast wordt eerst naar binnen geleid en de begroeting vindt plaats wanneer hij eenmaal rustig gezeten is. Bij onze Luo-mensen was het een interessant gebruik dat je geen afscheid kon nemen binnen in het huis, maar alleen bij de voordeur. Zelfs dat doet gastvrij aan. Maar het zou ook kunnen betekenen dat de huiseigenaar zeker wil zijn dat de gast weg gaat. Bij de Baganda was het zo dat je geen afscheid kon nemen wanneer je verder langs de weg ging lopen en daarna terug keerde: pas wanneer je weer langs het huis kwam kon je afscheid nemen.

Hiermee neem ik afscheid van jullie tot een volgende keer.

O, hier zijn nog mijn Juni-memento's:

6: Jos Henderik; 7: Millymolly; 9: Marjo Henderik; 10: trouwdag Huub en Marleen; Henny Simons; Alida Mulders; 17: Sterfdag Vader 71; Hans Boomers(+); Trouwdag Martien en Ursula; 19: Trouwdag Bart en Coccie; Frans Baartmans; 22: Trouwdag Auke en Adri; 29: Tante Trees(+); Hanny Houben.

Hans Burgman

Hans Kroniek 6 - 16 juni 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Veel groeten uit Oosterbeek.

Ik ben van plan nog een tijdje op het thema door te gaan: Wat kunnen wij, Nederlanders, leren van de Kenianen. Deze keer komt er iets belangrijks bij me op: VOOR HET ETEN DE HANDEN WASSEN; EN NA HET ETEN OOK. VOOR HET ETEN, omdat je het schone eten niet met je handen vies wilt maken. Overal waar gegeten wordt in Kenia, en op veel andere plekken, zoals bij Indische maaltijden, is er water om je handen mee te wassen. Als er geen fonteintje is gaat iemand rond met een kan warm water en een wasbak. Je droogt je handen niet af: die worden vanzelf wel droog. Sommige Europeanen vegen na het wassen hun handen weer droog langs broek of rok. Dat is fout: dat doet een chirurg bij een operatie ook niet. Je moet verder gewoon niets meer aanraken; je schudt ook geen handen meer: als je iemand wilt begroeten raak je elkaar met de polsen aan.

Hier hoort natuurlijk bij: MET JE VINGERS ETEN. Op de eerste plaats ons brood. Duizenden en duizenden jaren hebben onze voorouders hun brood gebroken; ik kan me zelf nog herinneren dat in mijn vroege jeugd iedereen brood met de vingers at. Niet meer. Ouders zeggen tegen de kleuters: "Niet met je handen in het bord!" zoals ook: "Niet met je handen in je potje!" Opmerkelijk genoeg staat er in ons boek van goede manieren dat we kippenboutjes wel met de vingers mogen afkluiven. En karbonades en ribbetjes ook. Maar bij andere soorten eetwaar moeten we over een barriere: goed, brood met de vingers eten is makkelijk. Maar gekookte aardappels en groente? Ik leerde uit ervaring hoe hoog de drempel was toen ik in 1979 in Pandipieri ging wonen en Afrikaans ging eten. Grote lappen vlees zoals biefstukken vormen een praktische moeilijkheid. Punt is, dat in weinig beschavingen mensen grote lappen vlees op hun bord kregen. Bijna altijd en overal werd vlees in hapklare brokken geserveerd.

Ook na het eten moeten de handen weer gewassen worden. Niet omdat je handen nu vies zijn, maar omdat voedsel en kleren niet goed samen gaan. Nu hoor ik iemand fluisteren: "En hoe was dat dan vroeger bij de Luos toen ze geen kleren droegen?" Nou, ik heb me laten vertellen dat men toen de voedselresten in de handen wreef zodat je nog lang van de geur kon blijven genieten. En dat die vettigheden ook nog eens goed zijn voor je huid. Nog een tip wat betreft het tafellaken. Voor het eten neemt men in Kenia het tafellaken er af, zodat men botjes en restjes op de kale tafel kan laten vallen; na de maaltijd wordt de tafel met zeepwater schoon gemaakt, en dan gaat het tafellaken er weer overheen, klaar voor de volgende maaltijd.

En aan wie heeft mijn oude verjaardagskalender mij doen denken in de maand Mei? Zie maar eens.

1: Ineke Hilberink; 2:Astrid, Coccie, Catherijne van Heugten; 3: Trouwdag Eugene en Lidy (1967); 4: Trouwdag Ineke en Frits Albada Jelgersma-Klaassen; 6: Jim Fanning(+); 8: Jan Gillet (+); 10: Trouwdag Carla en Wijnand (1968); 12: Marije, Cathelijne, Monique Strang; 14: Tante Trudy (+), Wim Ahne; 23: Trouwdag Huub en Ria Vaarten (70); 27: Ilse Marije; 31: Anca Speekenbrink.

Beste mensen, dat is het voor vandaag. Alle goeds.

Hans Burgman

Hans Kroniek 5 - 18 mei 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Veel groeten uit Oosterbeek. In mijn vorige brieven heb ik aangekondigd dat ik onze vrienden in Kisumu zou uitnodigen om mij te laten weten wat voor goede dingen Europeanen van Afrikanen zouden kunnen leren. Veel antwoorden heb ik nog niet gehad. Deels is dat te wijten, denk ik, aan het feit dat dit voor hen een ongebruikelijke vraag is. Bij Europeanen is immers alles beter. Verwacht dus nog maar geen stortvloed van antwoorden. Zestig jaar geleden was dat anders. Toen was er veel meer racisme, aan beide kanten. Ik kan me herinneren dat een fervente Afrikaanse nationalist tegen me zei: "Alles wat de Europeanen hier gebracht hebben is slecht, en alles wat hier slecht is komt van de Europeanen." Nu is iedereen veel milder en realistischer.

Toch geloof ik dat wij Europeanen goede dingen van Afrikanen kunnen leren. Aangezien ik na 45 jaar in Oost Afrika zelf tamelijk Afrikaans geworden ben, mag ik al vast wat suggesties doen. Bijvoorbeeld.

NIET MET DE DEUR IN HUIS VALLEN. Als je in Kenia iemand iets wilt vragen, maak je contact, ga je naar binnen, ga je zitten, groet je elkaar, verzeker je mekaar dat er geen slecht nieuws is, en ga dan praten over waar je voor komt. Ik moet me hier nog steeds aan ons Europese ritueel ergeren. Klop op de deur; die gaat open en de bewoner zegt: "Ja, wat ister?"

WEES EENS BLIJ MET REGEN. Iedereen hier noemt regen "slecht weer". In Kenia noemen ze regen "goed weer", tenzij er een overstroming komt. Zelf heb ik lang geleden vrede gesloten met het weer, en wel zo, dat ik voor elk soort weer wel wat leuks weet te doen. Maar hier schijnt iedereen aldoor te mopperen over het weer. Ik heb nog wel meer, maar dat bewaar ik voor een volgende keer.

In het begin van de maand hebben we Jeroen Simons begraven; zo jong nog: 59 jaar. En op 5 april is Elly Cliteur overleden, de vrouw van Henk, die vorig jaar gestorven is.

Op 22 april hebben we een bloesemtocht gemaakt door de Betuwe. Ik vond het minder spectaculair dan dertig jaar geleden. Toen waren de vruchtbomen nog allemaal bomen; nu zijn het meestal struiken.

Zie hier nog wat herinneringen op mijn verjaardagskalender. 2 april: Tante Ans+, 3: Birgit, 7:Christiaan, 10: Els Burgman, 17: Chiel Bos, 18: Antoine, 21: Marieke, 24: trouwdag Marianne en Anton Ehren, Bart Jansen, 25: trouwdag Birgit en Frans, 26 Maaike, 28: trouwdag Frans en Nolly, 29: Isaak en Ruben, 30: Christiaan Br.

Verder gaat het goed met mij. Een groot voordeel van Parkinson is dat het niet zeer doet.

Tot de volgende keer.

Hans Burgman

Hans Kroniek 4 - 31 maart 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Gisteren hebben we weer een bijeenkomst gehad van de Vrienden van Pandipieri. Deze vond plaats in een klein theater in het hart van Oosterbeek, waar je ook wat kon eten en drinken. Het was erg gezellig met een kleine veertig deelnemers. Tien van hen waren mensen die deze zomer naar Pandipieri op bezoek gaan. Het was leuk om met zoveel nieuwe gezichten kennis te maken. Het thema van de middag was: "Ontwikkelingshulp en Spel". Ik heb er een toespraak over gegeven. Een samenvatting daarvan vinden jullie hier verderop.

Laat ik eerst nog even de memorabele Maartse datums opsommen die ik op mijn kalender vind. 5:Aanneming Lony (67); 7:Hanneke Meinhart; 12:Martien v.d.Hoogenhoff(+); Pandipieri Centrum 1979; 14:Corry v.d.Bosch; 15:Sterfdag Moeder 2003; Adri Rabbering; Stella; 16:Elise; 19:Henk Bramer; Ria van Oers; 20:Tante Iny (+); Helen Beerkens (+); 22:Doop Maurice Veldhoven; Theo Schoenmakers; 23:Marietje Bramer(+);Gijsje Jansen; 24:Sherida Fokker; 28:Marion Hertoghs(+); 29: Doop Stefanie Peters. Herinneringen, herinneringen!

Tot slot veel goede wensen en hartelijke groeten.

Hans Burgman

ONTWIKKELINGSHULP EN SPEL

Inleiding: Ons werktoneel is Nederland en Kenia. Typische Europese houding is: "Controle" en typische Afrikaanse houding is: "Ontmoeting".

Wat is Spel? Spelen is het vieren van je eigen kunnen d.m.v. een speciale handeling die verder nergens toe dient. Voorbeeld: Hard lopen om de trein te halen en atletiek. Spel gaat dus over het kunnen, de bekwaamheid van de speler. Deze beschouwt zichzelf met vreugde.

De spelhandeling bestaat is een ritueel, een geheel van regels die er voor zorgen dat de bekwaamheid goed aan het licht komt en vaak meetbaar wordt. Een ritueel is een aandachts-constructie die er voor zorgt dat iets geheimzinnigs in het beeld komt. Waar je een ritueel vindt, vindt spel plaats: sport, godsdienst, feest, ga maar na.

Wanneer het spel een vergelijking met medemensen bevat, zorgen de spelregels er voor dat de spelers aanvankelijk gelijk zijn. En ook worden door de spelregels andere vormen van macht uitgesloten.

Probleem. Ontwikkelingswerk is een vorm van hulpverlening. Hulp veronderstelt verschil aan bekwaamheid. Hulpverlening schept dus een asymmetrische verhouding tussen personen. Daarom kan ontwikkelingshulp leiden tot het ontstaan van elite en bedelaars. Vandaar de voorkeur voor de term "ontwikkelingssamenwerking"; maar dat is een doekje voor het bloeden.

Oplossing. De balans kan hersteld worden door de rollen om te draaien: de geholpene helpt de helper. Voorbeeld: Paus Franciscus zegt dat de arme de leraar moet worden van de rijke. In ons geval zou men kunnen zeggen dat de Europeanen met hun grote controle-behoefte van de Afrikanen zouden kunnen leren hoe een goede ontmoeting plaatsvindt. Verder zou het goed zijn om een beroep te doen op Spel, om de relatie van gelijkheid voelbaar te maken. Zoals gezegd introduceert spel een situatie van gelijkheid. Maar het is niet goed om de hulpactie zelf tot een spel te maken: dat zou de kwaliteit van de hulp aantasten. Het spelelement moet dus een aparte plaats hebben. Sommige mensen hebben daar een talent voor. Voorbeeld : Broeder Ludger Bareiss in Toroma: in zijn kliniek liet hij de aanwezige mannen meespelen met de diagnose. Door dit herstel van het evenwicht wordt de waardigheid van beide partijen gewaarborgd. Alle hulpacties zijn daardoor gebaat met een spelelement. Wel moeten wij vermijden om ons spel aan hen te leren.

Omdat het spelkarakter niet deel kan worden van het actuele ontwikkelingswerk lijkt het er op dat de ontwikkelingswerker nog andere relaties moet aanknopen met de geholpenen. En wel relaties waarin spel makkelijk kan voorkomen. In de Pandipieri filosofie is dat vervat in de stelling dat de helper zich moet aansluiten bij de gemeenschap van de geholpene. Daar moet hij dan hun spelsituaties aanvaarden, waardoor de asymmetrie van de hulpverlening wordt geneutraliseerd. Dat begint al met het aanleren van hun spraak, hun humor, hun eetgewoontes en hun omgangsvormen. En dan is het lachen niet meer van de lucht.

Hans Kroniek 3 - 28 februari 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Ik ben al weer bijna twee jaar in Nederland, en de inburgering gaat voort. Waar ik erg aan moet wennen, en daar heb ik het in mijn vorige bericht ook al over gehad, is de anti-kerkelijke geest die hier over het land hangt. Deels voel ik dat natuurlijk omdat mijn leven nogal nauw verweven zit in de geestelijke wereld; maar je hebt ook vaak te doen met een verregaande onkunde of domheid. Een tijdje geleden hoorde/zag ik op TV hoe Jeroen Pauw mensen bespotte die in God geloven. Het ging over een vriend die wel wat geloofde omdat hij behoefte had aan iemand die je hele leven bij je blijft, aan je denkt, je niet verraadt, en daarom had hij maar een arme hond genomen in plaats van God. Ha ha ha. Klaarblijkelijk wist hij niet dat dit een citaat was uit het werk van een Japanse schrijver, Shusaku Endo. Maar deze gaat verder met: "En daarom werd Jezus ter wille van de mensheid zo'n arme zieke hond." Ja, inburgering heeft vele gedaanten. Ik verbaas mij er nog steeds over dat er hier in huis bijna geen insecten wonen.

Op 12 Maart is het 40 jaar geleden dat ik in Pandipieri ging wonen bij Kizito en Mary. Die datum hebben we altijd aangehouden als de dag waarop het Pandipieri programma voluit gestart is. De essentie van dit programma was deze: Plaatselijke problemen moeten op de eerste plaats worden aangepakt door de mensen van de kerkelijke basis-gemeenschappen, en wel door hun eigen talenten in te schakelen; en niet zozeer door in Europa te gaan bedelen om zoveel mogelijk geld. Vandaar dan ook dat wij op de eerste plaats die gemeenschappen hebben gesticht en hun aandacht hebben gericht op de problemen en hun eigen talenten. Het benodigde geld kwam altijd, omdat onze verre vrienden zagen dat de plaatselijke mensen het probleem naar vermogen aanpakten. Het is goed om dit nog even te zeggen, omdat bijna overal de overtuiging heerst dat geld alles zal kunnen oplossen. En vanuit ons eigen Mill Hill hoofdbestuur wordt met veel tamtam een cursus georganiseerd over hoe je in Europa geld moet aanvragen. Onze filosofie is zeer succesvol gebleken. Binnenkort stuur ik jullie een uitgebreid verslag op van wat begon als Girls Domestic en nu Vakopleiding heet. Verbazingwekkend!

Februari is alweer ten einde. Door mijn kalender zijn vele mensen nog weer even mijn revue gepasseerd: 1: Pierre Dietvorst (+), 4: Trouwdag Astrid en Carlo; 14: Carmen; 16: Roswyde; Johanna Caspers; Zus Burgman; 22: Sandra; Rita van Houten; 23: Nanny (+), Hans Burgman Jr.;24: Michiel Burgman;27: Fred Hilberink; 28: Hans Brinkerink.

En dan is er elke maand de lijst van weldoeners, teveel om hier op te schrijven, maar hun namen gaan toch aldoor even door mijn dankbare geest terwijl ik ze in de administratie noteer. En ik wil speciaal de volgende mensen vertellen dat hun bijzondere bijdrage goed is aangekomen: Stichting Wereldwinkel Geldrop, Stichting 40 MM, P.Gebbing, J.Hage, H.Bramer, M.Knottnerus, S. Povel, H.Sanderink, D.Simons, G.te Meermans, K.Dord, Weinachtsbaumteam Kerzell, F. Mijnhart, Stichting Jumelage Bergeijk, M.Ameling, en H.Klieverik. Alles is genoteerd en naar de betreffende projecten doorgesluisd.

Heel veel groeten en tot de volgende keer.

Hans Burgman

Hans Kroniek 2 - 1 februari 2019

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Beste vrienden, Goeder gewoonte getrouw hebben talloze vrienden mij weer bedolven onder gelukwensen; niet alleen voor Kerstmis en Nieuw Jaar, maar ook voor mijn parochie-feest in Hengelo (4 December) en mijn 90ste verjaardag (16 december). Allemaal heel hartelijk bedankt; ik heb er van genoten.

Ofschoon ik in Nederland geboren en getogen ben, en al weer bijna twee jaar terug ben in Oosterbeek, ben ik nog steeds aan het inburgeren. Ik heb jullie al wel vaker verteld dat de grote cultuurverschillen tussen Nederland en Oost Afrika vaak draaien om twee kern-begrippen: de Europese grondhouding is CONTROLE terwijl de Afrikaanse grondhouding is ONTMOETING. Ik blijf dat verschil aldoor tegenkomen. Ik raak er nog steeds niet aan gewend dat men in Nederland met de deur in huis valt. In plaats van: ga eerst eens rustig zitten en begin dan je verhaal. Iedereen die Kenia bezoekt maakt het mee: je ontmoet iemand en begint een spannend verhaal; wanneer je even stopt om adem te halen zegt de luisterende Afrikaan: "Goeie morgen." Zelfs de deuren doen aan dit ontmoetingsspel mee. In Kenia betekent een gesloten deur: de bewoner is weg; als hij of zij thuis is, is de deur open. Hier is het net andersom.

Aan mijn gezondheid wordt veel aandacht besteed. De tandartsen zijn bezig met een nieuw frame. Daarvoor hebben ze mijn onderste snijtanden getrokken, zodat ik nu precies lijk op iemand van de Luo-stam. Daar werden tot voor kort bij kinderen van twaalf jaar de onderste zes snijtanden uit de kaak gebroken. Als ik het goed heb zorgden de kinderen daar zelf voor: wanneer de tijd rijp was gapten ze een kippetje en gingen daarmee stilletjes naar iemand die goed wist hoe hij met een schroevendraaier de tanden er uit kon breken. Overigens zijn ze met dit gebruik in de zeventiger jaren plotseling opgehouden. Het was ook een soort identificatie: bij de Luo gingen zes tanden er uit, bij de Luhija-stammen vier, bij de Kikuyu twee. De Luo hadden het dus het zwaarst, maar die deden dan weer niet aan besnijdenis. Verder, mijn mobiliteit is flink teruggelopen. Maar met mijn scootmobiel kan ik overal in Oosterbeek komen. En ik heb een prachtig uitzicht vanuit mijn kamer.

Iets anders dat mij treft is een groeiende onwetendheid aangaande onze godsdienstigheid. Weinigen in dit land schijnen tegenwoordig te weten welk een grote rol de kerken in Afrika hebben gespeeld in het vestigen van educatie, ziekenzorg, vrouwenrechten, industrialisatie, democratie, noem maar op. Twee weken geleden had de Telegraaf een artikel over meisjesbesnijdenis en de kop er boven noemde het "een godsdienstige verminking". Jullie hebben alle redenen om trots te zijn over de steun die jullie aan ons KUAP geven. Over KUAP gesproken, de Pandipieri projecten gaan allemaal keurig verder. Wel heeft het OMA-project het moeilijk. Dat ondersteunt immers honderden families die een HIV-weeskind opnemen met een ziekenhuisverzekering. Onlangs zijn de premies omhoog gegaan en wel van 150 shilling per maand naar 500, bijna 250 %!! Mag ik dit mooie project daarom nog eens van harte bij jullie aanbevelen. Verder blijft onze mooie Vriendenbrief jullie op de hoogte houden. Het bestuur van onze Pandipieri Vrienden-Stichting werkt keihard; prachtig.

Ik heb nog een plannetje. Onze Paus legt er vaak de nadruk op dat wanneer we mensen helpen, die mensen onze leraren gaan worden. In ons geval zou dat betekenen dat de mensen van Pandipieri ons wat kunnen leren. Daarom wil ik ze gaan vragen wat voor belangrijks zij als Kenianen ons Nederlanders kunnen leren. Hun antwoorden zal ik dan via dit kanaal aan jullie doorspelen.

Tot slot deel ik januari van mijn verjaardagskalender met jullie, als een teken dat ik mensen niet gauw vergeet. 4: Pieternel Aarts; 6: Clemens Boomers; 12: Herma, Doop Petra Veldhoven (74);18: Hans Burgman Senior (+); 20: Ma Strang (+); 21: Perus; 23: Tante Cor (+); Lony van Dooren; 28: Roderik ('72); 30: Rosemarie; 31: Marleen van Overveld.

Proficiat allemaal, en tot de volgende keer.

Hans Burgman

Hans Kroniek 1 - 21 november 2018

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Beste vrienden, Anderhalf jaar geleden ben ik hier in Oosterbeek neergestreken, en al die tijd heb ik niets van mij laten horen. Ik mis jullie, en ik mis ook mijn maandelijkse kroniek over ons werk in Kisumu. Daarom heb ik besloten om een nieuwe reeks te beginnen, deze keer onder de naam "Kroniek Hans".

Meestal beginnen wij een gesprek met de vraag: hoe gaat het met je. Nu dan. Het gaat wel goed met mij. Ik ben hier ingeburgerd en leid een luxeleven. Ik doe wat van mij wordt verwacht: namelijk verwend worden. Zoals bij de meeste mensen gaat mijn gezondheid langzaam achteruit. Vanwege de Parkinson ziekte worden mijn bewegingen steeds langzamer, en gaat dus mijn tijd steeds sneller. Veel dingen kan ik niet meer; maar ik zeg tegen mijzelf: "wat je niet kunt moet je niet willen". Zo krijg ik steeds meer tijd om te lezen. En ik mag wel zeggen dat boven mijn navel alles in orde is.

De tweede vraag die ik meestal krijg is: en hoe gaat het met Pandipieri? Alles gaat daar gewoon door. 15 Jaren geleden heb ik de leiding overgedragen aan een plaatselijk bestuur met zuster Bernadette als manager. Maar er gebeuren aldoor genoeg nieuwe dingen om er een regelmatige kroniek mee te vullen. Bovendien zijn de ideeën over de ontwikkelingswereld de laatste 25 jaar veranderd; ook daarover kan ik wel wat vertellen. In het kort komt het hierop neer dat, in de woorden van Paus Franciscus, de geholpenen de leraren moeten worden van de helpers. Met andere woorden, de behoeftige mensen van Kisumu moeten onze leraren zijn. Dat is een interessant gegeven, waarover ik graag tezamen met jullie wil nadenken; ook al ligt mijn missionaire schip nu aan de kade.

Helaas kan ik jullie niet meer geregeld opzoeken. Maar er is licht aan de horizon. Op zondag 2 december vier ik een bescheiden feest in de Lambertusbasiliek te Hengelo. Wij zullen dan aandacht besteden aan mijn vijfenzestigjarig priesterjubileum, maar ook aan het feit dat ik na zoveel jaar teruggekeerd ben van de missie die wij lang geleden hebben ondernomen in de naam van onze eigen gemeenschap. Wie mij dus nog eens in levende lijve wil ontmoeten kome op die dag naar Hengelo om 11:00 uur voor een feestelijke omhelzing in en na de Mis in het parochiehuis (Enschedesestraat/Weemenstraat).

Tot slot werp ik een blik op mijn verjaardagkalender om te bewijzen dat ik jullie niet vergeet in deze Novembermaand.

11: Roy (1979) 12: Carla Kats. 13 Rose-Mary Kavutse. 17: Miranda (1968) 21: Siem Pannekeet (+), Els Dietvorst. 22: Leo van Luijk(+) 24: Wim Burgman 26 Gerry Mooij 27: Chris Wilms (1962), 29: Trudy; Bisschopswijding Joe Willigers (+) (1967).

Allemaal gefeliciteerd.

Tot de volgende keer.

Hans

P.S. Wie mij wil bereiken gebruike mijn landlijn: 026 3398107. Of beter nog mijn e-mail adres: hansburgman@jozefmhm.nl

Brief 73 - 4 september 2017

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Vanuit mijn prachtige kamer en zwevend op een wolk van perfecte zorg en omgeven door dierbare leeftijds- en lotgenoten vier ik sinds de maand Mei mijn nieuwe leven. Een vraag die ik vaak hoor is: Hoe gaat het nu verder met Pandipieri? Men moet weten dat ik al, samen met het hele Pandipieri Team, in 2002 het gezag heb overgedragen aan een locaal bestuurslichaam. De band met het diocees is er doordat de voorzitter van het hoofdbestuur de Vicaris Generaal van het aartsbisdom Kisumu is; en de band met Mill Hill ligt in het feit dat onze Society Superior van Oost Afrika de vice-voorzitter is. Zelf was ik als missioloog lid van het hoofdbestuur dat een keer of vier per jaar bijeenkomt. Het dagelijks bestuur werd overgedragen aan een plaatselijke kracht; twee keer was dat een Luo man, en sinds een dozijn jaren de Ierse zuster Bernadette. In haar toegewijde handen lopen de projecten prima. Bernadette is vooral een kei in het aantrekken van hulp-organisaties.

Natuurlijk bleef mijn rol belangrijk, niet alleen als inspirator, maar ook dankzij mijn leeftijd. In Afrika hebben oude mensen een duidelijke functie: zij belichamen wijsheid gedistilleerd uit voorbije gebeurtenissen; iets wat in Nederland toevertrouwd is aan archieven en musea. Dat is zeker waar in Afrikaanse families; de grootouders zijn de stichters en hebben als zodanig een stem in alles. Zo was ik de stichter en dus de grootvader van Pandipieri. Mij valt nu wel de sterke kant van Nederland ten deel: voor oude mensen wordt uitstekend gezorgd. Maar een functie heb je nog nauwelijks. Dat ik niet langer in Kisumu kon zijn is wel duidelijk gezien mijn lichamelijke toestand. Langzaam maar zeker lever ik steeds meer motoriek in. En mijn medische behoeften zouden onbetaalbaar zijn geworden.

Zaterdagmiddag 9 September vieren we onze jaarlijkse Vriendendag, hier in Oosterbeek. Een punt van discussie zal zijn: hoe gaan we verder met onze Stichting "Vrienden van Pandipieri". Deze vraag dringt, niet alleen doordat ik niet langer in Kisumu ben, maar ook doordat de betekenis van internationale hulp aan het veranderen is. Vroeger was het vooral: wij rijke westerlingen moeten geldelijke hulp bieden aan de arme mensen in achtergebleven gebieden. Maar het wordt duidelijk dat geld niet de spil is waar alles om draait. De spil is dat we allemaal behoefte hebben aan hulp en dat we allemaal talenten hebben waar anderen om verlegen zitten. Welnu, hoe kunnen Afrikanen ons Europeanen helpen? Zelf zoek ik het in deze hoek: Europeanen zijn kampioenen in "controle", Afrikanen in "ontmoeting". "Controle" speelt zich vooral af op het vlak van "dingen", "ontmoeting" op het vlak van "personen". Wij moeten ons bezinnen op die raakvlakken. Het lijkt mij dat we in onze Stichting moeten nadenken over hoe we de ontmoeting met de mensen van Pandipieri/KUAP meer intensief en betekenisvol kunnen maken.

Er is nog een ander idee boven komen drijven. In Nederland gaan 67-plussers met pensioen en vallen dan makkelijk in een zwart gat, terwijl zij door de verbeterde omstandigheden nog vol energie en ideeën zitten en jeugdig zijn. Moeten wij dan ook niet een groter beroep op hen doen om zich aan te bieden als medewerkers van de Stichting? Vooral als er op de aanstaande Vriendendag nieuwe plannen uit de bus komen.

Ik besloot mijn vorige Kroniek met de wens dat ik nu de kans zou krijgen om jullie weer te ontmoeten. Ik hoop dan ook dat jullie je massaal hebben opgegeven bij Marie-José Burgman voor de Vriendendag op 9 September. Het zal een warm weerzien zijn. Tot dan.

Hans Burgman

Brief 72 - 7 april 2017

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Nu ik me los moet weken uit Kisumu merk ik hoezeer ik hier vastgebonden ben. Alleen al alle spulletjes die ik verzameld heb. Zoals overal wakkert het erven de hebzucht aan. Ik merk het aan lui die afscheid komen nemen: ik zie ze onderzoekend rond kijken en hoor ze vragen: "Is dit of dat voor mij?"

De staking van de doktoren in de openbare ziekenhuizen is over, na honderd dagen. Eigenlijk een bizarre toestand, want ze lieten ik weet niet hoeveel mensen gewoon dood gaan. Dan zie je weer hoe stoicijns de mensen hier ellende aanvaarden. De leider van de staking zei dat die periode ook voor hem een pure hel was geweest. Hoezo, denk je dan, want de meeste doktoren hebben naast hun baan een prive-kliniek die goed oplevert. Nee, zei hij, het was omdat mensen zo onaardig tegen hem deden. Even dreigde de staking na afloop weer op te laaien, omdat de overheid het loon voor de gestaakte dagen niet wilde uitbetalen; maar dat krijgen ze nu toch, dus is alles pais en vree.

Een dergelijke situatie ontstaat doordat de mensen echt bang zijn voor doktoren, want die kunnen je lelijk te grazen nemen. Ik denk wel eens dat diezelfde angst hier onder alle relaties ligt omdat de gemeenschap gebouwd is op macht. Christendom hoort daar tegengif tegen te zijn; maar daar ontbreekt nog wel eens het een en ander aan. Vorige maand had ik een gesprek met de parochieraad van een nieuwe parochie waar nog geen pastoor is, maar waar de pastoor van de naburige parochie elke Zondag in de in aanbouw zijnde kerk voor een grote menigte Mis komt lezen. Ze hebben moeite met het geld voor de bouw. "Hoe zit dat dan met jullie Zondagscollecte?" Die blijkt groot te zijn, meestal meer dan 10 000 shilling elke keer (in koopkracht komt dat met 1000 Euro overeen); maar de priester ging er mee vandoor, al een heel jaar lang. Ik vroeg of ze hem daar niet over aangesproken hadden. Jawel, maar hij was heel kwaad geworden en gezegd dat de collecte heilig geld was, opgehaald tijdens de Mis, en dat dat alleen door priesters behandeld mocht worden. En dat slikken ze dan, uit angst weer. Nu komt er gelukkig een andere priester, eentje waar ze wel mee kunnen praten, dus breken er nu hopelijk betere tijden aan.

Het land is in de ban van de komende verkiezingen, in Augustus. Alle kandidaten hebben hetzelfde regeringsprogramma: "Kies mij". En politiek betekent: verkiezingscampagne. Je vraagt je soms af of er nog wel geregeerd wordt. De haven van Kisumu is helemaal geblokkeerd met waterhyacinten. Vorig jaar, toen die planten zich aandienden, hebben ze een boot aangeschaft die de vegetatie fijn kon hakselen, zoals dat vijftien jaar geleden ook al eens gedaan was. Waarom hadden ze dat nu niet gedaan? Ja, was het antwoord, er was geen WC aan boord.

Dappere daden komen toch wel voor, ook in de kerk. Vorige week was er ergens een feestelijke viering, en een rijke zakenman bood als geschenk een sierlijke zetel aan voor op het priesterkoor. Hij nodigde de plaatselijke gouverneur uit om er op te gaan zitten en te keuren of hij goed zat. Daarop weigerde de pastor de zetel aan te nemen, omdat die niet meer in de eredienst gebruikt kon worden aangezien de gouverneur er met zijn onzalige achterwerk op gezeten had.

Vorige maand is er 's nachts op de pastorie van Gerard Kraakman ingebroken; het enigste dat de dieven konden vinden was een koelkast; maar ze hebben intussen de wachtman wel vermoord. Dit veroorzaakte grote verontwaardiging in Kisumu, want iedereen weet hoeveel Gerard hier opgebouwd heeft. In een minimum van tijd waren de daders dan ook gepakt, jongens van nog geen achttien jaar. En passant werden er ook nog wat andere dieven gelyncht; dat gebeurt nogal eens omdat de mensen geen enkel vertrouwen hebben in de politie. Ik denk trouwens dat dieven hier vaak "benoemd" worden door de bevolking, en dat ze dan toch maar gaan stelen omdat ze immers toch voor dieven doorgaan.

Vorige week zei een bevriende bankdirekteur tegen me dat hij zo blij was dat het ook in Europa voorkwam dat hooggeplaatste personen nietbestaande baantjes gaven aan hun kinderen: dus dat deden ze niet alleen in Kenia. Goed nieuws komt soms in onverwachte vermomming.

Nou mensen, op Zondagavond 30 April vlieg ik per KLM naar Schiphol. Ik weet niet of ik voor die tijd nog een keer kan schrijven. In ieder geval, bedankt voor jullie belangstelling. En tot ziens, ooit?

Hans

Brief 71 - 28 februari 2017

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Twee maanden lang hebben jullie geen teken van leven van mij gehad; ik ga jullie uitleggen waarom niet. Op 27 december pakten we mijn auto in om een weekje bij Kizito vacantie te gaan vieren. Iemand sloeg de achterbak dicht terwijl mijn linkerhand er nog tussen zat. Het leek geen serieuze kwetsuur. De vacantie was er niet minder om: zeven dagen zonder tijd. Toch vrat het wondje gestadig verder en zwol de arm buitensporig op. Toen we op 2 januari naar Kisumu terug gingen hebben ze me meteen naar het ziekenhuis gebracht. Een X-Ray wees uit dat er niets gebroken was, en een operatie zorgde er de volgende dag voor dat de hand goed ontsmet werd. Wel was er wat longontsteking bij gekomen, en ook mijn waterhuishouding deed raar: wanneer ik eten kreeg begon ik niet alleen te kwijlen, maar ook de ogen gingen tranen, de neus ging druppelen en ik moest acuut plassen. Alles met een enkele hand. En oh, wat was ik ziek, en slapeloos. Tien dagen hebben ze me in het ziekenhuis gehouden. En daarna heeft het gezondheidsprogramma van Pandipieri mij een verpleegster gegeven die een maand lang als een engelbewaarder om me heen heeft gelopen. (Toch maar goed dat we dat programma 35 jaar geleden opgericht hebben.) Het slotaccoord was een ziekenhuis-rekening van 4740 Euro.

Dit alles. geplaatst tegen de achtergrond van mijn voortschrijdende Parkinsonziekte, heeft het Mill Hill bestuur doen besluiten mij naar Nederland terug te roepen. Het kaartje is al besteld: op zondagavond 30 april zal ik Kisumu vaarwel zeggen.

Alles wijst er op dat het afscheid een groots feest gaat worden. We willen het combineren met het bezoekers-gebeuren dat we oorspronkelijk eind juni hadden willen laten plaatsvinden. Tegelijkertijd willen we dan ook vieren dat ons Pandipieri project 40 jaar geleden begonnen is. Voor mij is het natuurlijk geen vrolijke gebeurtenis. Maar een flink aantal familieleden hebben al aangekondigd dat ze hier naar toe komen om mij over de streep te helpen. Stilletjes hoop ik dat er ook een mooie groep vrienden gaat komen. Dan kunnen die eens met eigen ogen zien wat we met zijn allen in die veertig jaar hebben teweeg gebracht: zoveel vriendschapsbanden gelegd, zoveel personen bij elkaar gebracht, zoveel mensen geholpen, zoveel positieve mogelijkheden geschapen! Het is een unieke kans om op persoonlijke wijze kennis te maken met het Pandipieri waar jullie al die jaren zoveel over gehoord hebben. Kom dus. Om de verleiding te vergroten sluit ik hierbij het program van die dagen in.

Tot ziens allemaal.

Hans

BEZOEKERSPROGRAMMA 2017 (voorlopig)

19-04; Woensdag 10.30 Samenkomst Pandipieri; Kisumu zien.

20-04; Donderdag Bezoek aan landelijke thuiswoningen.

21-04; Vrijdag Bezoek landelijk gebied.

22-04; Zaterdag GROOT FEEST IN PANDIPIERI CENTRE

23-04;Zondag 11.00 Eucharistieviering St. James's Church Magadi Centre 13.00 Bezoek Kibuye Markt

24-04; Maandag 09.00 Meedoen met KUAP Programma's

25-04; Dinsdag 09.00 KUAP

26-04; Woensdag 09.00 KUAP

27-04; Donderdag 07.00 Boottocht naar de nijlpaarden; winkelen Kisumu, Maasai Markt

28-04; Vrijdag Sponsorwandeling van morgen voorbereiden

29-04; Zaterdag 08.00 40 MM Sponsortocht, Riwo Parish Mamboleo - Nyandoheuvels.

30-04; Zondag 11.00 Eucharistieviering St. Joseph's Milimani. 's Avonds Vertrek

01-05; Maandag Vertrek

Brief 70 - 23 december 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Het jaar, eens nieuw, loopt ten einde. Tijd om elkaar geluk en vooral sterkte toe te wensen. Bij jullie sluit het weer zich aan bij die gevoelens van eind en begin; hier valt de rol van de natuur weg. Het is loeiheet en kurkdroog. De kerken doen hun best om de Kerstsfeer op te roepen. Vanmiddag was ik in het kerkje van Nyalenda waar de kerstgroep van onze Art School komt te staan. Een pracht van een boom stond er al getooid met talloze lichtjes. En dikke proppen wat. Ik vroeg wat die daar deden. Tja, dat wisten ze ook niet. Ik heb hun dus en korte uiteenzetting over sneeuw gegeven; maar ik betwijfel of dat veel indruk maakte. In de kranten en de supermarkten zie je natuurlijk geen kerstkindje meer, alleen maar een wit-bebaarde (?) kerstman (?) die met een arreslee (?) achter twee rendieren (?) over de sneeuw (?) glijdt. Ik moet de mensen hier uitleggen dat in Europa godsdienst net zoiets geworden is als ondergoed: je mag het wel aanhebben, maar je loopt er niet mee te koop. De mensen hier vinden het wel sneu voor Europese kinderen dat ze niet meer het verhaal horen zingen over de herdertjes die bij nachte in het veld lagen en daar engelen hoorden zingen. Deze week deed de BBC een dappere poging om de kerstman tot een spannend verhaal te maken. Ja zeg, hoe lief die rendiertjes door de winterse bosjes draafden, oh oh, wat leuk.

Pandipieri heeft het jaar waardig afgesloten met een feest vor alle medewerkers. Ik was uitdrukkelijk uitgenodigd. Terwijl wij op het onbestemde beginuur wachtten kuierde ik wat met enkele van de 120 aanwezigen. De man van de Straatkinderen vertelde me dat ze dit jaar 120 straatkinderen met hun families herenigd hadden. De dag er voor vertelde de man van het OMA-project me dat ongeveer 300 van de 600 AIDS-wezen nu officieel geadopteerd waren door plaatselijke families. Met die OMA-mensen praatte ik toen ook over akelige toestanden van vroeger, toen ze bijvoorbeeld in Pandipieri de zwakkere van een tweeling lieten doodgaan, of een jonggetrouwde vrouw terugstuurden naar huis omdat ze niet het gewenste kroost baarde, of dat iemand seks moest hebben met het lijk van een jonge vrouw die ongehuwd was gestorven. "Die gebruiken zijn hier allemaal verdwenen sinds jullie hier kwamen om de Goede Geest te verspreiden," zeiden ze. Jullie zelf vragen mij wel eens wat voor geode gevolgen ons werk heeft gehad. Zo nu en dan pik ik hier een vleugje op. Dat komt niet in de (financiele) verslagen te staan. Een auto arriveerde om de grote pannen overvloedig voedsel te brengen. Ik vroeg welk cateringbedrijf daar voor gezorgd had. "Dat komt van onze eigen Meisjes-opleiding," was het antwoord. Weer een vleugje success.

Binnen in de prachtige FATHER HANS BURGMAN COMMUNITY HALL (nog een vleugje) barstte het feest los. Ze hadden geen plaatjessmuziek willen hebben, maar een live band. Ik zat er vlak voor. Ik heb nooit geweten dat muziek zo luid kon zijn. Je kreeg er gegarandeerd tinnitus van; nou heb ik dat al, dus dat maakte niet veel uit. Het was alsof je met een onderzeer door een ocean van lawaai voer. Alle praten hield op. Het ritme sloeg me tegen de ribben. Iedereen die rondliep begon zich in danspassen voort te bewegen, glimlachend. Buiten dansten de wolken en de zon mee. Na een paar uur kwam er even stilte om mij een woordje te laten spreken. Dit was mijn woordje. "KUAP/Pandipieri is een leerzaam verhaal; zorgt er voor dat het verhaal doorgaat Het is ook een heilzaam mirakel; zorgt er voor dat het mirakel doorgaat. Het is uiteindelijk ook een geschenk; zorgt er voor dat het geschenk doorgaat".

Magi k jullie ditzelfde als Kerstwens en Nieuwjaarsgroet aanbieden: Dat jullie het komende jaar allemaal van het leven een mooi verhaal mogen maken, dat het de smaak van een mirakel moge hebben, en dat de geschenken van geen ophouden mogen weten. En dat het Kerstkindje jullie in deze materie nieuwe ideeen mag geven.

Tot de volgende keer.

Hans Burgman

Brief 69 - 30 november 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Het lijkt wel alsof het verkeer hier met de dag onveiliger wordt doordat niemand zich aan de regels houdt. Wel staan er overal politie-agenten langs de weg, maar die schijnen zich te beperken tot het innen van smeergeld. En natuurlijk krijgen de wegen de schuld: waar de meeste ongelukkken gebeuren wordt de plek benoemd tot Black Spot. In feite zijn dat plekken waar je de grootste kans hebt op een ongeluk als je je niet aan de verkeersregels houdt. Wie zal de verkeersboeven anpakken? Aha. De Bischop van The Full Faith Gospel Church in Nanyuki. Die gaat elke morgen om negen uur in paars ornaat naar het centrale taxi-park, Daar verzamelt hij de chauffeurs en de sjacheraars; ze moeten elkaar allemaal bij de hand houden en dan gaat de bisschop hen voor in gebed. De betrokkenen zijn er wel over te spreken: het aantal ongelukken is tot de helft omlaag gegaan, en de sjacheraars verdienen meer. Er werd met waardering bij vermeld dat de bisschop geen collecte hield.

De katholieke Bisschop van Nakuru wilde niet achterblijven Hij organiseerde een Mis bij de beruchte Salgan Black Spot, waar dit jaar al 219 doden vielen en 641 gewonden. Het leek mij riskant: zo'n liturgie-viering langs de snelweg is gauuw een distractie voor de voorbij-razende chauffeurs. Maar de boodschap van de bisschop was goed: wijd de rampspoed niet alleen aan dronken chauffeurs, maar ook aan passagiers die niet protesteren tegen een roekeloze chauffeur. De tekst bij de krantefoto suggereerde dat de bisschop het diabolische van de Black Spot uitdreef. Bij nadere bestudering van die foto zag ik overigens dat hij de collecte-kistjes wel meegebracht had,

De alomaanwezige corruptie neemt soms vreemde vormen aan. Vorig jaar heeft het Ministerie van Gezondheid in China honderd kleine laboratoria gekocht die in een container waren ingebouwd, voorzien van alle benodigdheden. Ze waren reeds betaald en veilig opgeslagen in de haven van Mombasa. Vorig jaar. En daar stonden ze nu nog steeds, behalve een exemplaar dat naar de hoofdstad was gebracht voor inspectie. Even later las ik dat er ergens anders een paar nieuwe ambulances stonden te verrooesten; en weer ergens anders tientallen motoren voor ambtenaren waar miljoenen voor betaald was. Wat voor corruptie is dat nou? Het is geen misdadigheid, maar heeft meer te doen met het genot van uitstel. In Twente hebben wij daar een spreekwoord over; bij mijn zus Nanny hing vroeger op de wc een tegeltje met: "Het slimste van weark is da'j wat doon mut".

Vorige week heb ik op onze Art School het einde-van-het-jaar examen afgenomen voor model-tekenen. De studenten moesten zes grote houtskool-tekeningen maken die ik dan beoordeel op vier punten: Zit de tekening lekker in de lijst/ Hoe interessant zijn de lijnen? Heeft de tekenaar het model goed geobserveerd? Hoe is het totale resultaat? Ter verduideling moet ik vermelden dat het model (Molly) hier altijd haar kleren aan moet houden. Er waren echt mooie tekeningen bij We hebben in de school ook een nieuwe kerststal ontworpeen; nieuw omdat het een soort kerst-verhaal-groep is. De kribbe met het kindje Jezus staat niet midden in de kamer met alle figuren er in aanbidding omheen. De kribbe staat achter in de hoek tegen de muur, met de os en de ezel die verbaasd toekijken wat er in hun voerbak ligt. Maria zit in de andere hoek een kookpan te wassen, en kijkt achterom naar Jozef die in de deur de herders ontvangt. Een van de herders wijst omhoog bij het vertellen dat ze engelen in de lucht hebben gezien, en een andere herder wijst met zijn uitgestrekte arm onder de arm van Jozef door naar het kindje en zegt tegen zijn maat van "Daar is ie". Er zullen wel protesten opgaan dat een kerststal er zo niet uit hoort te zien. Ik zal minstens een paar catechisten moeten leren hoe ze het kerst-verhaal er mooi bij kunnen vertellen. En dan zien we of we er voor het volgend jaar wat kunnen verkopen aan andere kerken.

De ziekenhuizen door het hele land gaan een spannende tijd tegemoet. Alle doktoren gaan volgende week in staking. Ze behoren weliswaar tot de best-betaalde werkers in het land; maar ja, het is natuurlijk nooit genoeg. Op de TV vroeg men aan de woordvoerder van de doktoren of hij geen medelijden had met de zieken die het slachtoffer zouden worden. Hij antwoordde dat de zieken altijd maar gezien worden als slachtoffers, mar dat het nu eens tijd werd dat de doktoren als slachtoffers gezien warden. En wat voor loonsverhoging eisten ze? Tien procent? Twintig procent? Nee, driehonderd procent.

Veel sterkte met Sinterklaas. Houd het leuk.

Hans Burgman

Brief 68 - 31 october 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Mijn terugtocht naar Kisumu was spannend tot het laatste moment. Vier dagen voor mijn vertrek bleek ik nog pus onder een teennagel te hebben, en twee dagen voor mijn vertrek diende zich een ontstoken kies aan. Voeg daarbij een flinke verkoudheid plus paardemiddelen van te hulp-schietende medici. Eenmaal op weg was ik echter als rolstoel-passagier de lieveling van het luchtvaartpersoneel. Ik ben een dagje overgebleven in ons huis te Nairobi; om te gewennen heb ik daar op de TV een bende Kenianen urenlang door Amsterdam zien rennen. En daarna was er een bezeten tele-evangelist die zijn duizendkoppig publiek aanspoorde om hun opgespaarde giftigheid uit te braken; nou, dat hoef je ze hier geen twee keer te zeggen; maar het was geen gezicht.

Inmiddels moet ik aan iedereen in Kisumu vertellen hoe het in Nederland is. Het weer, ja; 15 tot 17 dus, maar soms ook wel 6; regen niet meer dan 2; gelukkig zelden geel. We hebben hier in de huiskamer een metertje aan de wand. Het wijst aan: binnentemperatuur 30,02; buitentemperatuur 32,3. Op de grond lopen een paar beestjes; ze wonen hier. Immigranten? Of ben ik de immigrant?

Ik heb genoten van mijn verlof. Er is uitstekend voor mij gezorgd. Mijn gezondheid is redelijk; maar mijn actie-radius is wel beduidend ingekrompen. Ik ervaar het proces van ouder-worden als een soort van indampen. Op zich kan dat wel weer tot resultaten leiden. Als je wijn indampt krijg je cognac. Maar in Nederland is dat veel minder te merken dan hier in Afrika. Hier hebben oude mensen een functie. Ze zijn de schatkamer van oude verhalen, van opgedane wijsheid en een bron van raad. In Europa heeft de oude mens eigenlijk geen functie meer. De ouderdom mag vooral op lauweren rusten, en heeft verder niets meer bij te dragen. Als oude mens ben je hulpbehoevend en klaar met je leven. Alle reden dus om op te stappen. Ik moet hier eens een beetje meer over nadenken, om te zien hoe wij op dit punt wat van de Afrikanen kunnen leren.

Ik ben weer begonnen met mijn model-tekenlesssen op de Art School. Er zijn drie dingen waar de studenten vaak moeite mee hebben. Ten eerste: met perspectief. Ten tweede: als ergens een lange lijn begint, die dan achter iets anders verdwijnt en daarna verderop weer zichtbaar wordt, dan laten ze vaak dat tweede deel niet aansluiten op het eerste. Ten derde: duidelijk maken dat er onder een kledingstuk een lichaamsdeel schuil gaat. De Indiers van Kisumu vieren momenteel hun nieuwjaarlijkse Diwalifeest met donderende salvo's vuurwerk, urenlang 's avonds. We hebben een Oegandese zuster op bezoek; toen gisteravond het geknal losbarstte dacht ze dat het een aanval van terroristen was; ze is toen uit voorzorg maar onder haar bed op de vloer gaan slapen.

Heel veel groeten en tot de volgende keer

Hans Burgman

Brief 67 - 13 juli 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

We zijn aan het bekomen van het bezoek uit Nederland: twaalf mensen, dus ietsje minder dan 3 jaar geleden. Een ander verschil was dat ze deze keer allemaal bij Keniaanse families logeerden. Er was nog een verschil: deze keer was het veel makkelijker om alles goed te organiseren. Het programma bestond weer uit dezelfde punten: Inburgeren bij het gast-gezin, meedoen aan de 40 MM sponsor-wandeling, feestelijke zondagsviering in de kerk van Milimani, 3 dagen meelopen met de Pandipieri programma's, een boottocht naar de nijlpaarden in het Victoriameer en een bezoek aan de hofsteden van de gastgezinnen op het platteland. Johan Smorenburg - special hiervoor overgekomen - en Molly hebben geweldig meegewerkt.

Alles verliep vlekkeloos. Op enkele schoonheidsfoutjes na, zoals een tekort aan drinkwater op het eind van de wandeling. Ik vroeg: "Heb je dan geen water meegenomen?" "Dat is me veel te zwaar." "Maar heb je dan tevoren niet flink wat gedronken?" "Nee, want dan moet ik plassen." "En onderweg kon je toch in veel winkeltjes flessen water kopen?" "Ja maar, ik ken zo weinig Engels." Sorry mensen, volgende keer regelen we wel wat.

Bij de evaluatie bleek iedereen enthousiast te zijn, en vaak emotioneel erg onder de indruk. Men had gezien dat ideeen over Afrikanen moesten worden bijgesteld: geen zielige stuntelaars maar bekwame levensgenieters met beperkte middelen. De intimiteit van logeren bij de gewone lui had geleid tot wederzijds respect en vriendschap. Ook bij de gastfamilies heerste voldoening. Voor hen was het immers ook een unieke ervaring om zo intiem met Europeanen om te gaan, waar ze ook vaak vreemde ideeen over hebben. Er waren mensen die graag ook een gast hadden gehad, of die mij vroegen om hen voor een volgende keer al vast op de lijst te zetten. KUAP/Pandipieri was enthousiast: niet alleen omdat de sponsortocht een mooi bedrag in het laadje bracht, maar ook vanwege de realistische ervaringen die aan de bezoekers aangeboden kon worden. Bij mij kwam het ook over als een unieke gebeurtenis waar echt behoefte aan is: mensen die elkaar huiselijk ontmoeten en respect voor elkaar krijgen en ontdekken dat ze van elkaar kunnen leren. Het was een schot in de roos. We hebben dan ook besloten om te zien of dit geen jaarlijks evenement kan worden onder de paraplu van KUAP/Pandipieri. We zouden ons dan graag gaan houden aan de ontwikkelde formule: hetzelfde programma, dezelfde tijd (twee weken, eind juni begin juli), en een kleine groep van niet meer dan 20 personen. Wie er wat voor voelt moet ons maar laten weten. Ik denk dat het ook een mooie kans is voor mensen uit Bergeijk en Kerzell. De tijd is rijp voor dit soort ervaring; en bijna niemand in de hele wereld kan dit zo organiseren.

Mag ik ook nog even vermelden dat het weer onafgebroken "mooi" was naar Nederlandse begrippen. De mensen hier zijn er niet zo blij mee: iedereen heeft op het platteland wat grond, en door het gebrek aan regen is de oogst overal mislukt; ze vragen zich nu af hoe ze aan eten moeten komen.

Europese efficiency werkt hier niet altijd; dat merkten we in de Art School, waar we potten verf nodig hadden. Het geld moest uit de kas van KUAP komen, en vanwege de grootte van het bedrag moest de betaling per cheque geschieden. Dus eerst moest Dan, het hoofd van die school, bij de winkel een proef-rekening halen. Pandipieri schreef toen een cheque uit, maar de winkel zei dat de naam niet klopte. Ne enig heen en weer gesjouw kreeg Dan bij Pandipieri gedaan dat ze de naam veranderden; maar degene die de verandering moest signeren was er niet. Toen besloten ze om een nieuwe cheque uit te schrijven; maar ze moesten wachten tot de ondertekenaar een paar dagen later uit Nairobi terugkwam. De winkelier liet Dan tenslotte nog een paar dagen wachten tot de bank bericht gaf dat de cheque geldig was. De diepe reden onder al dit ongemak is dat de mensen elkaar niet kunnen vertrouwen. Hoe verhelp je dat?

Tenslote dit nog: morgen, 14 juli, vertrek ik weer naar Nederland voor mijn jaarlijkse verlof van drie maand in Oosterbeek. Heel veel groeten, en tot ziens zullen we maar zeggen.

Hans Burgman

Brief 66 - 21 juni 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De geslaagde opvoering van de Musical over de moord op onze collega John Kaiser was de kroon op drie jaar werk; het laatste half jaar keihard werk. Er had zoveel fout kunnen gaan, tot op het laatste toe. In het stuk speelde een Verteller een centrale rol. Hij zat op een hoge stoel bij het toneel en las uit een boek voor wat er ging gebeuren. Hij zorgde er voor dat alles goed aansloot. We hadden twee uitvoeringen, een op vrijdag en een op zondag. Bij de tweede uitvoering kwam de Verteller dronken opdagen, onbekwaam. Gelukkig was er een invaller die de zaak overnam. De drinkebroer zon op wraak. Tijdens de pauze klom hij op de stoel van de Verteller en nam diens tekst mee en wilde die niet meer afgeven. Gelukkig had ik een reserve-tekst bij me. Uiteindelijk was die toch niet nodig, want de spelers losten de crisis op middels een pak slaag. Een firma heeft een DVD van drie uur gemaakt. Ik speel met de gedachte om hem in Nederland te laten inkorten, op een artistiek verantwoorde manier.

Echt nieuws is dat Gerry Mooij op dinsdag 14 juni naar Nederland is teruggegaan, voorgoed. Zijn hele missionarisleven heeft hij in Kenia doorgebracht; hier heeft hij voor zichzelf bij veel mensen een grote naam gevestigd; dus er wordt nu wel een belangrijke bladzijde omgeslagen. Zijn thuishaven is voortaan Oosterbeek. De laatste 15 jaar hebben we samen hier in Kisumu gewerkt; dus ook voor mij is er een leemte gevallen. Zijn spulletjes heeft hij verdeeld; ik ben zo een fles wijn rijker, een fles jonge klare en een boek over de Elfstedentocht. Zo'n schaatsboek is natuurlijk iets heel aparts in Kenia. Alhoewel, er is tegenwoordig in Nairobi een overdekte ijsbaan, hoor ik. En je ziet hier in Kisumu steeds meer jongelui op rolschaatsen ofwel skeelers. Onlangs gaf ik het Elfstedentochtenboek aan een Keniaan en vroeg hem mij te vertellen waar het over ging. Na een half uur intensief studeren wist hij het. Het boek ging volgens hem over een oude soldaat die ging trouwen. De hele stad werd uitgenodigd voor de bruiloft, want hij was een belangrijke persoon. Honderden gasten kwamen er naar de bruiloft, allemaal op rolschaatsen.

Het politieke spel wordt hier de laatste tijd steeds groffer gespeeld. De lui die aan de macht zijn graven zich steeds dieper in, en de oppositie dreigt steeds meer chaos uit te lokken door gewelddadige demonstraties waarbij doden en gewonden vallen en schurken gaan plunderen. Maar er komt nu licht in de duisternis. Vorige week zijn een handvol politici gearresteerd wegens haat-praat. Het waren mensen zowel van de regerende partij als van de oppositie. Ze hebben een paar dagen samen in de cel gezeten; door de gezamenlijke vernederingen en ontbering zijn ze daar zowaar vrienden geworden. Daar zit dus de oplossing, zeggen we nu: stuur alle politici van tijd tot tijd een paar dagen de bak in.

Corruptie wordt steeds meer de norm, van hoog tot laag. Je gelooft je ogen niet als je leest wat er aldoor aan het licht komt. Een paar recente voorbeelden. Een hoge tante in een overheidspositie vervalste haar onkosten door achter de cijfers hier en daar een nul te zetten, bijvoorbeeld van 14 miljoen naar 140 miljoen. Om de ouders tegemoet te komen heeft de regering een wet uitgevaardigd dat schoolgeld niet verhoogd mag worden; vandaag blijkt dat scholen het wel mogen als ze daarvoor toestemming van de regering krijgen; dus gaat het schoolgeld toch met 100 % omhoog. Er is een overheidsinstelling die overal vervalsingen van registraties en documenten moet opsporen; vandaag las ik dat de direkteur van dat bureau twee nummerborden van zijn dienstauto's had laten vervalsen om deze prive te kunnen gebruiken.

Twee weken geleden bracht de krant het verhaal van een man die verdwenen was, en wiens lichaam na drie dagen in een greppel gevonden werd, in drie stukken gesneden. De familie, zo voegde The Nation er aan toe, vermoedde dat er een misdaad in het spel was. Zou kunnen, he?

De eerstvolgende hoogtepunten zijn: de groep bezoekers op het einde van de maand; en mijn reis naar Nederland op 14 juli.

Heel veel groeten en tot spoedig ziens.

Hans Burgman

Brief 65 - 28 mei 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Zuchten van opluchting heb ik dezer dagen geslaakt, want een project waar ik drie jaar mee geworsteld heb is afgesloten met een mooi succes. Dit jaar viert onze missionaire Mill Hill organisatie zijn 150-jarig bestaan. Drie jaar geleden nodigde ons hoofdbestuur ons uit om op de proppen te komen met ideeen over een feestelijke viering.Ik dacht toen: zou een opera of musical over mijn collega John Kaiser niet wat zijn. Dat was een legendarische Amerikaanse college van ons, die bij de Maasai werkte. Toen daar in de negentiger jaren onlusten ontstonden omdat de Maasai met lede ogen zagen dat mensen van andere stammen hun land opkochten, sprong hij voor de opgejaagde vluchtelingen in de bres. Dat bracht hem in scherp conflict met plaatselijke politici. Die slaagden er in om hem overgeplaatst te krijgen naar een afgelegen Maasai dorp. Daar kwam hij weer in moeilijkheden met de politici omdat die meisjes verkrachtten. Voor die meisjes spande hij een geding aan tegen hoge omes. Hij werd van alle kanten gewaarschuwd dat hij een gevaarlijk spel speelde. Hij werd ook steeds meer in de steek gelaten, op het laatst zelfs door de verkrachte meisjes die hun aanklachten introkken. Tenssssslotte belde een van die meisjes hem op dat ze wilde onderduiken en vroeg hem haar te komen helpen. Hij beloofde haar op te vaangen op een plek bij Naivasha. Maar toen ze elkaar daar 's nachts ontmoeten overvielen politiemannen hem en werd hij vermoord. Hij had zijn jachtgeweer bij zich, en de moordenaars legden dat zo neer dat het op zelfmoord leek. Dat gebeurde in het jaar 2000.

Daar heb ik dus een libretto van gemaakt, met een dozijn "reien" en dansen. Ik kende John heel goed. We waren geen hele dikke vrienden, want hij was erg Amerikaans conservatief. Maar dit was natuurlijk al te gek. Ook het verdere verloop. De overheid stelde een onderzoek in en nodigde de FBI uit om mee te doen. Politiek lag dit moeilijk omdat Kenia voor de USA een belangrijke bondgenoot was. De Amerikanen gooiden er dan ook een beetje met de pet naar, en gaven als hun opinie dat het wel eens zelfmoord zou hebben kunnen zijn. In de slotconclusie van het committee werd dat: we mogen er van uitgaan dat John Kaiser zelfmoord gepleegd heeft. De Keniase bisschoppen en Mill Hill hebben toen een onafhankelijk onderzoek laten doen en daaruit bleek dat het onmogelijk zelfmoord kon zijn, omdat de dodelijke schoten vanaf twee meter gelost waren. Ook had hij bloed aan de binnenkant van zijn broekzak. Verder lag op de plaats des onheils maar de helft van zijn hersens, waar bovendien helemaal geen stof van de weg aan zat; ook waren er nergens kogels te vinden.De officiele uitslag werd dus: wel degelijk moord. Het was onbegonnen werk om een verder process aan te spannen, dus daar hield het drama mee op. Ik was bij de begrafenis, met duizenden anderen die de politici luidkeels uitscholden; en het meisje dat door de moordenaars als lokaas gebruikt was lag op de kist te huilen. Drama genoeg dus voor een Musical.

Bij Mill Hill wisten ze niet goed wat ze er mee aan moesten. Ze moedigden mij op het laatst maar aan om het in Kenia op toneel te brengen. Een heel jaar lang heb ik in Kenia gezocht naar musici en uitvoerenden, maar het resultaat was nihil. Totdat ik het in Kisumu probeerde via afgestudeerden van onze Kunstacademie. Uit hun midden kwam een uitstekende werkgroep. Die hield in December een openbare auditie waar 16 zangers, 12 dansers en 25 acteurs op af kwamen, uit alle lagen van de bevolking. Ook diende zich een uitstekende musicus aan. Vanaf begin januari hebben die allemaal vier keer per week geoefend. Ik kreeg daarmee wel veel op mijn bord, want zaalhuur en geluidsinstallaties en kostuums en vervoer en uitnodigingen en financien moesten allemaal geregeld worden. Mijn colleges hielden zich afzijdig, want ook voor hen was dit een terra incognita, temeer omdat het jonge Afrikaanse collegas waren; hun jubileum-comitee zei dat ze meenden gehoord te hebben dat de Musical niet door ging. Maar verder liep alles op rolletjes.

Twee uitvoeringen waren er, op vrijdag 20 mei voor genodigden en op zondag 22 mei voor de jongelui van Kisumu, vrije toegang. Beide keren was de grote zaal, met 300 stoelen, vol. Het was echt een groot success. De lui lachten om het bullebassen-gedrag van de politie en om het gekonkel van de politici, en heel wat zaten te snotteren bij de begrafenis en de rouwmoedige aria van het meisje. We zien nu met spanning uit naar de CD die een firma er van maakt.

Ik kan niet heel erg uitgebreid op mijn lauweren gaan zitten rusten. Want over een maandje krijgen we een dozijn bezoekers uit Nederland, die bij onze plaatselijke mensen gaan logeren, kennis maken met onze Pandipieri projecten en de 40 MM wandeltocht van twee jaar geleden weer gaan doen. Onder andere. De vorige week hadden we onze jaarlijkse assemblee van Mill Hillers in Oeganda en Kenia. Daar kon je echt zien hoe onze organisatie grondig veranderd is: van de 45 deelnemers waren er maar een stuk of vijf blank; de rest kwam uit Afrika en India; een teken dat we "katholiek" aan het worden zijn in de oorspronkelijke zin van " open voor alles".

Tot slot: op 14 juli vertrek ik naar Nederland voor mijn driemaandelijks verblijf.

Heel veel groeten.

Hans Burgman

Brief 64 - 26 april 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Toen ik in de vijftiger jaren naar Oost Afrika kwam was Kenia een land dat naar onze begrippen bol stond van de armoe: overal ellende en dingen die verkeerd gedaan werden; en het kwam meteen bij je op om te helpen met gulle hand en wijze raad. Zo is het niet meer. Als je hier nu komt met de leus: we komen de armen helpen, dan zeggen de lui: "Zijn wij dat ?" Wel zijn er nog veel te weinig zaken waar de Kenianen fier op kunnen zijn. Daar zijn natuurlijk de hardlopers. Elke dag vullen die een paar pagina's in de kranten. Vorige week werd ons team van Rugby-met-Zeven wereldkampioen; tjonge, dat was me een feest, ofschoon er niet veel mensen zijn die sjoege hebben van rugby, laat staan zeventallig. Toch is het goed om te beseffen hoe sport een gebied is waarop een "achtergebleven" land in een generatie de wereldtop kan bereiken. Kunst is ook zo'n gebied. Vandaar onze kunst-academie in de sloppenwijken.

Is het wonder dat President Obama hier voor een Keniaan doorgaat? Of zelfs "Kenia's geschenk aan de Verenigde Staten" is, zoals het dagblad THE NATION destijds schreef. Een andere wereldberoemde figuur waar de pers niet genoeg van krijgt is onze Lupita. Dat is een filmster die vorig jaar een Oscar heeft gekregen als beste figurant of zo. Ja, een meid uit Kisumu, en echt een leuk iemand. Maar als je de krant moet geloven ligt de hele wereld permanent aan haar voeten. Een paar maand geleden verscheen ze in Hollywood op een sterren-party met een adembenemende jurk die helemaal van parels gemaakt was; de kranten vermeldden er huiverend bij hoeveel miljoenen shillingen de robe kostte. Maar oei, 's nachts werd het onbetaalbare gewaad uit haar hotelkamer gestolen. Rampspoed en verbijstering alom. Doch niet al te lang. De volgende dag werd de jurk weergevonden, en wel in de vuilnisbak van het hotel: de parels bleken allemaal van plastic te zijn.

Het bezoek van Theo, Marijke en Mart uit Bergeijk was gezellig. Ze kwamen niet om spectaculaire avonturen te beleven, maar om gewone dingen mee te maken bij de gewone lui. Eigenlijk is dat bijzonder, want dan voel je doorlopend kultuurschokken, meestal kleine, en nu en dan krijg je een opdonder. Ze zijn bij Wilfrieda en haar bedlegerige man en haar kleinkinderen met pikkerige handjes op bezoek geweest in het schamele huis waar het rook naar poep en pies en waar steeds meer mensen binnenkwamen. En een paar keer naar een propvolle zondagsmis waar niemand op zijn horologe kijkt en waar niemand papier in zijn hand heeft omdat er genoeg te zien is, en waar ik een klein meisje uit de bank zag komen kruipen om mee te doen met de grote dans-meisjes. En waar groot en klein na afloop nog een tijd gezellig rond blijft hangen. En waar je kinderen van alle maten ziet maar geen enkel wandelwagentje. Kinderen lopen of worden gedragen.

Over wandelwagentjes schiet me een mopje te binnen. Ergens in Europa liep op straat een moeder die een wandelwagentje voortduwde. Daarin zat haar zoontje van zes jaar. Een bezorgde kennis hield haar staande, en vroeg of het jongetje misschien nog niet kon lopen. "O jawel hoor," zei de moeder, "maar godzijdank hoeft hij dat niet".

Over lopen gesproken, met mijn gezondheid gaat het aardig goed; wel worden mijn pasjes steeds kleiner. En alles wat ik doe gaat steeds een beetje langzamer. Daardoor begint de tijd steeds sneller te lopen. Ik heb mijn vliegticket voor half juli al weer besteld. Voor ik het weet is het zo ver.

Veel goede wensen aan jullie allemaal, en bedankt voor het lezen.

Hans Burgman

Brief 63 - 26 maart 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Kisumu Kroniek 63

GOEDE WEEK 2016

Als het waar is.

Dat in den beginne ruimte en tijd ontsproten zijn uit nergens en nooit,

Ja, dan snap ik wel

Dat ik dromen heb van voor de Oerknal.


Als het waar is

Dat waterstof toch wel graag met zuurstof trouwde,

Ja, dan snap ik wel

Dat atomen wilden leren ademen.


Als het waar is

Dat de natuur geen lukraak gebeuren is,

Ja, dan snap ik wel

Dat moleculen "jij" zijn gaan doen.


Als het waar is

Dat leven hoe dan ook niet uitgevlakt wil worden,

Ja, dan snap ik wel

Dat cellen "moeder" hebben willen leren zeggen.


Als het waar is

Dat er echt scheppersbloed bij ons is binnengekomen,

Ja, dan snap ik wel

Dat de Schepper met onze dodelijkheid besmet is geraakt.


Als het waar is

Dat er met Jezus de eerste God is gestorven,

Ja, dan lijkt het me terecht

Dat hij als eerste mens voor verrijzenis in aanmerking kwam.


XXXXXXXXXXXXX

Hans Burgman

Kisumu

Maart 2016

Brief 62 - 29 februari 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De maand februari is bijna om, en mijn Kroniek is nog niet de deur uit. Daar moet ik nog gauw wat aan doen, anders loopt de tijd met me weg. Ik heb trouwens hard genoeg geprobeerd om met de tijd mee te lopen. Men heeft mij hier namelijk een nieuwe woning aangewezen, in een ander gebouw. Dat betekende dat al mijn talloze dingetjes per kruiwagen van het ene huis naar het andere vervoerd moesten worden. Ik had een prima kruiwagenier, maar als hij de wagen in mijn oude woning volpakte moest ik er wel bij zijn om te zeggen wat hij moest opladen; en wanneer hij in mijn nieuwe woning aankwam moest ik er weer bij zijn om te zeggen waar het spul neergezet moest worden. Na drie intensieve dagen was de klus geklaard. Ik ben blij met mijn nieuwe woning. Een klein beetje krapper, maar eigenlijk betekent dit dat ik nu als een piloot dichter bij alle dingen zit die bediend moeten worden. Wel ben ik eindeloos aan het zoeken waar alles gebleven is.

Er is nog iets dat me druk maakt. In de maand mei viert onze Mill Hill Missie-organisatie zijn 150-jarig jubileum. Voor die gelegenheid heb ik twee jaar geleden al een musical geschreven over een van onze missionarissen. Het gaat over de Amerikaan John Kaiser die in aanvaring kwam met de overheid vanwege de vluchtelingen na het stammengeweld van 2008; en daarna pakte hij hooggeplaatste regeringsmensen aan die meisjes verkracht hadden. Dat heeft hij met de dood moeten bekopen. Daar gaat de musical over. 40 Acteurs zijn er voor het drama, en een dozijn dansers die twaalf dansen doen en 16 zangers die 12 speciaal gecomponeerde chorussen zingen. Iedere groep oefent drie maal per week; ik wil daar vaak bij zijn om de druk op de ketel te houden; en ik moet aldoor met geld op tafel komen om het reizen en de tijd van de deelnemers te vergoeden. Vandaag ben ik achter de zaal aan gegaan. We mikken op twee uitvoeringn: een op vrijdag 20 mei voor genodigden, en een op zondag 22 mei voor de jeugd van Kisumu. Het kan een spectaculair succes worden, maar ook een spectaculaire mislukking. Spannend dus. We hebben een nieuw regionaal bestuur voor Oost Afrika, maar dat zijn nieuwe plaatselijke mensen, en die zijn waarschijnlijk bang voor dergelijke ondernemingen, en drukken zich het liefste.

De overgebleven tijd moet ik besteden aan andere komende gebeurtenissen. Daar is het bezoek van Nederlandse vrienden zoals dat twee jaar geleden plaats heeft gevonden: een indringende kennismaking met de plaatselijke mensen, een deelname aan enkele projecten van Pandipieri en het lopen van de 40 MM mars. De datums zijn: binnenkomen vanaf maandag 27 juni en eindigen tot maandag 11 juli, met de 40 MM wandeling op zaterdag 2 juli. Tot nu toe hebben zich 12 mensen opgegeven. Mochten jullie plotseling ontdekken dat jullie toch eigenlijk graag aan zo'n uniek bezoek mee zouden willen doen, geef je dan zonder dralen alsnog op. Ofwel bij Jaap Meester of bij mij.

Nog wat korte berichten. Ger Mooij heeft besloten om in de maand juni voor goed naar Nederland terug te gaan.

Benta, een van de dochters van Kizito, heeft vorige week bij een loterij een miljoen shilling gewonnen, ofwel 10 000 Euro. Het zal me benieuwen wat ze er mee gaat doen. Op de eerste plaats moet ze al 200 000 shilling afdragen aan de belasting.

Toen ik nog op de pastorie van St. Joseph woonde had ik op de veranda spreuken opgehangen. Een daarvan was: STELEN WERKT BEST ZOLANG IEDEREEN HET MAAR DOET. De toepasselijkheid hiervan wordt ons dezer dagen duidelijk. Het is uitgelekt dat regeringsmensen meer dan zeven miljoen Euro achterovergedrukt hebben; maar het is moeilijk om er wat aan te doen, want iedereen die er een zaak van wil maken heeft zelf wat op zijn kerfstok. De algemene opinie is dan ook dat het met een sisser af zal lopen.

In de krant las ik tot twee keer toe dat meer Kenianen toegang hebben tot een telefoon dan tot een toilet. Ik zie het verband tussen die twee trouwens niet.

Heel veel groeten en tot een volgende keer.

Hans Burgman

Brief 61 - 8 januari 2016

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Hier is mijn eerste bericht aan jullie in dit nieuwe jaar, genaamd 2016. Ik haast mij om jullie alle goeds toe te wensen; in haast, want voor je het weet is het jaar al weer voorbij. Heel veel dank ook aan degenen van jullie die mij fraaie gelukwensen hebben toegestuurd voor mijn verjaardag, de Kerst, en Nieuwjaar.

Oudergewooontegetrouw ben ik op 27 december naar Kizito's woonstede in Ligega gegaan (75 km ten westen van Kisumu) om daar vacantie te vieren tot 2 januari. Vorig jaar heb ik een superluie klapstoel gekocht, waarin je helemaal achterover kunt gaan liggen. Dat is een prima aankoop geweest. Ingeklapt past hij in een auto. Hele dagen heb ik daar op gelegen in de schaduw van hoge bomen, lezend, slapend en naar de ganzen kijkend. Twee grote ganzen liepen aldoor om me heen te drentelen met identieke bewegingen, als een-eiige tweelingen. Ze deden mij denken aan dat liedje uit de zeventiger jaren: " Drie Chinezen met een contrabas Die liepen door de straat net als ganzen in de pas." En wat zijn het toch bijzondere dieren. Vogels genieten natuurlijk van het voorrecht dat ze kunnen vliegen. Maar dat heeft hun wel hun armen gekost. Ze moeten nu voortaan alles met hun bek doen. Maar ganzen hebben dat problem knap opgelost: ze hebben van hun nek een arm gemaakt. Die is zo lang dat ze daar alle delen van hun lijf mee kunnen bereiken. En omdat aan het uiteinde hun kop zit kunnen ze alle delen van hun lijf bekijken, beluisteren, en besnuffelen. Dat kunnen wij zelfs niet. Zwemmen kunnen ze, en lopen ook wel. Genoeg redenen voor hen om montere optimisten te zijn. Maar nee hoor, het zijn korzelige sinjeuren.. Eenden waggelden er eveneens rond, en een paar kippen, en ook nog steeds de oude gigantische kalkoen, zo groot dat hij een paar jaar geleden zijn vrouwtje heeft doodgedrukt toen hij er op ging zitten.

Eenmal terug in Kisumu heb ik de ophef van de uitslag van de eindexamens meegemaakt. Eindexamens van de lagere school wel te verstaan. De examens hebben plaats gevonden voor Kerstmis. De uitslagen waren dagenlang voorpagina-nieuws in de nationale dagbladen. De kinderen die het hoogste gescoord hebben worden gevierd als nationale helden. Ze worden geinterviewd. Een van de vaste vragen is altijd: Waar schrijf je je success aan toe? Het vaste antwoord is dan: Aan de hulp van God en aan hard werk. En dan is daar de vraag: Wat wil je later worden? Ze gaan meestal voor edele beroepen zoals doktoren. Dit jaar was er een neuro-chirurg bij, en ook eentje die wat met onroerend goed wou doen. Minder veelbelovend is het lot van de 300 000 kinderen die grandioos gezakt zijn.

Een hardnekkige plaag bij deze examens is het bedrog dat maar niet uit te roeien is. Een van de betere prive-kostscholen van Kisumu liep dit jaar tegen de lamp. De autoriteiten deden daar op de examendag om vier uur 's morgens een inval. En wat vonden ze? Een leraar was bezig om de kinderen alle vragen en antwoorden te geven van het examen van die dag. De leraar is ontsnapt en nog steeds voortvluchtig, en de kinderen zijn allemaal gedikwalificeerd; ze verliezen een jaar. Het aantal gepakte bedriegers liep in de duizenden; je vraagt je af hoeveel er niet gepakt zijn.

Het hele schoolsysteem loopt niet lekker, mag je wel zeggen. Er zijn veel te weinig scholen. En voor de lagere school moeten de kleuters een toelatingsexamen doen. Dat kunnen ze alleen maar als ze een paar jaar op een kleuterschool gezeten hebben. Kleuterscholen moeten betaald worden. Dus echte arme kinderen staan al vanaf het begin buitenspel. Een ander groot probleem is dat de leraren jaar in jaar uit in staking gaan; meestal vanwege het feit dat de regering de beloftes van loonsverhoging waarmee ze de vorige staking hebben bezworen, niet nakomt. Uitzichtloze stakingen zijn het, waarbij niet 10% verhoging wordt geeist, maar 200% of 300%. De kinderen en de ouders worden de dupe.

Sterkte in deze donkere maanden, en tot de volgende keer.

Hans Burgman

Brief 60 - 24 december 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Hier is dan mijn laatste Kroniek van dit jaar. Vanuit een Kisumu dat meer en meer op een wriemelende mierenhoop begint te lijken. Dat geldt op de eerste plaats voor de mensen die zich door de stad bewegen. Het verkeer wordt steeds compacter. Dan praten we over een dichte stroom van auto's, met daar overal doorheen tuktus ofwel drie-wielige riksja's en acrobatische motorrijders met gewoonlijk twee passagiers er bij op, en fietsers. Er zijn wel verkeersregels, maar die gelden niet voor motoren en tuktuks en fietsers en voetgangers. Trouwens, ook maar net voor auto's, want er zijn geen politieagenten in velden of wegen te bespeuren die overtreders zouden bekeuren. De enigste bekeuringen waar je ooit van hoort worden op stukken autoweg gegeven aan chauffeurs die te hard rijden; en dan moet je ofwel onmiddellijk voor de rechtbank verschijnen, ofwel de agent met een flink bedrag omkopen.

De onstuimige groei van Kisumu lees je ook af aan de gebouwen. Het barst hier nu van de supermarkten en de hotels. Een week geleden vierde ik mijn 87ste verjaardag. Om het te vieren heb ik mijn twee collega's en Johan Smorenburg uitgenodigd om het nieuwste hotel te verkennen. Het is een kolossaal gevaarte midden in de stad met een dakterras de grootte van een half voetbalveld, voorzien van een zwembad. Daar hebben we eerst een glas gedronken, bij een schitterend uitzicht over de stad met al zijn lichtjes. En daarna hebben we gegeten in de piekfijne eetzaal. Dat was trouwens niet de enige festiviteit: ik kreeg een cake met inscriptie van mijn twee huisgenoten en een bos rozen van bezoekers, en niet te vergeten de felicitaties van heel wat van jullie. Dus ik kom niks tekort. Zelfs nu zit ik plakken Belgische chocola te eten die verpakt in smetteloos zilverpapier. Ik vind zilverpapier nog steeds mooi. Ik erger mij er een beetje aan dat er tegenwoordig meewarig wordt gedaan over het feit dat wij vroeger als kinderen zilverpapier verzamelden voor de kinderen in Afrika. Ik vond zilverpapier prachtig, en wonderlijk: was het wel papier, en zo niet, wat dan wel? Het schitterde nog mooier dan nieuwe munten en het verloor nooit zijn glans. Je kon het makkelijk scheuren en vouwen, en als je het gefrommeld had kon je het met een omgekeerde lepel weer glad strijken. En voor de kinderen in Afrika zou het ook best leuk zijn. Ach ja.

Wat hebben de praktische grote mensen hen gegeven? Die hebben ze geleerd om kapitalistische spelletjes te spelen die zwanger gaan van corruptie. De landen hier zakken weg in de dikke modder van corruptie. Elke dag lees je in de krant: iedereen die wat probeert te doen aan de corrupie wordt op zijn beurt onmiddellijk ontmaskerd als iemand die zelf corrupte boter op zijn hoofd heeft. De woorden die paus Franciscus hier sprak toen hij op bezoek was vonden veel weerklank bij de gewone mensen. De vraag is of de kerkleiders op alle niveaus zich er wat van zullen aantrekken. Of is het over een paar maand weer " business as usual" ?

Iets wat me de laatste weken bezig heeft gehouden is een musical die ik geschreven heb voor het 150-jarige jubileum van onze Mill Hill Congregatie dat het volgende jaar in mei gevierd gaat worden. De musical gaat over de moord op mijn college John Kaiser, die vijftien jaar geleden opkwam voor verjaagde mensen en meisjes die door ministers werden verkracht. Hij is vermoord, waarschijnlijk in de val gelokt door een meisje dat hij hielp, en doodgeschoten door de politie. Het officiele onderzoek zei dat hij weeel zelfmoord zou hebben gepleegd. maar een onafhankelijk onderzoek stelde vast dat hij inderdaad vermoord was. Er komen een dozijn koorliederen in de musical voor en een dozijn dansen. De oud-studenten van de Art School hebben nu de taken op zich genomen om aan het acteren en de koorzang en de dansen gestalte te geven. Ik blijf de algemene regisseur. Het wordt wel wat.

Het geweld in het wilde oosten van het land kunnen ze niet onder controle krijgen. Vanuit het buurland Somalie komen dan guerillas over de grens die dorpen en bussen overvallen en de Christenen vermoorden. Vandaag las ik in de krant dat bij een jongste bus-overval de mohammedaanse passagiers geprobeerd hadden om de christen passagiers te verbergen met hun eigen kleding.

Mag ik jullie tot slot mooie Kerstdagen toewensen en een beter nieuw jaar. Ik blijf vast geloven in ons werk. Tegenwoordig zeg ik tegen de mensen dat het Evangelie van Jezus een soort kruip-olie is die vastgelopen zaken weer los kan krijgen. Dat is " verlossing".

Tot de volgende kroniek in het nieuwe jaar, 2016 nog wel; zou het ooit ophouden?.

Hans Burgman

Brief 59 - 2 december 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Het lijkt wel een eeuwigheid geleden dat ik jullie mijn laatste brief stuurde. Vanwege groeiende medische beslommeringen ben ik deze keer vier maand in Nederland geweest in plaats van drie. Ze zeggen dat ik er bar slecht uit zag in juli toen ik uit Kisumu kwam, alhoewel ik mij patent voelde; en nou zeggen ze dat ik er weer patent uitzie; en uiteraard voel ik mij nog steeds patent. Mijn reis verliep vlot, omdat ik een rolstoel besteld had. En dan kan je bijna niks gebeuren, behalve kiespijn. Toen het toestel in Brussel omhoog ging kreeg ik plotseling barre kiespijn. Gelukkig had ik een ruime voorraad paracetamol bij me, en dat heeft me het leven dragelijk gemaakt. Johan Smorenburg die ik hier in Kisumu aantrof vertelde mij dat hij ook wel eens in een vliegtuig kiespijn kreeg bij het opstijgen. Volgens zijn tandarts kon dat helemaal niet, maar Johan en ik waren het toch wel eens dat de kiespijn geen inbeelding was. De tandarts in Kisumu, die ik op de dag van mijn aankomst bezocht hield het op een infectie, en gaf mij pilletjes die uiteindelijk toch wel hielpen. Zouden Johan en ik iets nieuws ontdekt hebben?

Als je zo terugkomt bekijk je de stad Kisumu met nieuwe ogen. En dan besef je hoe chaotisch het verkeer aan het worden is. Niet alleeen is het aantal voertuigen blijkbaar verdubbeld. Maar ook worden plotseling op diverse plaatsen de straten opgebroken zonder dat er een omleiding wordt aangegeven. Hier komt dan nog bij dat midden in de stad een rijschool voor grote vrachtwagens opereert die er voor zorgen dat er aldoor zeven kanjers van gigantische gele lorries het verkeer blokkeren. Wat het typische verschil is met het verkeer hier en dat bij jullie? In Nederland rij je goed wanneer je alle voorschriften en aanwijzingen in acht neemt; hier rij je goed wanneer je niets of niemand raakt. De verkeersregels zijn er wel, maar worden niet opgevolgd, en niemand die je zal bekeuren.

Iets dat de gemoederen van de mensen onlangs dagenlang bezig hield was het bezoek van de Paus. Men raakte er maar niet over uitgepraat dat hij in een kleine auto reed. Hier heeft alles wat belangrijk is een overtreffend groot bakbeest van een auto. De nieuwe bisschop van Kakamega kreeg er dit voorjaar zelfs drie stuks aangeboden. Bij de andere bisschoppen is het ook niet mis, en de lui moesten daar erg om gniffelen. Maar goed, tijd heelt alles, en over en paar maand kunnen ze weer normaal protserig doen.

Een konstant thema van de Paus was de alles doordrenkende corruptie. Daar is natuurlijk de kleine corruptie. Op het vliegveld van Nairobi zei mijn rolstoeldrukker: "Had u mij nog iets kleins willen geven?" Ik antwoordde: "Weet u niet dat je mensen in een rolstoel geen tip mag vragen?" Hij weer: "Ah, u hebt gehoord dat het onlangs wettelijk verboden is om een tip te vragen?" En dan is er het euvel van de grote curruptie. Daar raak je zo een-twee-drie niet van af. Dat heeft te doen met de manier waarop volgens de cultuur mensen met hun geld omgaan. Op de eerste plaats, bedenk dat geld hier nog nauwelijks honderd jaar oud is. Ten tweede, verzekeringen bestaan hier haast niet. De plaats daarvan wordt ingenomen door wat wij in Twente de noaberplicht noemen. Wanneer iemand iets duurs overkomt hebben alle familieleden, buren en vrienden de plicht om een flinke bijdrage te leveren. Dat heeft voorrang boven alles. Geld waarmee je beloofd had om schuld af te betalen gaat daar naar toe; en geld voor de scholing van je kinderen; en de premie voor het ziekenfonds. Wat het iets dragelijker maakt en tegelijk onoplosbaar is het feit dat ze allemaal in dezelfde boot zitten. Hun hoop is vaak dat de goede God er voor zal zorgen dat hun gesjoemel niet ontdekt wordt. Meestal is dat ook wel zo. Daarom bloeit de godsdienst hier.

Ik ben op drie tijdschriften geabonneerd: The Tablet, VolZin en Streven. Vier maand weg zijn betekent dan dat er een stapel leesmateriaal op mij te wachten ligt. Mijn geliefde bezigheid is nu dan ook om liggend in mijn luie klapstoel de achterstand in te halen. Moet gebeuren. Heerlijk.

Om met de wereld hier op peil te blijven lees ik dagelijks ook het nationale dagblad. Daar kom je ook nogal eens merkwaardige dingen tegen. Wat denken jullie hier van? Voor het opwaarderen van telefoons koopt men hier meestal een kaartje, waarop het in te voegen nummer verborgen ligt onder een laagje zwarte verf; die moet je dan met een muntje wegschrapen. Deze week schreef iemand in de krant dat het een schande was dat er op die manier miljoenen munten verloren gingen aan het schoonschrapen van bel-tegoed-kaartjes. Zijn voorstel was dat de regering speciale schraapmuntjes op de markt moest brengen om kapitalen te besparen. Nou dan.

Er zijn nog diverse andere dingen om over te schrijven, want het is hier de gewoonte om de vervelendste problemen op te sparen tot ik weer terug ben. Maar daarover een volgende keer.

Heel veel plezier met Sinterklaas, en verder alles wat goed is.

Hans Burgman

Brief 58 - 12 september 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

SYMPOSION

Beste Vrienden,

Vroeger hielden we onze jaarlijkse Vriendendag in Oosterbeek in het St. Jozefshuis van Mill Hill. Het programma begon dan met een levendige Eucharistie-viering. Daarmee raakten we twee belangrijke steunpilaren van onze Pandipieri Vriendenkring. Ten eerste, het feit dat we samenkwamen in het Mill Hill huis was een teken dat we de aansluiting waardeerden van professionals in ontwikkelingswerk. De Eucharistie-viering was het teken dat we onze inspiratiebron zochten in het eenvoudige evangelie, ontdaan van dogmatische twistpunten.

De nieuwigheid heeft zich in de loop der jaren zichtbaar gemaakt als de Pandipieri-filosofie met zijn vier steunpunten. Eerste punt: waar een gemeenschap in nood is, de oplossing moet komen uit diezelfde gemeenschap. Tweedens, Wie een deel wilde uitmaken van de community-oplossing, moet eerst een deel van die gemeenschap worden. Ten derde, Voor het opbouwwerk moeten zoveel mogelijk plaatselijke resources gebruikt worden, en wel vooral de vrijwilligers van die gemeenschap. Het vierde programmapunt is dat onze bron van inspiratie het eenvoudige evangelie zal zijn. Langs die richtingwijzers hebben we de afgelopen 35 jaar gewerkt. De resultaten waren indrukwekkend. Twee jaar geleden publiceerde Paus Franciscus zijn manifesto Evangelii Gaudium.; dit beleidsprogram wekte de indruk dat de paus stage had gelopen in Pandipieri.(Voorstel).

Vorig jaar koosden de mensen een andere term voor de bijeenkomst, en wel Symposium. Dat is een naam die zijn oorsprong vond in de oude Griekse wijsbegeerte van mannen zoals Plato. Het woord betekent letterlijk Drinkgelag: een bijeenkomst van vrienden die allerlei problemen bespraken onder het genot van wijn. (Voorstel).

Gewoonlijk had onze Vriendendag een thema. Voor de huidige vergadering hebben de organisatoren als thema gekozen " Kunst, Religie en Humor". Deze keuze sluit aan bij de steunpilaren van mijn eigen filosofie: als mensen werken wij vanuit drie verschillende: het werk van onze handen, van ons hoofd en van ons hart. Kunst is inderdaad gebouwd op het scheppende werk van onze handen; religie probeert de lijnen te zien die vanuit ons bewustzijn de eindeloze ruimte inlopen; en humor zit in het hart als het gebied van vriendschap en liefde. Kunst, religie en humor. En deze drie gedragen zich als communicerende vaten. Het is een bijzonder goede keuze. Vanuit deze gegevenheden kunnen wij goed commentaar leveren op en actie ondernemen tegen de gigantische problemen van onze huidige wereld: corruptie, zelfzucht, en godsdienstige verdwazing.

Nog eventjes wat anders. Bij mijn vorige bezoeken had ik altijd een auto ter beschikking. Dit jaar heb ik besloten om met deze gewoonte te breken. Dat doe ik vanwege de vele geneesmiddelen die ik moet slikken. Daar zitten enkele onder die invloed kunnen hebben op het rijgedrag en vooral ook de verzekering. Dat wil zeggen dat ik jullie niet zo makkelijk zal kunnen bezoeken. Helaas. Wie mij wil zien wordt aangeraden om naar de Vriendendag/Symposion te komen op zaterdag 26 september in Utrecht ( http://www.fam-ahne.nl/pandipieri/symmail/content.html ). Nu ga ik een beroep doen op de electronische nieuwspaden. Het beste aan jullie allemaal. En tot ziens.

Hans Burgman

Brief 57 - 4 juli 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De roof-overval van drie weken geleden blijft een dagelijks onderwerp van gesprek. Fr. Alois heeft een paar van onze deuren versterkt met ijzeren geraamtes en grote hangsloten. Hoe de overval verliep hebben jullie in mijn vorige Kroniek kunnen lezen.Het feit dat ik vorig jaar mijn ganse harde schijf op een grote externe schijf heb mogen overhevelen heeft mij veel ellende bespaard. Alhoewel, alles wat ik daarna hebt geschreven, is natuurlijk foetsie. Maar het grootste malheur is dat de nieuwe laptop die ik de volgende dag aanschafte, een ander soort termen heeft, en zodoende moet ik als het ware weer opnieuw leren lopen. Ik krijg wel veel raad, zo in de trant van: " Goh, stuur dan aan allemaal een brief rond waarin staat dat degenen die brief niet krijgen meteen moeten terugschrijven dat ze de brief niet ontvangen hebben." Een andere collega zei: "Als jij zulke moeilijkheden niet kunt oplossen moet je geen computer nemen." Hoe dan ook, het blijft een geharrewar van jewelste, En daarbij, hoe langzamer je zelf beweegt, hoe sneller de klok gaat. Om nog even over rovers te praten, vannacht was er weer een overval hier; tegen half drie liep een van onze wachters tegen twee indringers op; de ene vluchtte en de andere vloog hem naar de keel, en vluchtte even later ook. Wij zijn dus deze keer niks kwijt geraakt.

De corruptie ettert maar door. Zo gauw iemand wegens corruptie voor het gerecht wordt gedaagd, komt de tegenpartij met karrevrachten rotzooi aandragen. Vroeger werd dan graag de schuld gegeven aan het koloniale bestuur. Dat gaat in steeds mindere mate op. Wat denken jullie hiervan. Een hele hoge ome wilde een vrouw op zijn werkkamer verkrachten. Om zich te beschermen tegen HIV-besmetting had hij een dokter ingehuurd, die de vrouw eerst moest onderzoeken of ze ook met HIV besmet was. Ze was niet besmet; dus kon de hoge ome veilig zijn gang gaan. Alleen, de vrouw was moedig genoeg om de hoge piet aan te klagen. En wat die dokter betrof, dat was helemaal geen dokter.

Terwijl de gewone mannen of vrouwen eindeloos moeten wachten op de aan hen beloofde salaris-verhoging, gunnen de parlementariers zichzelf zoveel douceurtjes, dat hun tochal torenhoge inkomen er door verdubbeld wordt. Dit bewijst de juistheid van de stelling dat mensen niet stelen omdat ze arm zijn, maar omdat ze rijk zijn. Dit werpt ook een interessant licht op de oude vraag of er nog wel behoefte aan missionarissen. Er hier is in ieder geval wel een ontzettende behoefte aan wederzijds vertrouwen. Dat breng je niet zomaar teweeg. Ik kan me nog wel herinneren dat er in de ontwikkelingswereld gezegd werd om geen geld aan de missionarissen te geven, want die gebruiken het toch maar om zieltjes te winnen, nee, geef het aan de regeringen; dan weet je dat het bij de arme mensen terecht komt. Een generatie later werd het: Geef het vooral aan de regeringen. Tegenwoordig word de cirkel weer rond: geef het geld aan de NGOs; dat is nu aan de hand: mensen die met kleine NGOtjes. Nee, de cirkel is nog niet helemaal rond.want bij heel wat NGO' s gaat het nog steeds om geld.

De vorige week stierf een goede vriend van mij, de notaris Menezes, een van de laatste Goanezen die nog in Kisumu wonen. Hij had de wens geuit dat hij gecremeerd zou worden. Je moet bedenken dat er hier geen echte begraafplaatsen zijn omdat de plaatselijke Afrikanen op hun familie-erf begraven worden. Er zijn wel een paar stukken land voor de begrafenis van niet-Afrikanen, maar dat zijn stukjes wildernis. De laatste keer dat we daar iemand begroeven moesten er wachters gehuurd worden om te voorkomen dat boeven de kist zouden opgraven en weer verkopen. De familie Menezes had dus geregeld dat hun vaders lijk op het Hindoe-crematorium verbrand zou worden, op een echte brandstapel. Met veel egards brachten we de zeer kostbare kist naar de plek waar de stukken hout al klaar lagen. Tot mijn verbazing zag ik hoe de kist weer opengemaakt werd, en het dode lichaam van mijn vriend er weer uitgehaald werd en tussen de blokken hout werd gelegd; waarna het hout rijkelijk met een soort boter werd ingesmeerd. Het spetterende en knallende vuur liet daarop aan duidelijkheid niets te wensen over. Wat ze met de kist gedaan hebben kon ik zo gauw niet ontdekken; ik denk van tweedehands verkocht. De as hebben we de volgende dag op een mooi plekje in zijn tuin begraven.

Met mij gaat het goed, al loop ik slecht. De Nordic walking sticks. Het nadeel is wel dat je bij het lopen met twee stokken geen hand over hebt om iets mee te doen bij het lopen. Een derde hand zou wel een uitkomst zijn. Jammer dat Moeder Natuur daar niet op is gekomen, terwijl dit eigenlijk makkelijk had gekund. Kijk maar eens naar een bepaald soort apen: die hebben een staart die als grijp-arm gebruikt wordt. In ons staartbotje zitten ongebruikte mogelijkheden om ons van een derde hand te voorzien. Ook in de neus zitten interessante mogelijkheden: kijk maar eens naar de olifant.

Nog een laatste nieuwtje. Onlangs is een lang overleden missiezuster door de Paus heilig verklaard. De Keniase regering wilde zich niet onbetuigd laten, en schonk aan de nieuwe heilige een kogelvrije tombe.

Over twee weken ga ik weer naar Nederland voor een periode van drie maand. Hopelijk zal ik dan weer velen van jullie ontmoeten. Het ga jullie goed

Met de hartelijke groeten,

Hans Burgman

Brief 56 - 25 mei 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Er wordt op het ogenblik veel gebouwd in Kisumu: hotels, luxe woon-flats en verbindingswegen. Daaraan kun je merken dat men nogal wat verwachtingen koestert omtrent deze stad. Of de toekomst goed dan wel slecht uitvalt hangt van diverse factoren af. Het klassieke verhaal is natuurlijk dat de armoede de wereld uit geholpen moet worden. Was het maar zo simpel. Maar goed, Kisumu gaat blijkbaar vooruit. We hebben nu sinds kort ook een neuroloog. Dat komt mij prima uit, want mijn neuroloog die ik elke drie maand moest opzoeken en die in Nairobi woonde, is met pensioen gegaan. Ik kan nu dus gewoon hier ter plaatse terecht. Makkelijk, en toch ook wel gemoedelijker; er is bovendien ook een nieuw klein ziekenhuis naast de neuroloog, met alle faciliteiten.

De neuroloog is een Luo, dus als ik dan in de Luo-taal begin scoor ik meteen hoog. Hij vond dan ook dat we eerst nog maar eens foto's moesten laten maken van de gewrichten. Naast de deur in het nieuwe gemoedelijke ziekenhuisje, hupsakee, in het Luoos. Toen de rontgenzuster mij een kussen onder de rug schoof, en ik in het Luoos mompelde dat ik hoopte dat er geen bedwantsen in zaten kon de ochtend niet meer kapot. Drie kwartiertjes wachten en astublieft, eerwaarde heer, hier is het resultaat. "Ja, de foto's brengen we straks wel na, want de machine doet het nu even niet". Ik kijk in de grote envelop; daar staat: "Voor Angelina Atieno". "Ho ho, zuster, dit is de verkeerde". Momentje, momentje. Hier komt meteen de goeie envelop. Ik kijk en zie: "Resultaten van de foto van de rechterknie". "Ho ho zuster, het moet de linkerknie zijn". Ook dat wordt gemoedelijk gecorrigeerd. Even later komen ook de foto's zelf. De neuroloog raadt mij aan om bij de fysiotherapeut in behandeling te gaan. Ook hier is het gemoedelijkheid troef; je gaat er voor je plezier naar toe. Bij de grote kassa van het ziekenhuisje - je moet eerst betalen voor je behandeld wordt - heeft de kassier bijna nooit wisselgeld; hij spurt dan even naar de friet-tent aan de overkant van de straat. Gaat prima.

De laatste drie jaar is het verkeer in Kisumu drastisch veranderd vooral door de komst van gemotoriseerde driewielers en motorfietsen. In zijn algemeenheid mag je zeggen dat er belangrijke verkeersregels zijn, maar die gelden niet voor motoren, fietsers en toek-toeks (de riksha's). Die mogen in alle richtingen rijden; met of zonder licht; met zijn drieen op de motor is heel normaal. Wil je een bed vervoeren, dan zet je het op zijn dwars op de bagagedrager; van een tien meter lange bundel ijzeren draden, voor in het beton, leg je het ene uiteinde op motor of toek-toek, en het andere uiteinde sleep je over de grond mee. Om te stoppen hoef je niet naar de kant van de weg, nee, dat doe je midden op de straat of pal voor een zijstraat. Heel belangrijk is het dat je als chauffeur hierbij niet je goede humeur verliest. De slalommende bestuurders lijken meer op circus-artiesten die in de nok van de grote tent trots hun halsbrekende toeren uithalen. Sinds ik hun capriolen met een knip-oogje beloon, rij ik veel onbezorgder. Binnenkort ga ik voorstellen om op de gevaarlijkste kruispunten tribunes op te richten van waarop het publiek in alle rust kan genieten van de verkeers-acrobatiek.

De grote droogte is net op tijd opgehouden. Het gele gras is plotseling overal weer groen geworden. Wel moet men bedenken dat regenbuien niet enkel maar rozegeur en maneschijn zijn. Het is tamelijk normaal dat bij een regenbui de electriciteit uitvalt. Om die weer op gang te krijgen kan een heel gedoe zijn. Hetzelfde met onweer; daar heb je dan nog bliksem-inslag bij. Over bliksem gesproken, bij onweer de vorige week herinnerde iemand ons aan de droge Achterhoekse humor van wijlen collega-pater Verweij. Volgens hem moest je bij zwaar onweer op een geit gaan zitten. Als je dan vroeg van "Waarom?", kreeg je als antwoord dat hij nog nooit gehoord had dat iemand die op een geit zat door de bliksem was getroffen.

Met mezelf gaat het wel goed, zij het dan dat ik me steeds langzamer beweeg. Hoe langzamer je jezelf beweegt, hoe sneller de tijd gaat. Voor ik het weet zit ik weer in het vliegtuig naar Europa: dat zal vrijdag de 17de juli zijn. Hopelijk zie ik dan velen van jullie weer.

Met de hartelijke groeten,

Hans Burgman

Brief 55 - 4 april 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Mag ik jullie allemaal een geinspireerd Paasfeest toewensen, een Paasgeloof waardoor we meemaken dat onze mislukkingen toch goed aflopen. De cultuur van de Luo-mensen hier slaagt er aardig in om de angel uit de dood te halen. Dat heb ik kunnen zien, toen we Agnes Oggot begroeven.

Agnes zat vroeger in het hoofdbestuur van Pandipieri/KUAP. Twee jaar geleden heeft ze haar huis gul geopend om onderdak te bieden aan de bezoekers uit Nederland: Hanneke Mijnhart heeft toen bij haar gelogeerd. Kort daarna kreeg ze longkanker. Half maart heb ik haar nog opgezocht, en leek ze wonder boven wonder te zijn genezen door chemo-kuren en bestralingen.. Twee dagen later bleek ze toch weer uitzaaiingen te hebben, en klapte ze in elkaar. De begrafenis vond plaats op het voor-ouderlijke erf van haar man. Er waren een paarduizend mensen. Er was eten voor iedereen. Urenlang hielden familieleden en vrienden toespraken om hun verknochtheid aan Agnes te benadrukken. Het gebeurde nogal eens dat te spreker in tranen uitbarste; dan zette het koor meteen een lied in om de spreker de kans te geven de draad weer op te pakken, Op het einde van de Requiem-mis ging haar man naast de open kist zitten, en kwamen alle aanwezigen in een lange rij al dansend naar hem toe om hem om hem op te monteren. Dat deed hem duidelijk goed en bracht een brede lach op zijn gezicht. Het grote geween kwam toen de kist langzaam in het graf zonk. Ja, je gaat hier niet zo maar eens eventjes naar een begrafenis. Het is een groots gebeuren.

In vorige brieven heb ik gemeld hoe de corruptie onwaarschijnlijke afmetingen heeft aangenomen. Als het waar is dat de corruptie practisch 100% is, wie zal dan op de gerechtszetel plaats nemen? De huidige regering probeert het wel: een onderzoek heeft de namen van tientallen hooggeplaatste knoeiers opgeleverd, en nou zegt de President dat al die lui op moeten stappen. Maar bijna al die lui weigeren om dat te doen. Neem nou dit geval. Een belangrijke dame had de zakelijke medewerking nodig van een parlementslid. Die vond dat een verkrachting wel in het overleg paste. Omdat je dan wel moet oppassen voor HIV had hij een dokter opgetrommeld die deze dame een bloedproef moest afnemen. Toen zij dat weigerde hebben ze haar met geweld die proef afgenomen; ze bleek negatief te zijn, dus kon de edelachtbare heer met een gerust hart zijn lusten op haar botvieren. Zij is later toch naar de rechter gestapt; uit onderzoek bleek dat die dokter helemaal geen dokter was, dat de dame HIV-negatief was, maar de hooggeachte heer op zijn beurt wel HIV-positief. Volgens de laatste berichten is de hoge ome nu gearresteerd. Maar de president maakt zich op die manier natuurlijk wel vijanden op hoog niveau. Terwijl hij vanwege de aanslagen van de fanatieke Islam-strijders de medewerkers van het hoge niveau nodig heeft. Jullie moeten je cchter geen zorgen over ons maken. De terreur-aanslagen vinden aan andere kant van het land plaats. Wie er over denkt om in juli hier naar toe te komen: Kisumu is een veilig oord.

Er is ook wel goed nieuws. Voor drie van de door ons opgeleide kunstenaars is er vorige week een exhibitie geopend in een galerie in de grote supermarkt. Daarvoor hadden ze deze tentoonstelling in Nairobi gehad, en wat stukken verkocht. Ik ben wel benieuwd of ze hier ook wat zullen verkopen, want ze houden hier dezelfde prijzen aan als in Nairobi: zo tussen de 1000 en 2000 Euro. Het zijn wel grote schilderijen, zo van een vierkante meter; maar het lijkt mij te duur.

Om nog even op begrafenissen terug te komen, een maand geleden is John overleden, die verstandelijk gehandikapte man die elke zondag in de kerk tekeer ging. Ik heb meermalen over hem geschreven. Zijn doordeweekse werk was: in de binnenstad ronddwalen en keihard schreeuwen. Deze keer maakte hij het te bont: hij beschadigde geparkeerde auto's. Hij is toen flink afgeranseld, zo flink dat hij drie dagen later bezweek. Ik ben naar zijn begrafenis geweest. Alles liep goed, veel mensen en alles normaal. Dat was ook wel terecht, want als je eenmaal dood bent, ben je niet gek meer.

Wat mijzelf betreft, ik leid een rustig leven. 's Woensdags houd ik in Nyalenda Centre een Evangelie-overweging met enkele mensen; elke vrijdagmorgen geef ik les in model-tekenen (Molly is het model); hier houden de modellen overigens hun kleren aan. En elke zondagavond ga ik in Nyalenda sjoelen met een stel jonge mensen. Ik verlies meestal wel; maar welke 86-jarige heeft het voorrecht om te mogen sjoelen in een Keniaanse volksbuurt. Je hoort mij dan ook niet klagen. Hopelijk maken jullie het allemaal net zo goed als ik. Tot een volgende keer.

Hans Burgman

Brief 54 - 12 maart 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Hier is allereerst een vraagje dat jullie kunnen overdenken bij het lezen van deze brief. Wat is het voordeel van een overheidsgebouw van 11 verdiepingen dat geen lift heeft?

Vorige week ben ik uit eten geweest met twee Nederlandse meisjes van rond de twintig die via de organisatie Dare2Go (vroeger Jongeren en Missie, nog vroeger Missie en Jongeren) een aantal maanden in onze programmas meedraaien en in ons Nyalenda Centre logeren. Je mag wel zeggen dat we doorlopend bezoek hebben van die groep jongelui, en ik probeer steeds om zo nu en dan eens met hen te kletsen. Ook om zelf op de hoogte te blijven van de opgroeiende Nederlandse generatie. Mijn overwegende indruk is dat het bijna altijd vriendelijke, geinteresseerde en goedwillende jongelui zijn. Maar waar ik wel aan moet wennen is dat ze bijna niks meer van godsdienst weten. Ik vroeg de ene: "Weet je wie Abraham was?" Nee, daar had ze nooit van gehoord. "Heb je dan wel eens van Judas gehoord?" Nee, die naam zei haar ook niets. Hele leuke meid hoor, maar duidelijk opgevoed met de overweging dat religie onbelangrijk is. Ze was daar overigens helemaal niet trots op. Maar ik vind wel dat zo iemand nu gehandicapt is: ze kan niet meedenken over de toestanden in het Midden Oosten, in India, in het Verre Oosten, in Zuid Amerika, in Afrika. Practisch over de hele wereld, zo zei een commentator op de TV onlangs, is het begrip "ras" vervangen door het begrip "religie". Zijn dit nu de kinderen van de generatie van vijftig jaar geleden, die zei dat ze hun kinderen geen bepaalde godsdienst gingen bijbrengen, en dat die zelf maar moesten kiezen wanneer ze 18 waren? Die hebben nu in feite helemaal niets om van te kiezen. Bij het andere meisje was nog wat blijven zitten. "Ik laat mijn kinderen later katholiek opvoeden; dan horen ze veel leukere verhalen", zei ze.

Ook Afrikaanse jongedames worden mij gegund. Vorige week was Christina daar plotseling weer. Tien jaar geleden toen ik nog pastoor was van de St. Josephs parochie, kwam ze geregeld binnenvallen. Te dik en helemaaal niet gelukkig: een akelige stiefvader, aldoor ruzie met de moeder, en geen vriendinnetjes. En een beetje verliefd op mij; ze kwam aldoor om postzegels. Nu was ze plotseling weer daar. Te dik en heel zachtjes pratend. Ze had twee kindjes nu: een van zes en een van twee. En de moeder? Die was met de stiefvader vertrokken naar het Kisi-gebied, ziek. Nog andere familie? Haar moeders familie woonde bij Mombasa in de buurt, ver weg. Haar vader in Mombasa had ze nooit gekend: al voor haar geboorte was haar moeder bij hem weggelopen voor een andere man; Christina was nog steeds naar haar vader aan het zoeken. En de vader van haar kinderen? Die wilde niks meer met haar te maken hebben. Hoe komt ze nu aan de kost? Ze verkoopt oliebollen op straat. Om half zes 's morgens gaat ze daar zitten, tot tien uur, en dan 's middags weer van vijf tot acht. Ze maakt oliebollen volgens een recept van haar oma, met nootmuscaat er in. "Hoeveel verkoop je er per dag?" "Honderdtwintig". "En wat is je winst?" "Vijftig shilling per dag ( een halve Euro)". "Hoe oud ben je nou?" "Vijf en twintig" zei ze. Tja, tja, Christina, neem nog een plakje cake; en wat bananen. Ze haalt een boekje uit de plastic zak die ze bij zich heeft. "Dat hebt u me vroeger eens gegeven". Binnenin zit een foto van een jongeman. Dat is haar vriend, zegt ze, al een paar jaar. Ze had bij hem weer geleerd dat ze iemand lief kon hebben. Hij hield ook van haar en van haar kinderen. Hij wilde haar trouwen. Maar twee weken geleden was hij gestorven, vergiftigd door zijn stiefmoeder. Vorige week hadden ze hem begraven. Ze snapte niet hoe God zoiets kon toelaten. Ik heb haar bij het afscheid honderd Euro in de hand gedrukt, mij de vorige maand door een van jullie toegestuurd voor een goed doel. Wel veel, maar toch nog minder dan wat het mij vorige week gekost had om mijn e-mail-verbinding weer op gang te krijgen.

Oh, nog even dat hoge gebouw zonder lift. "Het voordeel is", zei mijn vriend die voor het OMA project geregeld naar de elfde verdieping moest, "dat de ambtenaren altijd op hun bureau te vinden zijn, want de reis naar buiten is hun te ver". Heel veel groeten uit heet Kisumu (39 graden eergisteren).

Veel groeten uit een zeer heet en veel te droog Kisumu.

Hans Burgman

Brief 53 - 28 januari 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Deze brief zou al veel eerder op weg zijn gegaan, ware het niet dat onze internetverbinding danig in de knoop zit. Al meer dan een week is de verbinding zo zwak dat er nu en dan bij mij wel een bericht binnenkomt, maar niks weggaat. Het kontaktverlies begon in de weekeinden, alsof de provider dan de zaak maar aan het lot over liet; en het werd steeds erger. Nu is het permanent, en er is niemand bij wie je je beklag kunt doen. Dan zeggen ze: "We komen over een half uurtje", maar niemand komt. Ik heb het vermoeden dat de mensen van die firma het gewoon moe zijn, en nu alles maar laten lopen. Dat komt hier vaker voor. Waar worden ze moe van? Om alles op zijn Europees goed te doen. Met onderhoud bijvoorbeeld. Daar houden ze niet van. Want onderhoud wil zeggen dat je iets repareert wat niet kapot is. Hier wachten ze liever tot het kapot is. Anders bof je ook nooit.

Heel Kenia raakt op het ogenblik in de knoop met de alom heersende corruptie. De corruptie is nu normaal, en wat normaal is merk je niet meer. Totdat. Onlangs zijn er zowel in Engeland als Amerika zakenlui in de gevangenis gegooid omdat ze smeergeld hadden betaald aan Keniaanse autoriteiten. Zo komt dan de zaak op gang: men moet natuurlijk die autoriteiten hier nu ook aanpakken. Maar het committee dat dat moet doen wordt door parlementariers aangeklaagd omdat die lui zelf ook boter op hun hoofd hebben. Anderen publiceren dan weer bewijzen dat die parlementariers zaken getild hebben. En zo komt de modder-avalanche op gang. Er zit best een tragisch kantje aan, want ergens is corruptie soms wel eens ietwat respectabel. In deze cultuur, maar in Nederland ook wel. Wat te denken van: "Wie niet sterk is moet slim zijn"? En, als iemand je een voordelig accoord heeft gegund mag je hem toch uit dankbaarheid wel een presentje geven? Dat geldt vooral in een orale cultuur waar niet alles op papier komt. Er zitten overal ter wereld nog restanten van orale cultuur. Lang geleden was er nog een andere cultuur: die van jagers en zoekers: Alles wat niet beschermd werd door een al te machtig wezen mocht meegenomen worden. Daarom nemen wij nog steeds de kippen hun eieren af en de bijen hun honing. Daarom worden overal ter wereld de armen nog steeds beroofd. En als je hier bij een ongeluk bewusteloos wordt raak je waarschijnlijk al je spullen kwijt. Ik zeg niet dat dat goed is, ik wil zeggen dat voor eerlijkheid een aparte duw nodig is: die komt niet vanzelf. Het ingewikkelde van de zaak is dat die duw vaak verborgen zit in een religieus pakket; en wie dat religieuze pakket weggooit gooit dan meteen die duw weg.

Als missionaris zit ik dus wel goed. Ik kan met volle overtuiging preken dat wie "ja" zegt "ja" moet bedoelen en niet "ja ja". Dat belofte schuld maakt, en niet zomaar beleefdheid is. Dat je geen misbruik moet maken van je macht. Dat je de sukkelaars een helpende hand moet geven. Dat als je kunt bedriegen, en niemand kijkt, je het toch niet moet doen. Dat het je niet zal lukken om twee heren te dienen: God en Poen. Dat je het kwade door het goede moet overwinnen. Staat in het Evangelie, en zodoende heb ik goeie ammunitie tegen corruptie en voor de vereiste gedragsverandering.

Behalve een paar frustraties vloeit mijn leven hier via allerlei kronkels genoeglijk verder. Ons huis is een soort logeerplek voor passanten, vaak interessante lui. Onlangs nog een stel oude collega's met oude sterke verhalen. Dit keer ging het over de plaatselijke taal, en hoe we die mishandelen. Inderdaad. Ik hoor een collega nogal eens in de kerk zeggen: "De stier (ruath) zij met u" in plaats van "De Heer (ruoth) zij met u". Er is een buurtparochie in een plaats die Chiga heet; als je dat een beetje verkeerd uitspreekt wordt het "mijn vrouw", en dan horen ze de pastoor zeggen: "Ik ga even naar mijn vrouw". Van dergelijke valkuilen hoorde ik al in de vijftiger jaren in Oeganda. Daar betekende het woord "manna" het vrouwelijk geslachtsorgaan; het werd dus "manhu". Onlangs hoorde ik dat in de Oostafrikaanse Teso-taal het woord voor "geloof" vlak bij het woord voor "penis" ligt. Een missionaris die in zijn preek de mensen wilde aansporen om toch vooral aan hun geloof vast te houden, snapte niet waarom de mensen in de kerk slap lagen van het lachen.

Veel groeten uit een zeer heet en veel te droog Kisumu.

Hans Burgman

Brief 52 - 25 januari 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Het is menig opmerkzame bezoeker opgevallen dat veel dames hier een dikker achterwerk hebben dan in Nederland. Dat verschijnsel heeft een naam: Steatopygia, en is dus waar. Maar het is bovendien fijn. Dat blijkt uit een bericht dat ik vandaag in de krant las: geleerden van de universiteit van Pittsburg USA hebben ontdekt dat moeders met een dikker achterwerk intelligentere kinderen krijgen. Dat zit zo. Voor de aanmaak van zijn hersentjes heeft een baby Docosahexaenoie-zuur nodig, hoe meer hoe beter voor de intelligentie; en dat kostbare spul zit vooral in het vet van het genoemde lichaamsdeel. Het wordt per borstvoeding naar de hersentjes van de baby vervoerd. Laat de dames in Europa dus met afgunst naar onze dames kijken, want deze laatste liggen vaak een banddikte bij hen voor.

Nu even iets heel serieus. In juli 2013 hebben we hier een groep van 25 vrienden op bezoek gehad, tot grote voldoening van alle betrokkenen. Onlangs heeft Jaap Meester ons laten weten dat er bij hem in West Friesland verschillende belangstellenden zijn voor een eventueel bezoek aan Kisumu in 2015. We zijn derhalve aan het organiseren geslagen: Jaap in Nederland, en ik aan deze kant hier in Kisumu. Jaap stuurt nu een uitnodiging aan de vrienden die de Pandipieri Vriendenbrief krijgen, en ik stuur deze uitnodiging naar de ontvangers van mijn Kisumu Kroniek.

Het gaat er vooral hierom, om onze band met de mensen van Kisumu te versterken. Onze Pandipieri-beweging loopt nu al 38 jaar, en het is nodig om nu en dan de mensen mee te maken waar het hier om gaat. Vandaar dat wij proberen om de bezoekers bij de gewone mensen onder te brengen. Dat is op zich een zeldzaam avontuur. Wie dit een beetje griezelig vindt kan in een eenvoudig guesthouse terecht. Vele van onze vrienden hebben jarenlang bijgedragen aan onze projecten. Vandaar dat wij hen de kans willen geven om die projecten eens van binnenuit mee te maken. Wij denken ook aan een groep als de Bergeijk-parochie voor wie Kisumu zoveel betekent vanwege hun band met de Joseph-parochie hier; voor de mensen hier zou het goed zijn om weer eens wat Bergeijkse gezichten te zien. Ook voor een school als de Rooi Pannen in Eindhoven zou dit iets bijzonders zijn ter inkleuring van hun jaarlijkse sponsordag voor Kisumu. In 2013 hebben de bezoekers deelgenomen aan een 40MM sponsorwandeling ter ondersteuning van die projecten; diezelfde prachtige voettocht willen we nu ook weer houden.

Wat de datums betreft, wij doen het net als de vorige keer, de eerste twee weken van juli, zeg maar van woensdag 1 juli tot woensdag 15 juli. Dat zijn natuurlijk streefdatums. De 40 MM-tocht komt dan op zaterdag 11 juli te vallen.

Zijn er onder jullie die de kriebels voelen, neem dan contact op met Jaap Meester: een mailtje naar jaapmeester@gmail.com of een telefoontje naar 0229-572717. Ik ben benieuwd.

Heel veel groeten.

Hans Burgman

Brief 51 - 9 januari 2015

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Van harte wens ik jullie allemaal een gelukkig 2015 toe.

Traditiegetrouw heb ik de jaarwisseling bij Kizito gevierd. In zijn tuin zetten we dan altijd tentjes op, maar vanwege het feit dat ik onlangs 86 jaar geworden ben krijg ik nu een slaapkamer ter beschikking. Zes dagen heb ik me laten ronddrijven op het ritme van het keniaanse platteland. Er bestond geen tijd, anders dan hier in huis. Vorig jaar kwam onze baas een keer verstoord de eetkamer binnen en zei: "Is er nou iets met mijn horloge aan de hand? Het is al twee minuten over tijd voor het eten, en de mensen zijn er nog niet!" Bij Kizito liep niemand met een horloge om: tijd was wanneer er wat gebeurde of wanneer iemand wat deed. Op de middag van de tweede dag kreeg Kizito bezoek van schoonfamilie, Zes grote mensen en een dozijn kinderen. Hij had er op gerekend dat ze 's avonds weer weg gingen; maar nee, ze bleven allemaal gezellig een dag of vijf. Van Kizito's huis waren er ook al tien kinderen. Hij foeterde een beetje, maar nam het toch sportief op.

Voor mij was het een feest om te zien hoe ze allemaal met de kinderen omgingen. Eten met twintig kinderen? Op een tafel kwamen pannen met rijst, maisbrei, groente, witte kool en stukjes vlees; op de grond werd een groot zeil gespreid, alle kindertjes gingen zitten en ieder kreeg een bordje vol eten. Vorken en messen waren niet nodig. Smullen, mensen. Het viel ook op hoe er voortdurend gewassen werd: de handen voor en na het eten natuurlijk, maar het ganse lijf een paar keer per dag. "Ga je mee naar de markt?" "Ja, ik kom er aan, ik ga me wassen." De kinderen zorgden voor elkaar. Nicole, 8 jaar oud, legde haar tweejarige zusje naast me op de bank en deed het een schone luier om. Hun moeder was een knappe jonge vrouw, met een bos aangevlochten haar zo groot als een paraplu. Om het haar in bedwang te houden bond ze er vaak een doek om. Ik zag dat zich geregeld op de kop sloeg. Ik vroeg of ze hoofdpijn had. "Nee," zei ze, "het jeukt." Mmmm.

Vier kilometer het binnenland in was er een kerkje waar Kizito voor zorgde. Ik heb er twee keer een Mis opgedragen, op de Zondag en op Nieuwjaarsmorgen, en vijftien kindertjes gedoopt. Het kerkje was een modderen schoolgebouwtje waar twee honderd mensen ingepropt konden worden. Er waren geen banken, dus bracht iedereen zijn eigen plastic leunstoel. Dat leidde tot aparte situaties. Normaal laat je de lui wat op de banken inschuiven om meer plaats te maken, maar als ze hier inschoven namen ze hun stoel mee. Het was ook een typisch gezicht: door het hele landschap zag je mensen lopen met een plastic stoel op het hoofd: allemaal op weg naar de kerk. Zoiets kan leiden tot nieuw taalgebruik. Bijvoorbeeld. Als we over iets genants moeten praten gebruiken we vaak een eufemisme. Vroeger zei men niet graag dat een vrouw zwanger was, ze was "in gezegende omstandigheden." Toen bidden voor het eten wat genant werd, noemde men dat in Twente "in de pet kiekn." (De boeren droegen altijd een pet, en hielden die alleen voor het bidden even voor zich.) Naar de kerk gaan is hier nog niet genant, maar er dient zich toch zonodig al een eufemisme aan: "De stoel op het hoofd nemen."

De moeder van Mary Omoga, Kizito's vrouw, was heel erg ziek, al wel een jaar; we hebben haar even bezocht. Ze zat in een leunstoel zachtjes heen en weer te zwaaien, zich van niets bewust. Het viel me op hoe mooi ze aangekleed was, hoewel we onverwacht langs kwamen. De grote kamer was schoon. Naast haar stond een tafeltje met daarop een groot dienblad met dingen voor bezoekers. We hebben even voor haar gebeden; toen moesten we gaan zitten en kwamen alle huisgenoten ons begroeten. Ons werden de handen gewassen waarna we vanaf het dienblad allemaal een kop hete thee en een bordje geroosterde pindas kregen. Met gezellig geklets. Het viel me op hoe rustig en beschaafd alles ging; en alsof er op ons gerekend was. Ja, beschaafd.

De moeder was helemaal op, ik vond het roerend hoe er voor haar gezorgd werd. Ik was dan ook verbaasd de volgende dag te horen dat ze haar naar het ziekenhuisje in het dorp gebracht hadden: thuis sterven zou toch mooier zijn? De dag daarop ging ze dood. Na twee weken zou ze bij haar eigen huis begraven worden; tot dan ligt ze in de koeling van het kleine mortuarium. Toen trof me nog een gedachte. Als ze thuis was doodgegaan, hadden ze haar met een ambulance naar het mortuarium moeten brengen, en dat kost schatten geld. Zolang ze leefde was het autoritje naar het ziekenhuis goedkoop. Nou ja, met het uitgespaarde geld kunnen ze haar een deste mooiere begrafenis geven.

Hans Burgman

Brief 50 - 22 december 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Ook hier is het heilige seizoen weer begonnen: in de supermarkten staan levensgrote kerstman-poppen langzaam wiebelend op saxofoons te blazen, terwijl alle bedienden rode puntmutsen op hebben. Inspirerend hoor.

Twee weken geleden hadden we, zoals dat nu al voor de vierde keer gebeurde, een openlucht-show van kinderen, georganiseerd door drie toneel-artiesten uit Bulgarije. Die verzamelen dan straatjeugd en weeskinderen vanuit verschillende organisaties, zoals ons KUAP, en voeren sprookjes op. Deze keer ging het om wel drie- of vierhonderd kinderen. Wekenlang hebben die geoefend onder leiding van die Bulgaarse dames. De voorstelling was een lust voor het oog alleen al: al die kinderen droegen fantastische kleuren, en de locatie was ook prachtig; op een grasveld aan de oever van het meer. Wat mij steeds opviel was dat geen van de kinderen ook maar de minste plankenkoorts had, integendeel. Het acteren staat ze op het lijf geschreven. En het dansen, en het zingen. Beesten waren gemaakt van manden, karton en ijzerdraad, en werden door kinderen rondbewogen. We zagen een dans van twintig kameleons, van vijftien flamingos, van twaalf libellen, een dans van wuivend gras, en wandelende bomen met maskers waaraan je kon zien of het boze of vriendelijke bomen waren. En apetrots waren ze, die kleine toneelspelertjes; het deed hun zo goed. Meer waard dan eten of drinken.

De vorige week heb ik mijn drie-maandelijkse bezoek gebracht aan de neuroloog in Nairobi, voor mijn parkinsonisme. Dit keer had ik een nieuwe dokter; de oude was er niet meer; blijkbaar met pensioen, niemand wist waar hij was. Maar de nieuwe was prima. Hij maakte mij duidelijk dat parkinsonisme geen "ziekte" was, maar een "toestand", en wel een toestand die je zelf kon regelen met pilletjes. Geen ziekte, dus ook geen genezing, begreep ik. En niet zielig doen. Tja, daar zit wel wat in. Bedankt. Leuke man. De autoweg naar Nairobi, zeven uur rijden, is heel wat verbeterd. Maar op sommige punten zijn ze nog bezig met gigantische kunstwerken zonder aanwijzingsborden, zodat het verkeer chaotisch door elkaar loopt. Ergens was ik de weg echt kwijt, en, jawel, daar stond een politieagent. Op mijn verzoek om hulp reageerde hij met; "U bent nu onder arrest voor het rijden op een verkeerde weg; ik moet u meenemen naar het politiebureau, en u zult voor de rechter moeten verschijnen". Hij beweerde dat er richtingsborden stonden; wat helemaal niet waar was. En hij bleef maar zeggen: "U bent onder arrest", waarbij hij zijn armen woest omhoog zwaaide met gekruiste polsen alsof ze geboeid waren. Op mijn vraag of hij hier niet was om mensen te helpen, antwoordde hij dat hij overtreders moest pakken. Het was duidelijk: hij wilde mij geld afpersen. Ik zei hem dat ik 35 jaar in dit land gewerkt had, gratis, zonder iemand geld te vragen. Toen zei hij: "Heeft iemand u om geld gevraagd?". "Nou", zei ik, "neem me dan maar mee naar het bureau." Toen liet hij mij toch maar doorgaan, met het toewensen van een aangename reis. Het valt dus soms nog wel mee.

Vlak bij Kericho bestelde ik in een wegrestaurant wat thee, een omelet en toast. Vriendelijke lui, maar niet erg professioneel. Aan het tafeltje naast me schreef de ober een bestelling in de palm van zijn hand. Mijn juffrouw nam de bestelling eerst met het hoofd aan, maar kwam toch even later met een papiertje terug. Na een kwartier kwam ze met de vraag of er op mijn brood ook margarine gesmeerd moest worden. "Liever boter", zei ik, maar dat hadden ze niet. Later kwam ze weer met het nieuws dat ze geen brood hadden, maar dat ze het waren gaan halen. Uiteindelijk kwam alles in orde.

Op onze folder van het OMA-project staat een breed-lachende grootmoeder met kindertjes, iemand die veel van jullie wel kennen. Dat is Wilfrida, die kookster op onze twee grote voettochten was. Ze is een ijzersterke vrouw, niet klein te krijgen. Wat hebben zij en haar man gezwoegd voor hun vele kinderen, en wat is daar weinig van terechtgekomen. De meisjes gingen dood aan AIDS, de jongens werden zuiplappen; en niemand steunt haar en haar man die hartpatient is. Dit voorjaar stierf een schoondochter - en Wilfrida mag de begrafenis betalen. Gisteren belde ze mij op dar haar nog overgebleven zoon gestorven was. Weer een begrafenis om te betalen. Ik moet haar maar weer wat van mijn AOW geven.

Dan is er nog wat. We zijn van plan om in de zomer van 2015 weer een bezoek aan Pandipieri te organiseren, gecombineerd weer met een sponsorwandeling zoals die van het vorig jaar. Doordat hier de internet-verbinding voor lange tijd steeds weer uitviel, is het ons niet gelukt om de gegevens over dat bezoekersprogram op tijd klaar te krijgen voor onze Pandipieri Kerstbrief. Maar houdt er maar rekening mee dat heel binnenkort een speciaal bericht komt over een bezoek aan hier, en waarschijnlijk de eerste helft van juli.

Tot slot heel veel goede wensen, nieuwe inspirerende gedachten bij het Kerstfeest, en heel veel geluk en goede moed in het Nieuwe Jaar dat komen gaat.

Hans Burgman

Brief 49 - 29 november 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Het is een gezellige maand november geweest. Het is goed om Johan Smorenburg hier voor een paar maand te hebben; hij is bijna elke dag druk met de administratie van het OMA-project. Ik wed dat dit een geruststelling is voor de velen van jullie die dat project steunen. Martin Nota was ook weer hier; het is prachtig om te zien hoe hij elke keer meer vooruitgang heeft geboekt met zijn herstel.

Hellen en Molly hadden mij en deze twee bezoekers uitgenodigd voor een maaltje bij hen thuis in hun nieuwe flatje. Toen ik bij hen binnenkwam zag ik tot mijn verbazing dat de hele ruimte van de woonkamer opgevuld was met een gigantisch bankstel. Bankstellen zijn hier een statussymbool; ik zie vaak dat mensen een groter huis hebben, maar toch niet aan ruimte winnen doordat ze alles volproppen met steeds grotere bankstellen. Ik was verbaasd dat de twee dames met deze manie mee schenen te doen. Maar dat was niet zo. Wat was het geval? Hun overburen hadden dit meubilair laten bouwen, doch het bleek uiteindelijk niet bij hen door de deur te kunnen. Ze hebben het daarom zolang bij onze twee gastvrouwen geparkeerd. Zelf zijn ze nu op zoek naar een grotere woning met een deur die zo groot is dat het bankstel er door kan. Echt waar hoor, facebook het maar bij Hellen of Molly na.

De maaltijd was prima. Hellen had van mij gehoord dat ik van diep-doorgebakken "omena" hield, die hele kleine visjes, en er kwam dus voor mij een flinke portie op tafel. Ik moest denken aan Moeder. Omena zijn kleine zilveren visjes, twee of drie centimeter groot, en die eet je dan met huid en haar op. Moeder niet, wanneer ze hier was. Zij sneed er dan de minuskule kopjes van af en probeerde ook nog om de piepkleine ingewandjes er uit te halen. Ze was er niet gek op.

Een paar dagen later kwamen Molly en Hellen naar de Art-School omdat er examen was voor mijn cursus model-tekenen, en de twee waren dan model. Als beloning nam ik ze na afloop mee naar een nieuw restaurant dat we in Kisumu rijk zijn geworden. Het ligt vlak voor Dunga op de top van een heuvel, en biedt een schitterend uitzicht over de baai van het meer en de omliggende heuvels. We waren er om kwart voor twaalf en bestelden een pak vruchtensap. Ik vroeg ook om een paar borden Indiase chips. "Ja", zei de bediende, "dat kan, maar dan moet u een kwartiertje geduld hebben, want de keuken gaat pas om twaalf uur open." Een uurtje later ging Hellen eens kijken hoe het er mee stond. Tja, ze hadden geen aardappels, maar een helpster ging er op uit om er wat te kopen. Dus gingen we ergens anders heen, the Green Garden, van oorsprong een Duits restaurant waar ze zuurkool op het menu hebben staan. Ik bestelde dus zuurkool. Na een half uur kwam de bediende zeggen dat ze geen kerrie-worst hadden. Ik zei dat ik zuurkool besteld had. Nou ja, dat hadden ze ook niet. Dan maar een stukje varkensvlees. Om drie uur waren we klaar. Echt waar, facebook maar na.

In mijn vorige brief meldde ik dat ik weer gewoon geraakt was aan het grotere aantal insekten hier. Toen ik daarover schreef herinnerde ik mij dat iemand mij bij mijn onlangse verlof in Nederland verteld had op welke manier je makkelijk vliegen kunt doodslaan. En wel zo. Als ze ergens op je gaan zittten, aldus mijn vriend, dan moest je heel zachtjes over de vlieg blazen; dan had hij niet in de gaten dat je hand er aan kwam, en was het een klein kunstje om raak te slaan. Dat zou wel eens kunnen. Het doet mij denken aan iets soortgelijks hier. De mensen hier hebben dikke plakken eelt onder hun voeten en veel vrouwen ook op de palm van hun hand. Ratten knabbelen 's nachts graag aan dat eelt wanneer de eigenaar slaapt. Om de slaper niet wakker te maken geeft de rat een soort plaatselijke verdoving door zachtjes op het eelt te blazen. Wat mijn vliegen betreft, ik heb het nog niet kunnen toetsen, want ze gaan bij mij aldoor op plaatsen zitten waar ik met mijn geblaas niet bij kan. Een goede oplossing zou natuurlijk zijn om dat bij huisgenoten te proberen; maar dat soort huisgenoten heb ik hier niet.

Beste Vrienden, verder komen we niks te kort; bezoekers hebben er voor gezorgd dat we goed in de pepernoten zitten, en taai-taai, en gevulde speculaas en sinterklaaspoppen. Er was ook een banketletter, maar die hebben ze achter mijn rug opgegeten.

Tot de volgende keeer.

Hans Burgman

Brief 48 - 5 november 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Veertien dagen geleden ben ik hier weer veilig thuis aangekomen. Op het vliegveld van Nairobi kregen we vertraging Het was die dag De Nationale Feestdag van de Helden, met een viering in een stadion waar alle kopstukken van de regering aanwezig waren; onze vertrektijd viel samen met de toespraak van Zijne Excellentie de President; dus werd het vliegverkeer een uur lang lamgelegd. Ik heb altijd een paar dagen nodig om alle connecties weer aan te sluiten: sleutels, laptop-verbindingen, telefoon-kaarten, horloge (kapotgegaan bij het vooruitzetten), auto (leeggelopen band). In een mum van tijd hadden mijn regelmatige bedelaars mij inmiddels weer ontdekt.

Ook het praten over het weer vereist omschakeling. Ik herinner mij flarden van Nederlandse conversaties: "En hoe was het weer?" "Eigenlijk niet gek: 19." "Maar er was toch nogal regen?" "Nou zeg, 22!" "En flink wat wind?" "Wel 6,5" "Dat lijkt wel op noodweer". "Ja, wat dacht je, er was dan ook GEEL aangekondigd". Hier praten ze heel anders.

Al heel gauw raak ik weer gewend aan de prominente aanwezigheid van insekten. Overal lopen kleine beestjes; je laat ze maar, want ze doen eigenlijk niks. Alhoewel, een tijd geleden was ik in de operatiekamer van het ziekenhuis, en daar liep een kevertje over de vloer. Maar hij had wel schone voetjes voor zover ik kon zien.

Ook in het verkeer voel ik mij weer thuis. Het is wel een hele overschakeling van het "cleane" verkeer in Nederland. Ze zijn hier nu aan het werk op de uitvalsweg naar Nairobi; alles loopt daar chaotisch door elkaar: bussen,, fietsers, tankwagens, motoren, wandelaars, toek-toeks, vrachtwagens, handkarren: iedereen gaat alle richtingen op. Je snapt niet dat het nog goed gaat ook. Trouwens, nog nooit heb ik in de hele stad een politieman gezien die overtreders bekeurde. Wetten zijn er zat: die worden met veel fanfare afgekondigd; maar niemand zorgt voor de toepassing. Ik denk dat het voor een Keniaan moeilijk is om een medeburger te bestraffen. Als het dan echt te bont wordt maken ze er een nieuwe wet bij, met veel dreigende taal. En dan heb je nog duivels.Vorige week las ik in de krant dat een aantal dominees wist dat ongelukken op bepaalde "black spots" werden veroorzaakt door boze geesten die zich daar ophielden. Daarom orgeniseerden ze op die plekken gebeds-aanvallen om die duivels te verdrijven. De katholieken doen niet mee, hoewel ik er nog niet zo zeker van ben of het hen koud laat. Gisteren ging ik vis eten met vier Nederlandse meisjes die een tijdlang met ons meedoen vanwege de "Dare2Go" organisatie (Vroeger Missie en Jongeren). We gingen naar een plek aan het meer waar wel een dozijn eetgelegenheden naast elkaar liggen, allemaal primitief en erg ruig, die daarom bekend staan onder de naam "De Vliegen". Waar wij zaten was het he;lemaal leeg, terwijl de zaken naast ons druk bezet waren. Na afloop vroeg ik aan de eigenares waarom dat zo was. Zij legde mij uit dat haar buren gebruik maakten van tovenarij om klanten te trekken; "maar," zo zei ze, "ik doe dat niet want ik geloof in God; hun kinderen zijn dan ook ziek. Maar de pastoor komt wel hier."

Zondagsavonds heb ik meteen mijn sjoelbak-carriere weer opgepakt in Nyalenda Centrum. Het doofstomme meisje Daisy was er ook weer, een jaar of acht nu. Ze bracht mij op de hoogte van haar gebarentaal. Voor "man" trok ze aan haar kin; voor "oud" trok ze aan het vel onder de kin. Voor "vrouw" maakte ze vuisten voor de borst met de wijsvingers vooruit. "Moeder" was hetzelfde, maar dan niet met vooruitgestoken wijsvingers, maar met vingers die omlaag flapten. Ik blijf leren.

Beste vrienden, leert met mij mee. Heel veel goede wensen, en nog bedankt voor alle gezelligheid de afgelopen maanden.

Hans Burgman

Brief 47 - 24 augustus 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Sinds ik hier een maand geleden aankwam ben ik weer aardig ingeburgerd. De vlucht hierheen was trouwens een onverdeeld genoegen omdat ik mij als rolstoel-passagier presenteerde. In vliegende galop werd ik langs lange rijen en drukke controle-punten gedouwd. Hulpbehoevendheid heeft ook zijn plezierige kanten. Ik probeer nochtans mijn mobiliteit op te voeren; de laatste tijd loop ik twee kilometer per dag, met stokken natuurlijk.

De meeste dokters-bezoeken heb ik inmiddels afgehandeld. Alles was goed, voor mijn leeftijd. Dat is ook zoiets. Toen de huisarts een bloedonderzoek gelastte en op een formulier de proeven afvinkte, vroeg ik of het ook zinvol was om de prostaat te onderzoeken. Hij zei:"Dat doen we maar niet, want een man van uw leeftijd, geboren in 1928, moet niet willen weten wat er met zijn prostaat aan de hand is. Als het niet goed gaat merk je het wel."

Het eerste weekeinde reeds was ik in het Duitse Kerzell, bij Fulda, waar een groot dorpscomitee ieder jaar twee acties voert, die tezamen goed zijn voor 30 000 euro. Een er van is kerstbomenverkoop in de winter, de andere is een zomers dorpsfeest waar alles met opslag verkocht wordt: gigantische gehaktballen, worsten, wild zwijn, salades en taarten, vaak door de mensen zelf gemaakt. Veertien jongelui van het studentenkoor van de Nijmeegse Universsiteit waren meegekomen, en zongen prachtige muziek tijdens de Mis en 's middags op het feest buiten. Een groot succes: de cafes in de buurt gingen dicht omdat iedereen bij ons bier kwam drinken. Drie jonge meiden meldden zich aan om bij ons in Kisumu op stage te komen.

Mensen vragen mij hoe veilig Kisumu is. Nou, de geweldplegingen vinden ver weg plaats, aan de andere kant van het land. Het enigste wat wij in Kisumu hebben zijn de normale roofovervallen zoals die alom ter wereld voorkomen. Slachtoffers zijn dan vaak opzichtige toeristen, en de plekken des onheils zijn dan niet de schamele achterbuurten maar de sjieke stadsdelen. Zo werd drie maand geleden een busje met Amerikaanse meisjes overvallen: ze gingen van het ene keurige hotel naar het andere. Ze verloren hun geld en mobieltjes, maar waren blij dat ze het er ongeschonden van af hadden afgebracht. Ook de rovers waren maar wat blij met hun buit. Aldus kan een geslaagde roof-overval alle betrokkenen blij maken.

Even serieus nu. Toen ik hier kwam bleek mijn 06-nummer verlopen. Ik moest een nieuw nemen, en het nieuwe nummer werd jullie toegestuurd. Maar, oei oei, daar was een foutje in geslopen. Dat werd wel meteen verbeterd, maar misschien heeft niet iedereen aandacht geschonken aan de verbetering. Ik meld het nu dus nogmaals: mijn goeie nieuwe nummer is: 06 459 759 89.

Ook wil ik even de aandacht vestigen op het feit dat onze traditionele vriendendag een andere vorm krijgt. Hij vindt niet meer plaats hier in Oosterbeek, maar in Zeist en wel op 20 september. Alle informatie is al rondgestuurd; de dag krijgt meer de vorm van een symposium: genoegelijke discussies met deskundigen-panels en degelijke hartversterkers. Jullie zijn allemaal van harte welkom.

Ook in Nederland hoor ik interessante dingen. Iemand vertelde me onlangs dat als een vlieg ergens gaat zitten, en je wilt hem te grazen nemen, dat je dan zachtjes op hem moet blazen, dan blijft hij rustig zitten. Blazen heeft ook in Kenkia een geheimzinnige bijklank. Denk maar eens aan de beruchte roze jachtspin die ik lang geleden in de parochie van Marigat een keer op mijn uitgetrokken kleren zag zitten toen ik wilde gaan slapen. Wat d-d-d-doet d-d-d-die? Die rent op je voeten af, blaast er tegen, en dan val je bewusteloos neer. Over blazen tegen voeten gesproken, er komt mij nog iets voor de geest. De kinderen in Kenia hebben dikke zolen van eelt onder hun voeten, en wanneer ze 's nachts slapen komen de ratten graag aan dat eelt knagen. De kinderen voelen dat niet, want de ratten blazen bij het bijten zachtjes tegen die voetzolen, en dat verdooft.

Tot slot veel groeten. Tot 18 october ben ik in het land. Hopelijk zie ik veel van jullie in Zeist.

Hans Burgman

Brief 46 - 17 juli 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De tijd van inpakken is weer aangebroken. Vrijdag de 18de ga ik op weg; maandag de 21ste kom ik in Oosterbeek aan. Fijn, want ik ga naar huis. Nou moet ik er bij zeggen dat het straks eind october ook weer fijn is, want dan ga ik weer naar huis. Ik ga aldoor naar huis. Ja, ik voel me hier ook helemaal thuis. Maar toch zijn er aldoor momenten waarop je zegt: "Nee toch!" Laat ik er eens wat noemen. Zoals vaak hebben ze te doen met geld.

In de kerk van St. Joseph Milimani hadden we altijd prima collectes in de Zondagsmis. Zonder dat we ooit over geld praatten. Het was altijd een gezellige chaos als na de preek jong en oud zich de benen ging strekken en zich naar de geldkistjes begaf. De kindertjes die hun muntje net over de rand konden gooien keken het altijd even na. En zo was het tot voor kort. Toen kwam een mevrouw uit Tanzania aan het kerkbestuur vertellen hoe ze veel meer collectegeld konden krijgen. Haar plan werd uitgevoerd. Er werd aangkondigd dat er voortaan alleen nog maar bankbiljetten voor de collecte mochten worden gegeven, geen munten meer. Er verschenen speciale nieuwe kisten waar geen munten in gegooid konden worden: geen sleuven aan de bovenkant, maar een stel ronde gaatjes, waardoorheen het bankbiljet, opgerold als een sigaret, geduwd kon worden. Tot 40 shilling zijn er munten, vanaf 50 zijn het alleen maar biljetten. 50 Shilling is ongeveer een halve Euro, maar voor echt arme mensen is het een hoop geld: je kunt er een maaltijd voor kopen. Dus: luide protesten. "En wat moeten die arme lui die alleen maar munten hebben?" Antwoord: "Die moeten maar een paar weken sparen totdat ze 50 shilling hebben." Werkte het? Natuurrlijk werkte het niet. De lui smeten gewoon hun munten bovenop de kisten, of ze gaven niks. Ze zijn nu van de nieuwe methode afgestapt. Maar dat is dan zo'n moment waarop ik denk: Ben ik nu op een andere planeet? Dat kun je toch met je klompen aanvoelen dat dat niet werkt. Maar ja, de lui hebben hier geen klompen; misschien ligt het daar wel aan.

Nog een voorbeeldje. Drie dagen geleden kreeg ik een heer op bezoek. Hij had meegelopen met de tocht van Kampala naar Kisumu, zei hij; ik kon me hem niet meer herinneren. Hij toonde mij vol trots een ontwikkelingsproject voor twaalf vrienden. Het ging ovr koeien,kippen en fruitbomen. Om mij gunstig te stemmen had hij een zak sinaasappels en mango's meegebracht. Hij had ook heel mooi een gedetaillerde begroting opgesteld. Wat ze nu nodig hadden was vijfhonderdduizend dollar. "Zal ik het papier hier maar bij u laten? , vroeg hij? Vijfhonderdduizend dollar! Dan denk ik weer: Op wat voor planeet ben ik nu aangekomen.

Vanwege de onveiligheid zijn de controles alom opgekrikt. Overal staan scharen veiliheidsdienaars. Onlangs kwam een bezoeker met de bus. Voor het instappen waren ze allemaal grondig gefouilleerd. bij het vetrek stond een keurig geklede heer op en ging in het middenpad staan. Gedurende de rit vergastte hij de passagiers op een uitgebreide preek. Over de ellende in het land. Over het belang van voorzichtigheid. En over goed gedrag, niet roven en zo. En hoe belangrijk het was om op God te vertrouwen. Iedereen luisterde, en knikte op zijn tijd. Het was immers waar wat hij zei. Toen ze dichter bij het eindpunt kwamen begon de predikant te benadrukken hoe belangrijk het was om gul te geven aan God's dienaren. Dat zou hun rijkelijk beloond worden. Bij het uitstappen drukte menigeen de prediker voor alle zekerheid een muntje in de hand. Gelukkig hoefden het niet alleen maar bankbiljetten te zijn.

Nu we het over geld hebben, even nog een kleine anekdote uit mijn eigen verre verleden. Toen ik in de maand April 1957 aankwam in de missie van Kampala, Oeganda, liep ik die eerste morgen door de compond met de vele huizen. In de deuropening van een daarvan zat een oude Nederlandse missionaris, Harry Vester. We kenden mekaar helemaal niet, maar vanuit de verte schreeuwde hij me toe: "Vertel niet aan de bisschop hoeveel geld je meegebracht hebt!" Een jaar later was hij dood.

Welnu dan mensen, dat is het. Mijn volgende brief zal uit Nederland komen. Heel veel dank voor de leuke reacties. En laten we maar zeggen: Tot ziens.

Hans Burgman

Brief 45 - 21 juni 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Elke morgen sta ik op om half zeven. Naar jullie begrippen is dat misschien vroeg, maar niet voor hier. Veel kinderen staan al om vijf uur op; hun school begint vaak om zeven uur. In de ochtend-koelte is het makkelijker werken. Om zeven uur doe ik meditatie of een Heilige Mis wanneer er andere mensen zijn, om half acht ontbijt ik en daarna lees ik de krant. Wij krijgen hier de twee grote nationale kranten, The Nation en The Standard. Allebei zijn het goede kranten, en ietsje minder schreeuwerig dan Europese dagbladen. Om klanten te trekken manipuleren ze niet zozeer de koppen van het nieuws als wel de foto's. Vooral The Standard staat altijd bol van behaagzieke dames, die verder niets met nieuws te maken hebben. "Bol staan" is in dit verband een goede uitdrukking, want de guitig kijkende dames zijn onveranderlijk veel dikker dan je in de Nederlandse pers ziet. Ik denk dat hel iets te doen heeft met het feit dat slanke lijn geen traditioneel Afrikaans schoonheids-ideaal is.

Wat je in de krant leest over politiek gaat vaak over machtspel, gepaard aan corruptie. Voor velen is macht het grote ideaal. Parlementariers schijnen te denken dat zij de baas zijn in hun kiesdistrikt. Zij willen overal in gekend worden. Nu zijn er door de nieuwe grondwet 45 Graafschappen ingesteld om het bestuur te lokaliseren. Dat betekent 45 extra hoogwaardigeheids-bekleders met een grote staf en allemaal enorme salarissen en ronkende eretitels; ze eisen nu dat zowel zij als ook hun echtgenoten aangesproken moeten worden al "Uwe Excellentie" en dat ze vaantjes op hun limousine mogen hebben. Daar komen dan nog de Senatoren bij, van de pas ingestelde Eerste Kamer.

Hier is een voorbeeld van de hoeveelheid geld die de machthebbers naar zich toe trekken. Een parlementslid krijgt so-wie-so een groot salaris, men zegt het hoogste ter wereld, tezamen met die van Californie. Alleen al voor transport komt hier het volgende bij, las ik vorige week (Ik geef de bedragen even in Euro's om he makkelijker te maken). Hij krijgt een toelage van 50 000 voor een auto; voor auto-onderhoud krijgt hij daarnaast 3560 per maand, en bovendien kan hij kilometers declareren; deze week las ik dat hiermee fraude wordt gepleegd en dat sommigen bedragen declareren van 10 000 tot 50 000 Euro per maand. Dat is alleen nog maar vervoer. Ze krijgen daarbij nog dikke toelagen voor hun woning en voor "entertainment" . Je moet er van uitgaan dat de nieuwe Graafschappers hetzelfde willen, alsook de Senatoren. En dit alles wekt niet zozeer de woede op van de bevolking, als wel afgunst: "Ik ook!"

Overdag zit ik vaak op mijn hometrainer op de veranda boven. Van daaruit heb ik zicht op het perceel van de overbuur die een trainingsschool heeft voor mensen van de bewakinsdiensten. Bewaker is een van de meest voorkomende beroepen. Hoe worden ze getraind? Door defilee-exercities. Twaalf mannen staan in de rij, en voor hen een sergeant-majoor die brullend kommando's geeft. Ze leren om het hoofd links en rechts te draaien, om samen vooruit en achteruit te marcheren, om een kwartslag naar links te maken zowel als naar rechts. De sergeanr majoor loopt kritisch langs het groepje en brengt schreeuwend de hoognodige korrectie aan; hij heeft duidelijk het gevoel dat hij een luitenant-kolonel van een legerdivisie is en dat vindt hij zalig. De manschappen ondergaan alles geduldig in de overtuiging dat ze dan ook iets zeer waardevols leren, en dat ze nu gaan promoveren naar net niveau van de grenadier-guards. Ook dat vinden zij op hun beurt zalig. Machtsgevoel, machtsvreugde.

Velen van jullie kennen Paul Ochieng, de broer van Mary Kizito. Onlangs reed hij in zijn auto vlak achter een hele grote vrachtwagen. Daardoor zag hij de politie-agenten te laat die langs de weg stonden en een stopteken gaven. Hij kon zo gauw niet stoppen. Bij de volgende politiepost werd hij aangehouden, vanwege doorrijden bij een stop-bevel. Zijn excuus werd niet geaccepteerd, en hij werd gearresteerd. Maar, zeiden de agenten, als je ons 3000 shilling (30 Euro) geeft mag je door. Dat stuitte Pau;l als oud-Pandipeir-bestuurder tegen de borst, en bovendien had hij dat geld niet bij zich. Zijn auto werd dus naar het bureau gesleept, zelf ging hij de bak in; en de volgende morgen werd hij door de politirechter veroordeeld tot een boete van 30 000 shilling (300 Euro).

Verder, beste vrienden, is alles hier koek en ei, en ik hoop dat het met jullie idem dito is. Heel veel groeten en mooie zomerse dagen, zoals wij die hier altijd hebben. Tot de volgende keer.

Hans Burgman

Brief 44 - 29 mei 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Hoe lang je hier ook bent, je blijft je verwonderen over de taal. Daar zijn natuurlijk de voorbeelden van ingebouwde humor. Ik denk dat ik ze wel eens heb genoemd. Voor "zich vergissen" zeggen ze "je hoofd verstuiken". Het meervoud van "vrouw" is: "kibbelen"; het meervoud van "huiselijk erf" is: "bakkeleien". In een polygaam huwelijk noemen de dames hun mede-echtgenotes "mijn jaloezie". Ik was onlangs bij de fisiotherapeut om een zere schouder te laten masseren. Ik lag voorover en dommelde tijdens de behandeling weg. De masseur zei: "Je slaapt als een konijn". Ik vroeg hem hoe een konijn sliep. Hij zei: "Met een oog open". Misschien komt ons hazeslaapje ook wel uit die hoek. Ik heb mijn bezoeken aan de fisio trouwens stopgezet, want met zijn hitte-behandeling heeft hij mijn schouder verbrand. Misschien is wit vel wel te soft.

Maar nog even over de taal. Het is vaak aldoor net een beetje anders. Vrijdagsmorgens pik ik altijd Molly op die model is in onze tekencursus. Voordat haar vader stierf, maar al wel zwaar ziek was, vroeg ik dan altijd: "En. is er nog nieuws?" Het antwoord was altijd; "Nee, geen nieuws". En dan moest ik doorvragen voor ze over haar vader begon. Er stond naast hun huis ook altijd een grote autobus, die iets met haar broer te doen had. Dan vroeg ik wel eens: "Hoe zit dat eigenlijk met die bus?" Ze zei: "Dat weet ik niet"."Maar praten jullie daar dan nooit over?" "Nee, daar praten we nooit over". Gesprekken lopen ook altijd ietsje anders. Europeanen houden van een duidelijk antwoord; daarom stellen we vaak vragen met een voorgekookt antwoord: "Waar ga je naar toe, naar Mombasa of Nairobi?". Als ze naar een van beide gaan is het antwoord "Ja", als ze naar geen van beide gaan "Nee". Veel wijzer ben je dan nog niet. Maar we blijven er in trappen, die dubbele vragen.

Trouwens, Europeanen vragen meestal gewoon om informatie, iets neutraals. Maar voor de mensen hier is het antwoord een deel van een verhaal waar een bepaalde bedoeling achter zit, helemaal niet neutraal. Hun antwoorden zijn dan ook vaak ontwijkend. Of in de vorm van een vraag: "Hoe laat vertrekt de bus?" "Vertrekt hij niet om vier uur?"

Vorige maand gaven twee stafleden van KUAP en uiteenzetting van hun werk: de een over gezondheidszorrg, de ander over kantoor-organisatie. Ze gooiden hun gehoor dood met professionele termen waar neimand iets van snapte: het was duidelijk hun bedoeling om vooral indruk te maken. Dat lukte voortreffelijk.

Oinlangs las ik een artikel in de krant over een ex-straatjongen die in de Kibera-slum van Nairobi een kunstschool had geopend. Hij wist niets over kunst, maar zocht de nodige leerstof bijeen op Google. Verschillende van zijn dertig leerlingen waren op hun veertiende jaar al professionele kunstenaars. Ze verkochten hun werk op de nationale en internationale kunst voor 50 tot 850 Euro en konden zo hun schoolgeld betalen. Helemaal uit de duim gezogen natuurlijk, maar zo denken ze er hier over, zelfs een journalist van de grootste krant. Daar moeten wij tegenop boksen. Maar we maken ook mooie dingen mee. Onlangs waren hier voor de zoveelste keer twee Bulgaarse toneelkunstenaressen die met een paar honderd kinderen verhalen als straattoneel brachten, echt heel leuk. Ze zeiden dat ze dit nooit hadden kunnen doen zonder onze kunstacademie. Ze hadden voor hun voorstelling ook belangrijke functionarissen van Kisumu uitgenodigd; die wilden echter hun "onkosten" vergoed hebben, d.w.z. een hoop geld hebben. Die vlieger ging gelukkig niet op. Wat wel op ging was dat drie van onze oud-leerlingen uitgenodigd werden voor een bezoek aan Bulgarije.

Tot slot een vreemd bericht uit de krant. Als je een visser bent moet je proberen de hand te leggen op het touw waarmee een zelfmoordenaar zich opgehangen heeft. Bind je dat aan je net vast, dan vang je gegarandeerd een hoop vis. Bij navraag bleken de Luos daar inderdaad in te geloven.

Kizito's gezondheid is een stuk beter; hij valt niet meer want hij heeft een nieuwe bril. Tot de volgende keer.

Hans Burgman

Brief 43 - 1 mei 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Molly's vader, Henry Olale, heeft een echte Luo begrafenis gehad. Iedere Luo in Kisumu heeft een voorvaderlijk erf waar hij thuis hoort, en waar hij begraven dient te worden. Maar voor hij daar aan de familiegrond wordt toevertrouwd moet hij eerst nog een nacht doorbrengen in zijn laatste woonplaats. Henry's erf was in Katito, 50 km. ten zuiden van Kisumu. Zijn begrafenis-agenda verliep aldus. Donderdag: vanaf het mortuarium naar de kerk in Kisumu Milimani voor een Requiem Mis. Dan naar zijn huis in Kisumu. Vrijdag: naar de kerk in Katito voor nog een Requiem Mis; dan naar zijn erf in Katito. Zaterdag: een laatste Requiem Mis, en daarna de begrafenis. Voor deze agenda begon, had de familie al twee weken lang condoleancebezoekers ontvangen. Een rouwverwerking dus van jewelste. Ik heb verschillende malen acte de presence gegeven. Dingen vielen mij op.

Donderdagmiddag gaf Henry's weduwe na de Mis een toespraak waarbij ze de hele kerk aan het schaterlachen had. Later bij hun huis trof mij de feestelijke sfeer. Henry's kist bevond zich met de naaste familie op de speelplaats van zijn school onder een ruime party-tent, grote muziekboxen speelden vrolijke deunen, de vele bezoekers kwamen omstebeurt naar de kist om daar hardop te bidden en/of een lied te zingen, en binnenin de geopende kist renden bont-gekleurde lichtjes langs de bovenrand heen en weer. Dat ging zo de hele nacht door, best gezellig. Ik begon te begrijpen wat er aan de hand was: voor de laatste keer allemaal nog eens gezellig bij elkaar samen met de overledene, als een groot afscheidsfeest.

Datzelfde feest zette zich voort op het familie-erf, en wel op gigantische wijze. Ik telde meer dan twintig party-tenten; er waren duizenden mensen. Alle mannelijke gezinsleden in een nieuw pak, alle dames in nieuwe jurken, grijs met een rode ceintuur, rode sjaal en rode schoenens, en nieuwe kapsels. Als ware het een bruiloft. Vermaak betekent hier: luisteren naar sprekers, en dat werd ons urenlang gegund, voor de Mis, na de Mis, en toen kwamen de politici aan de beurt. Dat is zo het gebruik, jammer genoeg. De plechtigheid was om 11 uur begonnen, en toen om vijf uur de politici nog van geen ophouden wisten, ben ik maar weggegaan. Ik hoorde dat het tot half zeven had geduurd.

Die avond was ik uitgenodigd voor het openen van een nieuwe kunstgallerij in Kisumu. Onze kunst-school was prominent aanwezig. Ik heb er gesproken met drie journalisten uit Nairobi die met verbazing het verhaal van onze academie hoorden. De organisator vertelde mij dat hij in Kisumu had uitgevonden dat 70% van de plaatselijke kunstenaars op onze school waren geweest.

Gisteren was ik in het visssersdorp Dunga, Daar staat een kerkje dat in 1974 door een Mill Hill collega gebouwd is. Toen ik in 1977 met ons stadsapostolaat begon werd Dunga een van onze drukste centra. 27 Jaar later, in 2004, werd dat centrum overgedragen aan de nieuwe parochie van Gerry Kraakman in Nanga. Dit jaar was het dus 40 jaar geleden dat het kerkje gebouwd werd; ik was uitgenodigd voor de viering. 27 Jaar lang hebben wij daar met ons team op opzienbare wijze gezwoegd. Maar geen van de organiserende figuren had enig idee van wat er in de afgelopen veertig jaar allemaal gebeurd was. Pijnlijk, maar zo gaat dat hier. Enerzijds komt dat doordat we leven in een orale cultuur; en "vergeten" is daar een wezenlijk onderdeel van. Gebeurtenissen worden niet op papier vastgelegd en verwijnen met de getuigen. Ik vroeg hun waarom ze mij dan niet om inlichtingen gevraagd hadden. Dat was niet bij hun opgekomen. Daar komt nog bij dat we hier in een autoritaire cultuur leven. Een nieuwe gezagsdrager wil liever helemaal niet weten hoe zijn voorganger tewerk is gegaan: hij wil zijn eigen spel spelen. Vaak zegt hij: "Ik ben nu aan de beurt, tot nu toe is het een zoodje geweest, maar nu ga ik het goed doen". Dit is een van de redenen waarom er hier zo weinig vooruitgang is. De kleine luiden, die herinneren zich ons wel; maar die tellen niet mee. "Toch goed dat er een God is" zou Reve zeggen.

Maar we moeten hier ook vaak lachen. Gisteren zei een bezoeker tegen mij: "Ik ben niet zo dom als ik er uitzie!" Ik zei tegen hem: "Dat kan ook haast niet." Ik weet niet of hij het leuk vond.

Kizito ligt in het ziekenhuis; vorige week was hij duizelig en maandag viel hij in Nyalenda flauw. Gisteren hoorden we goed nieuws. Het was alleen maar typhus. En verkeerde brilleglazen. Hopelijk blijft het daarbij.

Heel veel groeten en tot de volgende keer.

Hans Burgman

Brief 42 - 19 april 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Velen van jullie zullen zich Millimolly herinneren, ofwel Molly, het lamme meisje dat een paar jaar geleden in Nederland op bezoek is geweest. Haar vader Henry was een goede vriend van me. Drie weken geleden is hij aan longkanker gestorven. Tot op het eind ben ik vaak bij hem op bezoek geweest. Nu is de familie druk bezig met het voorbereiden van de begrafenis. Dat is iets belangrijks, want bij de Luo mensen is je begrafenis toch wel het belangrijkste moment van je leven. Het spreekt vanzelf dat het mortuarium een rol speelt bij dit alles. Soms een kwalijke rol. Daarbij denk ik aan het grote mortuarium van het provinciale ziekenhuis. Ooit heb ik daar eens gezien hoe iemand over een grote berg lijken klom om een weggesmeten brancard te zoeken. Steekpenningen zijn er bij de vleet.

Dat ondervond de familie van Henry ook, en daarom brachten ze zijn lichaam zo snel mogelijk naar een beter mortuarium. Daar heb ik, samen met twee van zijn zoons, aan mijn vriend een laatste bezoek gebracht. Het was er allemaal net ietsje anders dan in Nederland. Bij de ingang werden we door twee dames met enkele vriendelijke kwinkslagen verwelkomd. Ze wezen ons de weg. In de volgende ruimte - in de open lucht - lag al meteen een overleden dame op een bed onder een wit laken.; je kon zien dat ze nog nieuw was, want ze had nog geen stikkertje op haar voorhoofd. Achter haar zag ik nog een groot aantal bedden met witte lakens. Daarna kwamen we in een kamer waar zes bedden stonden, zo dicht op elkaar dat je er net tussendoor kon. Op een er van lag Henry, het laken van zijn hoofd weggeslagen zodat je zijn gezicht kon zien. Met een plakkertje op zijn voorhoofd. Om de beurt hebben we een gebed voor hem gezegd. We konden niet te lang blijven, want er hing zoveel formaline in de lucht dat ik er 's avonds in bed nog pijn van in mijn ogen had. De begrafenis vindt volgend weekend plaats, uitgesmeerd over drie dagen.

Een van de leuke dingen hier in huis is dat we vaak bezoekers hebben, allemaal mensen die wat met missie en ontwikkelingswerk te doen hebben. Soms zijn het oude rotten in het vak, soms nieuwelingen. Soms zijn het zeurpieten, soms mensen die alles weten. Ik verbaas me nog steeds dat er zoveel mensen zijn die "armoede" willen zien. Die komen wel aan hun trekken. Het eigenaardige is dat de normale armen die ze zien - alle mensen dus die hier wonen - zichzelf meestal helemaal niet arm voelen. En dat zijn ze dan ook niet. Het is moeilijk om die bezoekers tot andere gedachten te brengen: ze laten zich hun geliefde vooroordeel niet afnemen. Anderen hebben hun ogen wel goed open. Eentje ontdekte vorige maand dat er van de vijf rontgentoestellen in het grote ziekenhuis er maar een werkte. Al maanden niet. Dat is geen armoede. Het gaat meestal om gedragsverandering, en niet alleen van de lui hier, ook van onze broeders en zusters over de hele wereld. Een nieuwe Paasgeest.

Van Pasen merk je hier betrekkelijk weinig. Vanmorgen vroeg ik aan twee mannen in de stad of hun vrouw al een kip voor Pasen aan het braden was. Nee, bij beide werd het gewoon alledaagse maisbrei met boerenkool; behalve in de kerk werd Pasen niet gevierd. Boerenkool ja; de meest gegeten groente is boerenkool: een variant met platte blaren, en er hoeft geen nachtvorst overheen te gaan. Als er in een familie Pasen wordt gevierd is het meestaal doordat de kinderen nieuwe kleren krijgen.

Over kleren als cadeau las ik iets vreemds in de krant. In een afgelegen gebied van Kenia, waar de mannen nog in een deken rondwandelen, gaf een vrouw haar man van haar eigen gespaarde centen een stel ondergoed cadeau. De man werd kwaad over die geldverkwisting en gaf zijn vrouw een pak slaag. Mensen kwamen aangesneld op het geschreeuw van de gewonde vrouw, en wisten de man tot bedaren te brengen. De vrede werd hersteld toen de man zijn vrouw vergaf. Gedragsverandering.

Ik las nog iets leerzaams in de krant. In Oeganda heeft een athletiek-trainer een nieuwe methode uitgevonden om hardloopsters te vormen. Ze moeten eerst zwangeer worden, zegt hij, en dan na vier maand abortus plegen; dan is hun vrouwelijke apparatuur zo mooi opgerekt dat ze hardloop-kampioenen worden. Hijzelf wilde wel een handje helpen om het proces op gang te brengen.

Vanmorgen las ik nog iets. De Keniaanse overheid wil de politie beter in staat stellen om wegrennende criminelen te pakken te krijgen. Daarom gaan ze nu de politie van rolschaatsen voorzien.

Ik wens jullie allemaal mooie Paasdagen toe, met veel vreugde en dankbaarheid.

Hans Burgman

Brief 41 - 31 maart 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

In een vorige brief heb ik mijn celibataire staat gerangschikt onder mijn kwalen. Sommigen keken daar van op. Laat ik het daarom een beetje uitleggen. Mijn ongetrouwde staat gaat terug op Jezus van Nazareth. Die vond dat religie overgeplaatst moest worden naar het hart van de gewone mensen. Om dat te bewerkstelligen wilde hij doordringen tot alle mensen zonder onderscheid. In de joodse samenleving speelde het huwelijk een belangrijke rol: iedereen had de plicht om te trouwen; niet trouwen was schandelijk. Maar de getrouwde mannen mochten alleen maar contact hebben met hun eigen vrouw. Om door die barriere te breken besloot Jezus om dan maar niet te trouwen. Daarmee won hij toegang tot de vrouwenwereld, tot in hun slaapkamers toe: hij had vriendinnen, ging bij vrouwen eten en discussieerde dan met hen over religieuze zaken (wat helemaal niet mocht), kreeg prostituees op bezoek, liet zich door vrouwen aanraken en raakte ze zelf ook aan, had vrouwen in zijn reisgezelschap die dingen voor hem betaalden. Die ongehoord vrije toegang tot vrouwen had wel zijn prijs: zijn tegenstanders scholden hem van wege zijn ongetrouwde staat uit voor eunuch, ontmande. Jezus nam dat over als een soort geuzennaam en zei dat sommige lui zichzelf inderdaad tot eunuch maakten terwille van het Koninkrijk Gods. Zo zie ik dus mijn celibaat: uit strategische overweging zeg ik vaarwel aan het huwelijk en alle op huwelijk gerichte romantiek, om ruimere toegang te krijgen tot de vrouwenwereld. Dat is me zo goed gelukt dat veel getrouwde mannen mij benijden. Maar het is en blijft wel een verminking. Ik moet toegeven dat deze visie op het celibaat (nog) niet wijd verbreid is: meestal wordt die gekoppeld aan een onderwaardering van het seksuele, en dat vind ik fout en bovendien Evangelie-vreemd.

Vorige week heb ik mijn driemaandelijkse bezoek aan de neuroloog in Nairobi gebracht. Ik had een afspraak gemaakt voor half elf; maar toen ik er kwam zat alles potdicht. Nadat ik drie kwartier had zitten wachten op een stoel in de nabije pediatrie-kliniek kwam de dokter aansnellen. Druk-druk. Hij had autopech: het knopje waarmee het raampje dicht zou moeten gaan weigerde; dus had hij een andere auto moeten huren; en nu moest hij snel met een monteur naar zijn kapotte wagen. Gelukkig gaf hij me een herhaalrecept voor een lading medicijnen; daar was ik vooral om gekomen. En ik hoefde niet de gebruikelijke 50 Euro te betalen. Andere patienten werden weer naar huis gestuurd. In Nairobi maakte ik een mooie ceremonie me: een stuk of tien van onze Mill Hill groot-seminaristen legden hun missionaire eed af, de voorbereiding voor hun wijding. Het waren jongemannen uit West Afrika, Congo, Oost Afrika en India. Het deed me goed de globalisering van Mill Hill te zien in de kameraadschappelijke omgang van al die verschillende lui.

Het verkeer in Nairobi is elke keer chaotischer. De verkeerslichten bij een grote rotonde springen wel van rood op groen op rood op groen, maar niemand trekt er zich wat van aan. De aanwezige politieman staat verbouwereerd in zijn neus te peuteren. Dit lijkt mij trouwens een goed beeld van ons Kenia te zijn: de wetten zijn er wel, maar ze worden niet toegepast. Het zou best kunnen dat het ook zo met de anti-homo wetten in Oeganda zal gaan. Met het maken van een wet stelt men zijn geweten gerust.

Onlangs las ik een artikel waarom het voor Europeanen moeilijk is om gelukkig te zijn. Bij hen heerst de gedachte dat je alles onder controle kunt krijgen als je maar hard genoeg probeert. En in de media leeft het idee dat mislukken abnormaal is; en dat veroorzaakt veel stress. Ook heeft men in Europa overal recht op, en hoeft men dus nergens dankbaar voor te zijn. Ik weet niet in hoeverre dat waar is, maar bij de mensen hier is het haast het tegenovergestelde; en dus hebben de meeste mensen goeie zin; van stress of burn out hoor je hier nooit. Opmerkelijk vind ik ook dat de mensen hier veel meer herrie van elkaar kunnen verdragen. Hier heb je geen isolerende muren, geen geluidswallen en geen decibellen-tellers. Die er over klagen zijn Europeanen. Ik heb wel eens geschreven over het ontbreken van verzekeringen; maar waar wij dan verzekerd zijn doen ze hier een beroep op hun medemensen, en soort noaberschop zoals in Twente; hier heet het "Harambee". Het werkt aardig goed.

's Avonds kijk ik graag naar natuurfilms op de TV, bij voorbeeld hoe snoezige monniken-aapjs de babietjes van eekhoorntjes oppeuzelen. In een woord, het gaat goed met mij. Hopelijk met jullie allemaal ook. Tot een volgend bericht.

Hans Burgman

Brief 40 - 23 februari 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Soms hoor ik of lees ik hier leuke dingen, en die noteer ik dan even. Maar dat is niet alleen hier. Ook in Nederland hoor ik wel eens leuke dingen. Zo herinner ik me van mijn vorige verlof dat een atheiste een interview had op de TV, waarin ze toegaf dat ze toch wel eens bad. Het doet me denken aan een gezegde van C.S.Lewis dat hij niet in God geloofde, maar dat hij het hem wel kwalijk nam dat hij niet bestond.

Jullie hebben wel gemerkt dat ik er vaak op uit ben om dingen te vinden die wij van de mensen hier in Kenia kunnen leren. Nou dat we het over bidden hebben, dat is zeker iets dat de lui hier veel beter kunnen dan wij. Daarbij moet ik toegeven dat ze wel tot een ander soort God bidden dan wij denken te moeten doen. Voor de mensen hier is God meer iemand die hen laat boffen. Dan krijg je een gebed zoals: "Toe man, laat ons nou ook eens boffen." Een woord dat veel in hun gebeden voorkomt is "ng'wono" en dat betekent: door de vingers zien. Wat mij ook treft is, als ze een gebed gaan formuleren, beginnen ze meestal met: "we danken u voor ons bestaan." Ik denk dat ze hier iets raken. Blij zijn dat je bestaat is de beginfase van bidden. Ik kan me herinneren van mijn filosofie-lessen in de zestiger jaren dat ik mijn cursus altijd begon met de stelling "Zijn Is Fijn en Niet Zijn Is Niet Fijn". Dat is een existentieel gegeven. Als je blij bent dat je bestaat, is het maar een klein stapje verder om dankbaar te zijn dat je bestaat. Maar dan ben je eigenlijk al aan het bidden. Alleen weet je nog niet goed tot wie je deze uiting moet richten. Ik adresseer hem maar aan "To whom it may concern", de Engelse versie van "Lectori Salutem" ofwel L.S. Ik vermoed trouwens dat mensen die het wel denken te weten, in feite niet veel verder komen dan dat. Het Griekse woord voor dankbetuiging is eucharistie.

Steeds meer mensen rijden n u in het donker zonder licht, de fietsers allemaal. Het lijkt alsof ze zeggen: ik kan het toch wel zien, dus ik heb geen licht nodig. Daar zouden wij dan tegen inbrengen: maar het gaat er ook om dat anderen je kunnen zien, stommerik. Dat is zonder meer waar. Maar ik vermoed dat daar toch ook iets zit wat wij niet door hebben, namelijk dat ze liever niet gezien worden, so-wie-so niet. Ik heb dat meegemaakt met veiligheidslichten: de bewakers hadden ze toch liever niet aan, want anders konden inbrekers hen zien. In het donker zit je veiliger.

De politie is, terwille van de verkeersveiligheid weer begonnen om met alcohol-blazers te gaan werken, die apparaatjes waar de chauffeur in moet blazen. Maar wat doet de politie nou? Ik las er een reportage over. Op Valentinesdag gingen ze 's avonds naar een populaire bar, en verscholen zich daar ergens in de duisternis. Vertrok er iemand uit die bar, dan pakten ze hem vanuit hun hinderlaag. Zo vingen ze er heel wat. Zelf vinden de agenten dat slim; de slachtoffers vinden het gemeen. Een paar jaar geleden werd de adem-controle afgeschaft omdat teveel mensen het gemeen vonden.

Vanmorgen hadden we groot feest ter ere van de inwijding van de gerestaureerde hal van Nyalenda waar immers brand was geweest. Er was een Mis, met veel mooiezang, tientallen prachtig dansende kinderen, en eindeloos veel sprekers. We begonnen om half tien, de Mis was over om half elf, en daarna hadden we tot half twee sprekers, drie uur lang, Dan besef je dat de meest populaire vorm van entertainment hier is: sprekers. Iedereeen luistert aandachtig of gedwee, de kinderen roeren zich niet, en niemand kijkt op zijn horloge, behalve ik.

Met mij gaat het ook goed. Mijn drie ziektes, parkinsonitis, diabetes en celibaat, heb ik aardig goed onder controle, dus wat wil je nog meer. Tot een volgende brief.

Hans Burgman

Brief 39 - 1 februari 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Een wijs mens heeft ooit gezegd: Wij leren van de Geschiedenis dat we niets leren van de Geschiedenis. Nou is dat geen wonder, want de Geschiedenis bedriegt ons dan ook vaak. Kijk maar eens naar wat er gebeurde op momenten waarop mensen van verschillende kulturen elkaar ontmoetten. Ze werden gescheiden door een taal-barriere; en de meest belangrijke partij van de twee vond dan m eestal dat de anderen niet konden spreken, enkel maar brabbelen en dus barbaren waren die eigenlijk niet konden nadenken. Dat "barbaren-complex" vind je overal, door de hele Geschiedenis heen.

Bij de ontmoeting van Afrikanen en Europeanen een paar eeuwen geleden was het nog een graadje erger, want de Europeanen (net als de Arabieren) vonden dat de kaffers helemaal geen kultuur hadden. Hoe kwamen onze goede voorouders daar nou bij? Ik denk vanwege het feit dat de Afrikanen vaak naakt liepen. Voor Europeanen uit de achtiende en negentiende eeuw betekende naaktheid het ontbreken van het meest elementaire schaamtegevoel. Dat duidde op het ontbreken van alle morele besef, en was een bewijs van totale onkunde op het gebied van "De Heilige Deugd", de kuisheid. Seksualiteit was bovendien een gebied waar alle overtredingen doodzonden waren, en dat beveiligd werd met de garantie van eeuwige helse verdoemenis, een straf waar onze doodstraf maar kinderspel bij was. Naaktlopers waren voor de onzen dan ook echte wilden. Rousseau heeft daar een mooi kantje aan gegeven met zijn ideeen over "de nobele wilde". Gelukkig kunnen wij nu heel wat luchtiger over die zaken praten: zo weten wij dat kleren geen moreel gebod zijn, maar dat ze de seksuele spanning verhogen: een van de spannendste dingen van kleren is dat je ze uit kunt trekken. Dieren kunnen dat niet, en die missen dus heel wat. Maar de opinie dat Afrikanen met hun aanstootgevende naakthied in een roes van zondige opwinding leefden, klopte natuurlijk van geen kanten. Ze waren eerder preuts, iets wat elke Europeaan die hier wel eens geprobeerd heeft om foto's te nemen van onbevangen badende dames, beseft heeft wanneer hij in het ziekenhuis weer bij kwam. De mensen hier hadden zelfs strenge gedragsregels in plaats van losbandigheid. Hoe kwamen ze dan bij die naaktheid?

Ik heb eens ooit gelezen dat de kulturen in dit deel van Afrika "weglaat-kulturen" zijn. Dat de mensen vroeger wel kleren aan hadden gehad, maar dat ze steeds meer kleren hadden uitgedaan. Niet omdat dat koeler was, want zon op je blote huid is de warmste vorm van kleding, maar omdat je dan minder werk had op het vlak van wassen en reparatie en aankopen. Ik geloof dat dat zo is gegaan. Ik geloof ook dat het fenomeen weglaten zich heeft voorgedaan op meerdere gebieden, en waarbij men dan vrije tijd oogste. Vrije tijd is iets kostbaars. Die krijg je niet zomaar door niks te doen, nee, je moet vrije tijd scheppen door bepaalde daden weg te laten. Beloof dus eerst om wat te doen, en zoek dan een excuus om het niet te doen, en dan heb je echte vrije tijd. Begin ook liever zo laat mogelijk met werk dat je moet doen, want dan heb je de meeste kans dat zich een reden voordoet waarom het niet door hoeft te gaan. Maak ook niet te veel plannen: laat de dingen maar rustig op je af komen. Dit is geen onbeschaafdheid; stress-verkrampte Europeanen kunnen hier tot hun profijt wat van leren. En de verstandigen onder ons gaan dan ook zonder schaamtegevoel kamperen, een typische weglaat-bezigheid; sommigen zoeken zelfs een nudistenkamp op.

Ik denk toch dat de ontmoeting tussen aangekleedde Europeanen en ongekleedde Afrikanen deze laatsten onvermijdelijk een soort minderwaardigheidsgevoel heeft bezorgd: je moet de mensen daar niet meer aan herinneren. Het is veel beter om ze uit te nodigen ons iets moois van hun oude cultuur te laten voelen. En misschien om ons te leren nu en dan iets weg te laten. Je moet het alleen niet al te veel doen. Want weglaten mag dan bij tijd en wijle een gezonde bezigheid zijn, het leidt niet tot veel vooruitgang en tot het scheppen van nieuwe mogelijkheden. Ontmoetingen van verschillende kulturen worden pas leuk wanneer we van elkaar mooie dingen leren en elkaar een gevoel van waardigheid geven. Achter de meeste rare dingen die mensen doen steekt vaak wel een bepaalde goede reden. De Geschiedenis heeft ons niet altijd het hele verhaal verteld.

Verder is hier alles best. Het nieuwe dak van de afgebrandeNyalenda-hal ligt er al weer op. Morgen is er een geldinzameling onder de mensen.

Heel veel groeten.

Hans Burgman

Brief 38 - 15 januari 2014

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De feestdagen zijn voorbijgegaan met wat wel en wee. Ik ga mijn herinneringen even na. Daar was de Trouwmis van een broer van Molly. Hij had mij uitgenodigd omdat hij een van zijn drie kinderen Hans Burgman had genoemd. De kerk was versierd met een ereboog van balonnen, waaronderdoor het bruidspaar naar voren kwam, eerst de bruidegom en daarna de bruid..Vroeger duurde dat een eeuwigheid. Hier is de kerkelijke dienaar bij het huwelijk ook de burgelijke ambtenaar. Wij deden de burgelijke viering in het kantoor, en vandaar vertrok de processie naar de kerk, eerst de man en dan de vrouw. Nu is het hier zo, hoe plechtiger een processie, hoe langzamer men loopt. En men kan hier zo langzaam lopen dat het van stilstaan nauwelijks te onderscheiden is: zoiets als de wijzers van de klok. Gerry Mooij en ik hadden dus de gewoonte om snel ons middagmaal te eten terwijl die processie plaatsvond. Deze keer begon de processie echter achter in de kerk; dus dat schoot op. Een nieuwe bijzonderheid was dat kinderen bellen bliezen over de processie. Heel leuk effect.

De mooiste Mis was die van Kerstavond in de hal van Nyalenda, met een disco-achtige sfeer. Nederlanders zeggen dan wel eens dat men in Nederland ook wel van die Alleluja-kerkdiensten heeft met extatische lui. Maar extatisch is het hier juist niet: gewoon plezierig dansende mensen.

Na de Kerst gingen we weer traditiegetrouw bij Kizito logeren op het platteland. Vijf dagen lang stond de tijd stil; of liever: liep hij achter de coulissen verder zonder dat iemand op de klok keek. De mensen in de buurt namen de kans waar om mij te vragen in kerkdiensten voor te gaan op zondag en Nieuwjaarsdag. Op Nieuwjaarsdag waren er twee Missen: de eerste om 7 uur en de tweede om 10 uur, vijftien km verderop. Om 7 uur op Nieuwjaarsmogen?! Hebben de lui dan geen nachtrust nodig na al dat geproost en vuurwerk om twaalf uur? Nou, het enigste geproost en vuurwerk in de wijde omtrek was ons gedoe bij Kizito; alle andere mensen sliepen naar hartelust. De eerste Mis vond plaats op een ruw weiland onder plastic flappen op palen. Het had 's ochtendsvroeg flink geregend, dus aan modder geen gebrek. Maar de beminde gelovigen waren er, plus misdienaars en een koor en een schare dansmeisjes. Het was bijzonder om te zien: al die ballerina-voetjes die in de modder prakkend op en neer gingen. Schoenen in de modder kan natuurlijk niet; blote voeten best wel.

De tweede kerk was stamp- en stampvol. De glitter-slingers en de balonnetjes hingen zo laag over de lengte van het middenpad dat ik er diep-buigend onderdoor moest: moeilijk omdat ik tegelijkertijd ook nog met de wijwaterskwast moest zwaaien, backhand. Glitter overal. Op het altaar stonden twee boeket-achtige plastic versiersels met licht er in dat aan- en uitging in rood en blauw. En het altaarkruis zelf had in de voet groen-blauwe knipperlichtjes. Zulke Missen zijn fijn: de mensen hebben geen boekjes of papieren in de hand maar kijken je aan; en als je zit friemelen er kleine kinderen aan je benen. God verveelt zich dan ook in die kerk geen moment. In alle Missen vroeg ik bij mijn dankwoord of ze wel wisten in welke kerk de meisjes jaren geleden voor het eerst gingen dansen. Dat was onze kerk van Milimani, en dat weet ik zo goed omdat wijzelf dat in de tachtiger jaren hebben ingevoerd met de kinderen van Pandipieri, getraind door Josephine R.I.P. Op weg naar huis vroeg ik Kizito of de mensen dat wel geloofden, dat een Europeaan dat had ingevoerd. Hij zei dat ze dat niet wisten en zich ook niet konden voorstellen. Afrikaanse priesters zouden het trouwens ook niet gauw gedaan hebben, want alles wat hier in de kerk gebeurt moet van bovenaf gedecreteerd worden.

Twee zondagen geleden viel in de hal van Nyalenda bij de kerststal een kaarsje om en vloog alles in brand: kerststal, kerstboom, plafond. Ze konden de brandende boom er niet uit krijigen, want die was met touwen vastgebonden. In een ommezien was heel de buurt bezig met blussen, want ze hebben destijds zelf de hal helpen bouwen. Het interieur en het dak zijn fink beschadigd. Toch wel een ramp, ja, en niet verzekerd; daar beginnen ze hier niet aan. Mochten er onder jullie vrienden zijn die de Nyalenda-gemeenschap een handje willen helpen dan is hier ons gironummer in Oosterbeek: 1066957 tnv Missieprocuur Mill Hill, voor H.Burgman-brand.

Onlangs las ik in de krant van een man die het afgelopen jaar 17 keer een loterij had gewonnen, meer dan een miljoen shilling. Gevraagd hoe hem dat lukte zei hij dat hij op een speciale wijze bad. Hij wist dat omdat hij theologie gestudeerd had. Wij zijn niet jaloers: wij hebben vrienden.

Heel veel goede wensen bij alle wel en wee van 2014.

Hans Burgman

Brief 37 - 18 december 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Onlangs woonde ik in de Pandipieri-wijk de begrafenis van Theresia Sule bij, en was ik dus weer eens echt in Afrika. Een Afrikaanse begrafenis is iets speciaals zoals jullie onlangs hebben kunnen zien bij de begrafenis van Mandela. Bij nogal wat Nederlanders kwam de vrolijke stemming die daar heerste wat eigenaardig over, hoorde ik. Toen mijn moeder in 1978 hier voor de eerste keer een begrafenis bijwoonde, vroeg zij de mensen waarom zij zo vrolijk deden op een begrafenisfeest. Hun antwoord was: "Dat is om te tonen hoe dankbaar wij zijn dat wij een zo goed mens bij ons mochten hebben." Ik denk dat daar nog meer bij komt. Ik vermoed dat veel Afrikanen denken dat de geest van de overledene nog steeds een rondwaart bij het lijk. De viering van de begrafenis is dan ook een laatste samenzijn met de overledene en dat moet je niet al te droevig maken voor de vertrekkende geest. Vandaar dat er eindeloze lofprijzingen klinken ter ere van de dode en geen onvertogen woord; er wordt veel gezongen en gedanst; en dronken ordeverstoorders worden met zachte hand telkens maar weer van het toneel verwijderd. 

Theresia was vanaf het allereerste begin van ons werk in Pandipieri een grote hulp geweest, al kwam zij over als een simpel vrouwtje. Op de begrafenis werd duidelijk wat voor imposante matrone zij eigenlijk was: er waren zeker wel 1000 mensen, en twee dagen lang werd haar heengaan gevierd met zang, toespraken, dansen en gelach. Wat mij opviel was dat de tijd als het ware stilgezet werd ter wille van de oude dame die sinds kort uit de tijd was: uren aan een stuk zaten ze daar allemaal, en niemand werd ongeduldig. De liturgische dansmeisjes zaten vlak voor mij, en ze zaten daar maar, zonder gewriemel en geschuifel. Ik heb Europeanen wel eens horen zeggen dat dit een teken was van door ondervoeding veroorzaakte lethargie; maar dit is niet zo. De meisjes zagen er prima uit al hadden ze net zulke spillebeentjes als de Keniaanse marathonlopers. Wat de mensen hier op Europeanen voor hebben is dat ze vrede hebben met het langzame verloop van de tijd, iets wat wij nooit geleerd hebben; zij hebben dat geleerd als babies op de rug van hun moeder. Deze lange duur is bovendien goed voor rouwverwerking: je kunt blijven huilen totdat alle tranen op zijn en je weer kunt lachen. 

Ook de moderne tijd was te bespeuren. Theresia lag in een superluxe kist met een driedubbele deksel en prachtig koperen beslag. Het graf was van binnen betegeld, en voorzien van een neerlaat-mechanisme. Toen de kist eindelijk naar beneden ging zag je tussen de wuivende handen en de luid huilende gezichten overal smart-phones en tablets. Er werden palen over het graf gelegd, daarna golfplaten, ijzeren vlechtwerk en bekisting voor de cement. En toen was er voor alle aanwezigen iets te eten; ook dat regelen ze eventjes in een handomdraai voor duizend mensen. 

Het verkeer wordt met de dag gevaarlijker; de strenge maatregelen van het voorjaar zijn allemaal weer weggesmolten, want ze worden niet toegepast. Nieuwe wetgeving verloopt ongeveer aldus: na drie maand houdt 80% zich aan de nieuwe wet; na een half jaar nog 50%; na driekwart jaar nog 25%; en na een jaar nog 10%. En dan zegt men: zie je wel, we hebben toch wat vooruitgang geboekt. Soms wordt er nog eens in een stuip van vastberadenheid een draconische straf opgelegd: vorige week las ik dat een dame werd gepakt door de politie omdat ze in de auto tijdens het rijden aan het telefoneren was. Ze werd meteen ingerekend, en kreeg drie maand gevangenisstraf waardoor ze bovendien ook haar baan kwijtraakte. Iedereen blijft het doen. 

Op velerlei wijze breekt het moderne leven hier dus door. Vorige week las ik van iemand dat hij in Nairobi van de zevende verdieping van een flat was gesprongen omdat Manchester United een voetbalwedstrijd verloren had. 

Dit is mijn laatste Kroniekbrief van dit jaar. Veel dank voor jullie waarderende commentaren, en heel veel goede wensen voor de komende feestdagen. Tot in het nieuwe jaar.

Hans Burgman

Brief 36 - 6 december 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Vorige week was ik op bezoek bij de neuroloog voor mijn drie-maandelijkse afspraak. Zijn deuren stonden open en hij riep mij toe om door te lopen. Ik vroeg of zijn secretaresse hem in de steek had gelaten. Nee, hij had het aardige meisje moeten ontslaan vanwege oplichting. Zijn consult kostte 50 Euro, maar zij vroeg 60 van de patienten en stak dan 10 in haar eigen zak. Toen het ontdekt werd had ze zo al 920 Euro buitgemaakt. De secretaresse daarvoor had hij ook al moeten ontslaan: die vroeg van de patienen een bedrag voor haarzelf voor ze een afspraak wilde boeken. Deze dames waren mensen met een hoog salaris. Waarom stelen ze? Ik ben hier 20 jaar lang aalmoezenier geweest in twee gevangenissen. Ik ben tot de conclusie gekomen dat mensen stelen, niet zozeer omdat ze arm zijn, maar eerder omdat ze rijk zijn. Ik heb daar hard over nagedacht. Ziehier.

In de natuur om ons heen steelt letterlijk alles en iedereen. Hoe machtiger je bent, hoe meer je hebt, des te makkelijker je kunt stelen. Zo is dat geregeld door Moeder Natuur. Eerlijkheid kun je van de natuur niet leren: daar is het een vorm, van domheid. De mensen van Oeganda hadden hun ogen niet in de zak wat dat betreft, en hadden voor slim bedrog en wijsheid hetzelfde woord: amagezi. Laat het grote woord maar komen: eerlijkheid is onnatuurlijk. En wie zwak is of niet slim genoeg gaat er in de natuur onverbiddelijk aan. De uitzondering zijn jonge dieren die door hun moeder verdedigd worden; waarom die moeders dat doen is een vraag. Beschouwen die moeders hun jong wellicht als een deel van henzelf? Dus toch: stelen is natuurlijk? De secretaressen deden het alleen niet slim genoeg? Als je eerlijkheid niet van de natuur kunt leren, waar van wel dan? Een nadenkertje. Het is tekenend dat een van de tien religieuze geboden van Mozes was: Gij zult niet stelen. Vond Mozes dat religie nodig was om de mensen eerlijk te krijgen? Waren zijn Tien Geboden een poging om de mensen uit de wet van de jungle te krijgen door middel van religie? Gij zult niet doden? Gij zult geen seksueel geweld plegen? Gij zult uw hulpbehoevende ouders niet aan hun lot overlaten? Is dan religie een poging om de natuur te overstijgen, een poging tot beschaving? 

Sommige Europese jongelui klinkt dit vreemd in de oren. Elke woensdag heb ik in Nyalenda een Schriftuur-overweging met wat vrienden, o.a. Dan, de directeur van onze kunstacademie, gevolgd door een eenvoudig middagmaal. Toen we hier de vorige week mee bezig waren kwamen twee Nederlandse meisjes binnen, die graag de kunstschool wilden zien. Dan zei dat de school dicht was, maar dat ze welkom waren om even aan de bijbel-studie mee te doen, met ons wat te eten, en daarna zou hij de school voor hen open doen en ze alles vertellen. Toen ze het woord bijbel-overweging hoorden begonnen ze beteuterd te kijken en maakten mompelend dat ze wegkwamen. Dan moest erg lachen: "Die lui, zelfs met een aangeboden maaltijd krijg je ze niet aan de Bijbel." 

Jullie herinneren je waarschijnlijk dat voor ons werk in de sloppenwijken van Kisumu het eenvoudige evangelie de bron van inspiratie is, al 35 jaar lang; en met spectaculair resultaat. Wij zijn dan ook opgetogen over de laatste beleidsverklaring van Paus Franciscus: daaruit blijkt dat hij een overtuigde aanhanger is van het Pandipieri-gedachtengoed. We (jullie) hebben op het goede paard gewed. Als het klopt gaat de Kerk onze kant op. 

Nog even een leerzame anecdote over onze regeringsmensen. Belangrijke mensen die in dit land uit hoofde van hun beroep vergaderingen moeten bijwonen, eisen hiervoor ook nog apart "zitgeld". Ik las in de krant dat een departement een ander beschuldigde dat ze zich onbeschaamd hoog zitgeld toewezen, en wel 800 Euro per keer. Wel nee, zeiden die anderen; we nemen enkel maar 560 Euro. (Bedenk hierbij dat 150 Euro een flink maandsalaris is.) Slimme lui, ze hebben toegang tot het geld en pakken het, natuurijk. Daar zijn de secretaressen maar klungelaartjes bij. Laten we zuinig zijn op onze Tien Geboden, want de jungle is dichtbij.

Veel groeten en tot de volgende keer.

Hans Burgman

Brief 35 - 16 november 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Groeten uit Kisumu, waar ik de dingen weer redelijk op orde heb. 

Onlangs is er bij Nairobi een vreselijk ongeluk gebeurd dat tot nadenken stemt. Het gebeurde bij een onbewaakte overweg. Een lange rij auto's stond te wachten op de trein die met luid getoeter zijn komst aankondigde. Drie politieagenten stonden langs de weg om het verkeer te regelen. Een busje kwam aanrijden en maakte zich op om langs de rij wachtende auto's over het trottoir naar voren te rijden, iets waar een boete op staat van honderdduizend shilling of een jaar ggevangenisstraf. De politieagenten probeerden het busje tegen te houden, maar de chauffeur schreeuwde uit het raampje dat hij een bekwame chauffeur was en best wel wist wat hem te doen stond. Langs de spoorlijn hadden handelaars optrekjes neergezet die het uitzicht belemmerden. Bij de overweg aangekomen vond hij de weg geblokkeerd door een voorgaande auto zodat hij op de rails tot stilstand kwam. De trein greep het busje in de flank, en sleurde het 100 meter mee. De chauffeur wist er net op tijd uit te springen, maar zeven van de inzittenden werden gedood. Omdat de chauffeur keihade muziek speelde kon hij vanwege de koptelefoon het getoeter van de trein niet horen. 

De chauffeur zei woedend: "Als die voorgaande auto mijn weg maar niet geblokkeerd had, was er niks gebeurd." Er stonden trouwens ook geen tekenen dat dit een onbewaakte overweg was. Maar de politie zei: "Doe toch niet zo onnozel, iedereen weet toch dat er hier elke morgen om acht uur een trein langskomt. De eigenaars van de optrekjes vonden dat ze niet geblameerd kon worden, want niemand had hen verboden om daar te staan. De wegenbouwers hadden geen verkeersdrempels aangelegd; ze vonden dat het overbodig was omdat de trein toch luid toeterde. En de politieagenten hadden nog wel geprobeerd om de chauffeur te stoppen. En zo had iedereen zijn uitvlucht. 

Bij dit ongeluk werden natuurlijk allerlei voorschriften overtreden. Maar zo gaat het hier vaak. De wetten zijn er wel, maar ze worden niet toegepast. Op het eerste gezicht lijkt dit een kwestie van grove nalatigheid. Maar er zit ook nog iets anders onder, en wel een diepgewortelde argwaan tegen alle wetten. Een wet is inderdaad altijd stabiel en star, terwijl de werkelijkheid steeds varieert en beweegt. In zekere zin neemt de wet je het heft uit handen.Reeds in de klassieke oudheid kende men dat gevoel, dat zijn neerslag vond in het gezegde: "Summum ius summa iniuria": het hoogste recht is het hoogste onrecht. En in het Engels zegt men vaak: "the law is an ass", ofwel de wet is een ezel. Uiteindelijk is de wet een bedreiging voor het initiatief van iedere mens: de wet beknot het persoonlijke inzicht. En daarom komt degene die de wet stroef toepast vaak agressief over. Het ongeluk had inderdaad te doen met grove nalatigheid, maar diekwam weer voort uit de overtuiging dat je de wet altijd zo soepel mogelijk moet toepassen Dat is een instelling, ook bij zeer toeegewijde mensen, die men niet zo maar een-twee-drie kan veranderen. Het zal nog heel wat doden kosten. 

De vader van Molly heeft dankzij de noaberschop zijn ziekenhuisrekening kunnen betalen, maar alle problemen zijn nog niet opgelost. Er zijn nu onderzoeken gaande waarom hij water achter de longen had. En die onderzoeken kosten toch ook weer geld. Ze proberen nu uit te vinden of het ook kanker is. Hijzelf blijft opgeruimd ondanks alles, ondanks pijn en zorgen. Molly zegt: "Het is dat hij een man is, dat hij nooit klaagt; als hij een vrouw was jammerde hij alles aan elkaar." Mmmm. 

Mensen hebben mij bij mijn jubileum in augustus iets in de hand gedrukt voor een cadeau. Ik had van tevoren al laten weten dat ik graag een mooie nieuwe cd-speler wilde hebben, omdat mijn oude - een cadeau voor mijn 80ste verjaardag - het niet goed meer deed. Vorige week heb ik een nieuwe gekocht, een kanjer. Ik geniet er met grote dankbaarheid van. 

Tot zover deze brief uit een zonnig maar, wat het verkeer betreft, een nogal onveilig Kisumu

Hans Burgman

Brief 34 - 25 oktober 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Op zondag 22 october werd in Nairobi om 6.30 wakker met de zon op min gezicht, en op maandag 223 october stapte ik op het vliegveld van Kisumu de 32 graden middagwarmte in. Sindsdien heb ik de huiselijke draadjes weer opgenomen: koffers uitgepakt, mijn sleutels en mijn geldkistje weer uit hun schuilplaatsen gehaald, de auto weer reisvaardig gemaakt, mijn nieuwe mobiel ge-afrikaniseerd en mijn laptop terug laten schakelen naar de Keniaanse provider. Dit laatste is nog niet gelukt, en zal nog best wat dagen duren. Tussen de 136 berichten die op mijn keniaanse adres waren binnengekomen vond ik het droeve bericht van Johan Smorenburg, hoe hij met zijn zoon een auto-ongeluk in Namibie had gehad, waarbij helaas zin zoon om het leven was gekomen. Zijn talloze vrienden hier in Kisumu hebben het bericht met ontsteltenis gehoord. 

Op de vlucht van Schiphol naar Nairobi was er iets nieuws: we kregen een douane-formulier waarop we pecies moesten invullen wat voor contrabande we bij ons hadden: niet alleen dynamiet, cocaine en pornografie, maar ook hoeveel tabak, hoeveel drank, hoeveel eetwaar, en zelfs hoeveel meelproducten. Ik kreeg het gevoel dat we in een fuik van barse ambtenaren terecht gingen komen die ons allemaal de koffers zouden gaan nasnuffelen. Ik vulde in dat ik wat stukken kaas had en wat speculaas. Eenmaal bij de douane werden wij vrolijk verwelkomd door een stel gezette oudere dames die hartelijk lachend mijn papiertje aannamen zonder het zelfs maar open te vouwen; zwaaiend lieten ze ons door. De boodschap was duidelijk: vriendelijkheid is belangrijker dan de wet. 

Het was negen uur 's avonds toen de taxi-chauffeur mij naar het Mill Hill Huis bracht. Bij de drukke rotonde midden in de stad negeerde hij alle rode lichten. Ik vroeg hem of men tegenwoordig nog stopte voor rood licht. "Nou," zei hij, "in het donker niet, dat is veel te gevaarlijk". Op mijn vraag of politieagenten wel een controleerden bij de stoplichten, zei hij: overdag wel eens maar 's avonds niet; dat was veel te gevaarlijk voor hen. Veiligheid gaat boven de wet. 

Gisteren liet ons aller vriendin Molly me weten dat haar vader Henry erg ziek was met vocht achter de longen. Alleen de twee duurste ziekenhuizen van Kisumu hadden de apparatuur daarvoor. We zijn hem in het Aga Khan Hospital op gaan zoeken. Nu is het zo dat dure ziekenhuizen hier ook echt duur zijn. In januari heb ik zelf een paar dagen inde Aga Khan gelegen, en daarmee zaten we al gauw over de 100 000 shilling, zeg maar 1000 Euro, zonder chirurgische behandeling. (Mill Hill betaalde.) Bedenk dat 200 Euro hier een flink maandloon is. Henry was helemaal niet verzekerd. Toch maar naar dat ziekenhuis? Tja, zeggen ze, als het gaat om leven en dood, wat doe je dan? Hoe ze straks het geld bij elkaar moeten krijgen weten ze niet. Pikant detail: vroeger was hij als hoofdmeester wel verzekerd geweest tegen ziekenhuis-opname, maar bij zijn pensioen had hij het gestopt. Jaren later had hij nog wel eens gevraagd hoe hij het weer op kon nemen; hij bleek al de tussenliggende premies te moeten betalen, en dat was wel veel geld; dus toch maar niet. Wat doet het ziekenhuis straks als hij niet kan betalen? Veel ziekenhuizen gijzelen dan de patient; ik heb ziekenhuizen gekend waar de meeste zieken gezond waren behalve dat ze hun rekening niet konden betalen. Henry is een goed ontwikkeld man, betrouwbaar en vriendelijk. Wat voor oplossing zou hij vagelijks zien? Afgaande op soortgelijke gevallen zal er dan op alle familieleden en vrienden een dringend beroep gedaan worden om geld bij te schieten, wellicht door de verkoop van grond of vee of door leningen van een bank. De grote vraag is dan of hij dat ooit zal kunnen terugbetalen. Maar een ding is zeker: zijn helpers zullen wel tot in lengte van dagen zijn vrienden blijven, die hij weer op andere momenten zal moeten helpen. Hier investeert men in de verzekering van vriendschap en "noaberschop". Vaak werkt dat ook wel. 

Heel veel groeten. Geniet van het najaar en de noaberschop.

Hans Burgman

Brief 33 - 9 oktober 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Mijn verlofperiode loopt ten einde, en ik moet zeggen: het is een geweldige tijd geweest met talloze blijken van vriendschap. In mijn vorige Kroniek vermeldde ik wat er in augustus aan festiviteiten is gevierd; daar is in september de Afrika-dag in Bergeijk bij gekomen. De stemming zat er daar zo in dat ze me tijdens de Mis een fles oude klare aanboden. Een deel van mijn preek bestond uit het opnoemen van dingen die ik in de loop der jaren van Afrika geleerd heb. Mensen vroegen mij na afloop om een kopie van deze lijst. Ik zal die in de volgende Vriendenbrief publiceren. 

Zonet heb ik nog weer eens alle geschreven gelukwensen doorgelezen, en dat ontroerde me diep. Ik kan ze onmogelijk beantwoorden, Ik kan ook niet al die mensen schriftelijk bedanken die me een envelop in de zak gestoken hebben. Ik bedank ze hierbij nogmaals van ganser harte. Enkele vrienden drukten mij op het hart om eens wat leuks voor mezelf te kopen. Oorspronkelijk had ik gedacht om mijn falende platenspeler te vervangen met een speciaal type dat hier te krijgen is; maar dat is niet naar Kisumu te vervoeren. Dus zal ik in Kenia een mooie nieuwe aanschaffen. 

Over electronica gesproken, mijn leven is er weer verder mee verrijkt. Vrienden gaven me een spraakherkennende software voor mijn computer; en zelf verving ik mijn oude haperende organiser door een smart-phone om mijn adressenbestand op te slaan. Het kost mij veel moeite om die apparaten te beheersen. Van nature heb ik een beetje een hekel aan dingen waar knopjes aan zitten, want dan kun je niet zien wat er gebeurt. Een feit is ook dat hoe moderner instrumenten worden, hoe meer knopjes ze krijgen. En daar komt dan nog bij dat bij het klimmen der jaren min aanleer-aanleg sterk vermindert. Dus is het zwoegen geblazen. 

Over verminderen gesproken, mijn loop-bewegingen verminderen drastisch. Het schijnt dat ik naast mijn parkinsonitis ook was last heb van artrose in de ruggegraat. Ik ga nu binnenkort een pijnbehandeling ondergaan middels holle naalden die via het stuitbeen in de ruggewervels worden gestoken. Wanneer ik dat zo zeg voel ik dat het eigenlijk niet nodig is. Maar ja. Het was een goede tijd, dit verlof. Ze hebben twee interviews met mij opgenomen. Eentje voor de rrk die zal worden uitgezonden wanneer er een Eucharistie-viering vanuit de St. Lambertus in Hengelo is, ik geloof op zondag de 13de. Het andere interview gaat over mijn Santiago-boek en zal geplaatst worden op de website van het Genootschap van St. Jacob onder de titel "De Weg naar Binnen". Tussen twee haakjes, het betreffende boek "Losgelopen Woorden" is nu op internet verkrijgbaar via Pumbo. Verder is niets mij ontgaan van het Nederlandse nieuws, zoals bijvoorbeeld Prinsjesdag. Ik hoorde een journalist een stel schoolkinderen interviewen. Het ging zo. Journalist: "En hoe vonden jullie Prinsjesdag?" Kinderen: "Saai, saai". Journalist: "En begrepen jullie het slechte nieuws wel?". Kinderen: "Ja, werkeloosheid en zo". Toen sprak de journalist Rutte aan. Journalist: "Meneer Rutte, ik sprak net met een stel kinderen, en die vonden Prinsjesdag allemaal erg spannend". Rutte: "Ja, het was inderdaad ook geweldig spannend." 

Ik hoorde trouwens een keer ook twee vrouwen met elkaar praten. Vrouw 1: "Mooi weer vanmorgen he, lekker die zon". Vrouw 2:"Ja, maar,voor vanmiddag hebben ze slecht weer voorspeld". Vrouw 1: "He, wat is dat toch jammer, het had toch zo mooi kunnen zijn". Vrouw 2:"Ja echt zonde, dat slechte weer altijd". Vooruitzien, daar draait alles om. Ik heb hier een collega die me in september vertelde dat hij al zijn kerstkaarten al klaar had voor verzending. 

Zaterdag 19 october vlieg ik terug naar Nairobi, als ik de pijnbehandeling tenminste overleef. Hoe alles daar gegaan is tijdens mijn afwezigheid zal ik jullie melden in de volgende Kroniek. Heel veel groeten, alhoewel nog geen Zalig Kerstfeest.

Hans Burgman

Brief 32 - 3 september 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De maand Augustus is alweer voorbij, het is hoog tijd dat ik weer eens iets van me laat horen, al is het dan niet vanuit Kisumu. Als ik op de voorbije weken terugkijk zie ik nauwelijks iets anders dan feesten.Het eerste weekend was het raak in Kerzell: het jaarlijkse dorpsfeest voor Kisumu. Joseph Reith, de grote vriend uit mijn Kisumu begin-jaren en grondleggger van dat feest worstelt met botkanker, maar reageert zo goed op zijn kuur dat hij de hele dag kon meevieren. Van de burgemeester kreeg ik een kanjer van een ingelijste oorkonde voor mijn jubileum. Zij benijden ons wel om de jonge garde in het bestuur van onze Vrienden-Stichting. 

De maand Augustus was een en al feest. Op de 15de hier in Oosterbeek het jubilarissenfestijn van Mill Hill; op de 18de de viering in de Lambertusbasiliek in Hengelo, zeer ontroerend; en daarna onze Vriendendag op de 24ste. Meer dan tachtig mensen waren er; het eten werd verzorgd door een caterende dame uit Almelo die eigenlijk uit Pandipieri kwam en Keniaans eten op tafel bracht.Bijzonder was ook dat er zes bezoekers uit Kerzell bij waren. We leren elkaar dus steeds beter kennen. De liturgie-viering was bijzonder: een klein koor van Nijmeegse studenten, een magnifieke preek van Thijs, en ontspannen rituelen. Het was zo plezierig dat niemand op zijn horloge keek (behalve ik), en na afloop heb ik mensen gevraagd of ze wel wisten hoe lang de dienst geduurd had. Iedereen was verbaasd te horen dat het twee uur geduurd had. 

Toen dat feest over was ben ik snel naar mijn vrienden bij Frankfurt gegaan om vijf dagen lang intensief niets te doen; dat is aardig goed gelukt. Maar ik moest wel van 's ochtens tot 's avonds leuk zijn in het Duits. En veel eten, grote porties. Heel lekker trouwens, degelijk ouderwets. Elke morgen las ik de degelijke Frankfurter Allgemeine krant. Daarin vond ik overigens wel iets bizars. Het was een-grote beschouwing van de Arabische Lente, al de troebelen in de Islamietische wereld . In dat hele stuk werd de Islam niet een keer genoemd, noch de Koran. Dus daar heb je serieuze intellectuelen die vinden dat je op gedegen wijze over de gebeurtenissen daar kunt spreken zonder de godsdienst er in te betrekken. Als wij zo te werk gaan maken we ons helemaaal ongeloofwaardig in de ogen van de mensen daar. Maar de lezers van de krant zullen dat wel niet door hebben. Zo denken ze dan ook te kunnen praten over India en het verre Oosten zonder eige kennis van Hindoeisme en Boeddisme, over China zonder iets te weten van Tao, over Afrika en Zuid Amerika zonder benul van het Christendom. Dan worden wij in Europa wel de dorpsgekken van de wereld. 

Hier in Oosterbeek hebben we twee huizen: Vrijland, het verzorgingsinstituut en het St Jozefhuis voor gepensioneerden en gasten. Vrijland zit vol met oude collega's die je soms nauwelijks nog herkent in hun aftakeling. Gisteren hoorde ik van een welbekende vriend die nu wezenloos in een rolstoel ronddwaalt. Hij wilde onlangs de kapel inrijden, en een vriendelijke huisgenoot bood aan om hem naar binnen te duwen, zeggende: "Zal ik u de kapel inrijden, pater?" De pater zei: "Wie ben jij? Sodemieter op!" Later zei een ander tegen hem:"Het is toch wel mooi weer, he?" Toen zei hij: "Ja, maar dat lijkt maar zo." 

In het St. Jozefhuis kabbelt het gepensioneerde leven kalmpjes verder met zijn eigen details. Iemand hier heeft voor zijn raam een vijver, met heel wat visjes. Nu en dan komt er een hongerige reiger. Die gaat op de oever staan, en spuugt dan in het water. De visjes denken dat er een insect in de vijver is gevallen en zwemmen er op af, om door de reiger gepakt te worden. Knap; ik heb vroeger veel gevist, maar deze methode kende ik nog niet. 

In de Remonstrantse Kerk van Eindhoven sprak ik een woordje bij een collecte voor Pandipieri. Ze waren ontzettend gul, en niet alleen met geld. Een oude dame kwam na afloop bij me en zei: "Meneer, u bent zo mooi". Kerkdiensten kunnen verkwikking geven, houd ze dus in ere. 

Ik ben nog tot 19 october in Nederland, en hoop nog vele vrienden te zien. 

Groetjes.

Hans Burgman

Brief 31 - 17 juli 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Vrijdag de 19de ga ik op weg naar Nederland; het is nu maandag, dus ik kan jullie nog net een kroniekje sturen. Er is nogal wat te vertellen over de opwindende dagen die we achter de rug hebben. Het ging om een aantal jubilea: mijn 60jarig Priesterfeest, het 35-jarig bestaan van Kisumu Urban Apostlate Programmes, en het feit dat we 10 jaar geleden de epische voettocht hebben gemaakt van Kampala naar Kisumu als viering van het eeuwfeest van de St. Joseph's parochie. Vanaf eind juni kwamen de 25 Nederlandse gasten binnendruppelen. De twee uit Bergeijk, Mart en Anne, waren drie dagen te laat doordat ze met het pechvliegtuig in Athene vastzaten. De helft van de gasten werd bij gastgezinnen ondergebracht. Voor sommige was dat een diepe cultuurschok; hier en daar zijn er wat traantjes gevallen. Maar iedereen kreeg al gauw de pas te pakken:hoe om te gaan met het openbaar vervoer: fiets-taxis, motoren en gemotoriseerde riksjas; en hoe om te gaan met het eten. 

Ik kreeg moeilijke vragen als: Wanneer eten de mensen hier warm? Hier kan alle eten zowel warm als koud zijn: daar wordt niet over gepraat. In Nederland ligt daar een strenge scheidslijn. Het doet me denken aan mijn Moeder. Als ik bij haar kwam vroeg ze: Hei al egetten? Als je geen warm eten had gehad had je niet gegeten.

De eerste grote feestdag was Vrijdaag de 12de. Ik werd in triomf op een versierde ezelskar door de straten naarPandepieri gebracht, omstuwd door een dansende menigte die met witte doekjes zwaaide. De ezelsmenner had bij wijze van rem een touw om de linker voorvoet van de ezel gedaan en daar trok hij aldoor aan. Na de Mis - een wervelende en dansende menigte - werd ik geinstalleerd als Luo stam- oudste. Ik werd neergezet op een driepoot stoel, behangen met een heup-schort, geschoeid met autoband-sandalen; uitgerust met een scepter gemaakt van een koeiestaart, een bont schild, een mijter gemaakt van de vacht van een beschermde Collobus-aap, en teslotte een speer van jewelste. Ik heb mij laten vertellen dat alle Luo vrouwen mij nu bijzonder heus moeten bejegenen. De zaterdag was de dag van de sponsorwandeling, zeven uur in prachtig glooiend gebied. Er waren geen uitvallers bij de 180 lopers. Wel dachten diverse plaatselijke oudere dames, onbekend met het fenomeen "sposoren", dat ze na afloop betaald zouden worden. Men heeft ze uitgelegd dat dit een soort lopend gebed was, en dat stemde hen meer dan tevree. - 

Zondag was het weer feest, ditmaal in de parochie. Geinspireerd door de ezelskar vervoerde men mij deze keer in dansprocessie naar de kerk gezeten in een leunstoel achter op een pick-up. Het was een oude dieselauto die moeite had om zo langzaam te gaan als de lopers. Al gauw raakte de motor oververhit en sloeg hij af. Dan wachtte de chauffeur even, zette de motor aan en gaf dan een loei van een peut voorwaards, waardoor mijn leunstoel telkens ver achteroversloeg tezamen met die van mijn beide secondanten, want we hadden niets om ons aan vast te houden. Weer genoten we van een uitbundige liturgie met entertainment er na, waarbij ik gedanst heb met de jongste (5jaar) en de oudste (90+) dame, disco-stijl. Zo gaat dat hier in de kerk. 

Al met al was het een geslaagd festijn: de bezoekers draaiden ook een paar dagen mee in enkele van onze programma's: gezondheidswerk, jeugdwerk, en bijzondere scholen. Voor bijna iedereen was dit een aangrijpende ervaring. Voor het voorbereidend comitee, Johan Smorenburg, Molly en ik-zei-de-gek, was het organiseren van al die evenementen een spannend avontuur. Probeer hier maar eens om zoiets te doen , als je weet dat alles wat hier goed gaat, maar net op het nippertje goed gaat. Ik maak mezelf wijs dat ik nu een rustige tijd voor de boeg heb. Het zal in ieder geval een genoegen zijn om velen van jullie tussen nu en eind october weer te zien. 

Hans Burgman

Brief 30 - 25 juni 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Ouderdom komt met nostalgie: ik zit mijn oude dagboeken te lezen. Soms kom ik frappante dingen tegen. Op 8 december 1981 was ik in Nairobi, en daar gaf Mgr.Ndingi die toen bisschop van Nakuru was, een toespraak. Hij zei dingen die mij vreemd in de oren klonken. Bijvoorbeeld: Voor een pastoor is de gelofte van armoede: een goed-gepoetste auto. Een beetje kon ik het wel begrijpen. Voor mensen hier betekent de auto wassen: de auto onderhouden. Hij scheen dus te zeggen dat je je spullen goed moest onderhouden. Mmm. Daarna zei hij: Als de Kardinaal van Nairobi in de Mathare-slums zou gaan wonen zouden de mensen geen respect meer voor hem hebben. Nou nou. Daar kun je aan zien hoezeer wij met onze Pandipieri-filosofie tegen de stroom in moesten roeien. Gelukkig hebben we de nieuwe paus meer aan onze kant. Maar het heeft lang moeten duren. 

Je kunt je haast niet voorstellen dat dit 32 jaar geleden is. We maken ons op voor ons 35-jarig jubileum, en Pandipieri bloeit dat het een lust is. Zelf ben ik op 12 juli 60 jaar priester. Deze jubilea worden op diverse wijzen gevierd gestuwd door 25 bezoekende Nederlandse vrienden, van wie er vele 10 jaar geleden zijn meegelopen van Kampala naar Kisumu om het eeuwfeest van de parochie te vieren. De meeste van de bezoekers gaan bij Keniaanse vrienden thuis logeren. Dat is op zich een flink avontuur, waaraan onze mensen mee willen doen: het aanbod van gastgezinnen was het dubbele van wat we nodig hadden. Kultuurverschillen gaan vast en zeker rinkelen. 

Als Europeaan blijf ikzelf nog steeds voelen dat er bij de mensen hier een andere kultuur in hun genen zit. Neem nou dit. Het wordt donker, en men gaat in de bijenkomst een kaarsje aansteken. Men balanceert het brandende kaarsje voorzichtig net zo lang rechtop op de tafel tot het blijt staan. Wanneer het na een tijdje toch weer omvalt zeg ik van "Nogal wiedes". Maar mijn vrienden proberen het weer opnieuw. Soms gaat men daarin heel ver. Ik zie dat in de pauze van mijn model-teken-lessen in de Art School. De diracteur, Dan, gaat dan een kopje thee voor ons maken. Er moet water gekookt worden. Hij heeft een electrische ketel, eentje waar de ketel op zo'n los voetstuk staat waar een snoer aan zit. Het snoer is te kort. Dus schuift Dan een stoel met de achterkant tegen de muur, en balanceert dan de volle ketel boven op de rand van de achterleuning tegen de muur. Ja, het gaat net. Maar terwijl de ketel begint te borrelen durf ik bijna niet meer te kijken. Ik ben de enigste. 

Een Europeaan is al gauw geneigd om te zeggen van: Die mensen denken niet logisch na. Maar dan valt me een gezegde van, meen ik, Niels Bohr binnen: "Jij denkt helemaal niet na, beste vriend, jij bent enkel maar logisch". Ook las ik in een Zen-boek over iemand die afgeleid was door de logica der dingen. Wat is logisch? Toen mijn handen vanwege Parkinsonitis gingen bibberen, ben ik moeten ophouden met dwarsfluit spelen. Maar een van mijn beste vrienden moest met de dwarsfluit ophouden omdat elke keer als hij speelde zijn neus ondragelijk begon te jeuken. Logisch? Er trilt veel meer mee dan je denkt. Met alles, aldoor. 

Tot slot mij dank aan degenen onder jullie die al die jaren met ons meegetrild hebben. Dat het nog lang moge doorgaan.

Hans Burgman

Brief 29 - 31 mei 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De jubileumdagen van juli komen met rasse schreden naderbij, en ik breng me in de stemming door het lezen van mijn oude dagboeken. Nostalgie! Kijk maar eens. "31-3-77, dag van vertrek....Heerlijk middagmaal aan de Anninksweg: zoute haring met oude klare, gerookte sprotjes met witte Italiaanse wijn, en gebakken schol met witte Franse wijn......om 4.30 in Antoine z'n auto gestapt, uitgewuifd door de hele buurt. Op vliegveld Twente kregen we gezelschap van Hans en Pam, Eugene, Tante Nannie, Hans Thush en Elise, Miranda, Roderik, Bert, Trudy, Roswyde, Cathelijne, Gwendolyn en Maria Vording. ...Moeder vloog mee naar Schiphol. Daar troffen we Astrid Simons: ze had al een uur staan wachten met een zak dropjes, en verdween weer gauw. ...Na een uurtje was de familie uit Leidschendam er. Plus Sandra en Dick. ....om 10.30 ging ik aan boord........In Nairobi stond om 8.30 Nol Jurgens op me te wachten....." 

In ht boek van 1979 las ik weer het akelige verhaal over die baby met de klompvoetjes, al in een eerdere kroniek verteld: hoe de ouders weigerden het kind te laten behandelden: ze waren niet te vermurwen hoe we hen ook smeekten terwijl een groep parochianen O.L.Heer van het kruis baden; de moeder had een droom gehad dat het kindje in het ziekenhuis zou sterven. Ik noem dat geval nogmaals, omdat ik datzelfde kind de afgelopen week weer ontmoet heb, nu een man van 34 jaar, en Naftali geheten. Hij kende zijn verhaal. Zijn moeder was een van de leidsters van de basisgemeenschap geworden; dat wist ik. Het ging hem goed, zei hij; hij was getrouwd, had twee kindertjes, en had eigenlijk niet veel last van zijn omgebogen voeten: hij kon er zelfs mee motorrijden en chaffeuren. De jongelui zeiden dat hij lid was van het koor, en op het keyboard speelde. 

Zo lopen akelige verhalen toch soms nog goed af. En je hoopt dat dat vaak het geval is. Er staan immers al te veel barre dingen in de krant. Vorige week las ik dat de vijf grote gerenommeerde banken in dit land in een jaar 15 miljoen Euro hebben verloren vanwege diefstal bedreven door hun normale employees. Doordat de goede afloop van onheilspellende berichten niet vermeld wordt kan dit land soms een al te kwalijke reputatie krijgen. Zo hebben bijvoorbeeld de nieuw gekozen parlementsleden tot nu toe over niets anders gepraat dan over het verhogen van hun reeds torenhoge en belastingvrije loon; als het hun geweigerd wordt gaan ze het hele regeringsbeleid in het honderd schoppen, zeiden ze vandaag in de krant. Iedereen is kwaad; maar wieweet loopt het toch goed af. 

Het seizoen van de njugu-vruchten is er weer, de zwarte wrange zoete vruchten van de wierookboom. Een Keniaanse tafelgenoot vertelde het volgende verhaal. Een familie die hij kende had een grote wierookboom op hun erf, vol vruchten. Toen de ouders naar de kerk gingen zei hun twaalfjarig dochtertje dat ze ziek was en thuis bleef. Maar ze wilde in de boom klimmen en de vruchten plukken. Nu wil het geval dat die vruchtjes helemaal aan het uiteinde van de takken zitten, zoals bij veel vruchtbomen. Daardoor viel het meisje uit de boom, brak haar nek en stierf. Na haar begrafenis heeft toen de familie de boom omgehakt, en alle wortels helemaal uit de grond verwijderd. Het deed me denken aan een soortgelijk verhaal van dertig jaar geleden in Pandipieri. Daar had iemand een diepe put gegraven, en er was een hond in gevallen. De eigenaar klom met een lange ladder naar beneden; maar toen bleek er in de put ook nog een grote slang te zitten, die de man aanviel. Met veel moeite hebben ze de man en de hond heelhuids uit de put gekregen; en de hond hebben ze daarna doodgeslagen. In beide verhalen zit een link naar het kwaad die ik niet kan volgen. Soms denk ik wel eens dat zo'n vreemde link in veel Keniaanse verhalen zit. 

Het viel me onlangs op dat er in heel Kisumu geen verkeersborden langs de wegen staan; ik weet wel dat die door blikslagers gestolen worden, maar daar is wel iets op te vinden. Heimelijk vermoed ik dat men het zonder borden makkelijker vindt. Maar hoe kun je veilig verkeer verwachten als er nergens borden staan? En als er niemand is om de regels toe te passen? De hele stad wemelt van de toektoeks (gemotoriseerde riksjas), en die volgen dezelfde verkeersregels als bots-autootjes op de kermis. 

Het gaat goed met de voorbereidingen voor de bezoekers in juli. Ik heb al voldoende gastgezinnen. 

Tot de volgende keer.

Hans Burgman

Brief 28 - 9 mei 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Ik krijg berichten uit Nederland dat de lente is begonnen. Dat kunnen wij hier nooit zeggen: het is altijd zomer; de tijd gaat dan ook langzamer. Alles gaat langzamer, en er hangt een ontspannen sfeer, zo van: als het vandaag niet lukt lukt het morgen wel. Wij moeten het niet zozeer van seizoenen als wel van feesten hebben. Wij bereiden we ons dan ook vlijtig voor op het feest van de komende bezoekers in de maand juli. Dan valt er veel te vieren: 10 jaar geleden dat we van Kampala naar Kisumu liepen; 35 jaar geleden dat we Pandipieri begonnen; 60 jaar geleden dat ik priester gewijd werd. Dat laatste gaan we ook in Nederland vieren en wel op zondag 18 augustus in de St.Lambertus Basiliek in Hengelo. Vanwege al die drukte zal de Vriendenbrief van deze zomer komen te vervallen. Die van Pasen was trouwens extra dik en bevatte een goed overzicht van wat we hier doen en bereikt hebben. Soms zijn de resultaten van ons soort werken moeilijk in te schatten. Je kunt het soms horen van het commentaar van bezoekers. Een trouwe bezoekster waarmee ik deze week door de slums reed zei: Het valt me op dat de kinderen er nu veel gezonder uitzien dan toen ik hier jaren geleden voor het eerst kwam. De Nederlandse ambassadeur bracht een kort bezoek aan Pandipieri Centre en zei: Waar zijn de slums? Tja, als je ergens 35 jaar hebt gewerkt mag je wel verwachten dat het er een beetje minder als een slum uitziet. 

We hebben een paar mooie feesten gevierd, naast de verre echo's van de Koningsfeesten in Amsterdam.. Eerst was hier twee weken geleden de priesterwijding van een Luo Mill Hiller; hij is benoemd voor de Dayaks, de vroegere koppensnellers op Borneo in Malaysie; een andere Luo Mill Hiller werkt daar al. Ik vind het intrigerend dat daar bij de Dayaks een paar jonge Luo mannen werken: het woord dat bij me op komt is: World Wide Web. Wat doen ze daar? Overal ter wereld vind je muren tussen de mensen; zij gaan proberen wat van die muren te slechten; zij bouwen zelfs een brug tussen Malaysie en Kenia. Hoe? Door aan de slag te gaan bij de simpele mensen; door vriendelijkheid te propageren; door zich te richten op mensen die het zuur hebben; door mensen om zich heen te verzamelen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid; om wraakzucht in te dammen; om geen corrupt maar een zuiver hart te hebben; om vrede teweeg te brengen. Dat is voor ons het Evangelie. 

In datzelfde verband vierden wij Jacinta van Luijk, die haar Mill Hill contract op 1 mei met vijf jaar verlengde. Het is inspirerend om te zien hoe dat moeilijke werk in Kitale tussen de wanhopige vluchtelingen en de HIV-lijders zin aan haar leven geeft. Wij zijn ook blij dat de nieuwe paus klaarblijkelijk op onze golflengte zit. 

Ons huis zit vol bezoekers uit Nederland; gezellig is dat. En we zien dan ook zelfs rookworst en hagelslag op tafel verschijnen. Tegenwoordig eten Afrikanen ook chocola. Toen ik in 1957 in Oeganda aankwam en kinderen wat van mijn meegebrachte chocola wou laten proeven, zeiden ze: "Dat is geen kleur die je kunt eten". 

De gevaarlijke onrust is in Kenia voorbij. Nu zijn er alleen nog dat soort vechtpartijen die wij vrede noemen. De nieuwe parlementsleden hebben tot nu toe vooral voor hun torenhoge salarissen gevochten. Als zoethoudertje kregen alle 350 parlementsleden een auto van 5 miljoen shilling (Euro 50 000); dat leidde weer tot hevige protesten: het moest er een van 7 miljoen zijn (Euro 70 000).

Momenteel hebben we een zeer oude en zeer hoogwaardige bezoeker die overal pijn heeft. Hij kan niet uit zijn bed komen. Vanmorgen ben ik hem gaan helpen. Ik zei tegen hem dat hij eerst moest proberen zijn voeten uit het bed te doen en op de grond te krijgen; dat lukte; daarna verzocht ik hem om te proberen het gewicht van zijn bovenlijf boven de voeten te krijgen. "Ja ja," zei hij, "Al die filosofie. Mijn probleem is dat ik niet uit het bed kan komen." 

Veel groeten en tot een volgende keer.

Hans Burgman

Brief 27 - 16 april 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Het land is weer rustig. Op Paaszaterdag zou het gerechtshof bekendmaken of de verkiezingsuitslag geldig was, m.a.w. of onze Luo-man inderdaad verloren had. Om zes uur 's avonds was het droeve nieuws daar. Er klonken geweerschoten in de verte. Het was spannend, omdat ik om acht uur de Paaswake in Nyalenda Centrum moest doen. Om half zeven belde Molly op om te zeggen dat er op de Ringroad gevochten werd en met stenen gegooid en dat de weg versperd was met brandende autobanden. Dus bleef ik maar mooi thuis. De volgende morgen heb ik in Nyalenda om 9 uur de plechtigheden van de Paasnacht gedaan, met een stampvolle kerk. Op de Ringroad was alles afgekoeld. Voor Paasavond had ik Mary Kizito gevraagd om een feestdiner te maken voor alle bewoners van Nyalenda Centrum: 25 volwassenen en tien kinderen. Kip, varken, maisbrei, rijst, pannekoeken, mijn twee salades, gekookte eieren, wijn, frisdrank, het was heerlijk, en echt gezellig. Leuk gekletst ook. Mijn "tafeldame" vertelde dat haar man bij haar was weggelopen omdat ze geen kinderen kon krijgen; ja, ze had wel een dochtertje van voor het huwelijk, maar daarna ging het zwanger worden niet meer; haar winkeltje lag nu ook stil, omdat ze terwille van het schoolgeld van het dochtertje al haar voorraad had moeten verkopen. Nu moest ze dat winkeltje weer op gang zien te krijgen. Ja, haar leven was erg moeilijk. Maar wilde ik weten wat haar op de been hield? Het zangkoortje van de kerk. Buiten regende het bakstenen; dus waren er geen verdere onlusten. 

Jacinta was hier vorige week op bezoek; ze heeft in Kisumu altijd een lange lijst van bekenden af te werken. Ze maakt het goed. Ze heeft verteld hoe haar vader Leo deze winter een zware ziekte goed te boven is gekomen. Vorig jaar heb ik haar mijn mooie fluit gegeven die ik op mijn 40-jarig jubileum gekregen had, want vanwege mijn Parkinsonitis kan ik er niet meer op spelen. Ze had de fluit meegebracht, en trakteerde mij op een klein concert. Heel mooi. Wat die ziekte betreft, de afgelopen week ben ik weer op bezoek geweest bij mijn neuroloog in Nairobi, die vond dat het wel goed ging. Ze zijn de weg van Kisumu naar Nairobi op veel plaatsen aan het vergroten; dat betekent hele slechte omleidingen, met gaten, plassen, keien, modder, sleuven, en daarmiddenin heeft men dan nog een stel hele gemene snelheidsdrempels gelegd. Zo wordt het dan een autorit van acht uur. Maar goed; het is een schitterende weg aan het worden. 

In een vorige brief schreef ik dat er nu een rekenkamer was die de salarissen van de leden van het parlement aan banden moest leggen. De nieuwe parlementariers gaan aan de slag. En wat is hun eerste karwei? Om de beperkingen van de rekenkamer ongedaan te maken. Zakkenvullers! Gisteren las ik in de krant dat 4000 Keniase doktoren in het buitenland werken, omdat ze daar veel meer kunnen verdienen, terwijl er hier een enorm tekort aan doktoren is. 

Nou mensen, nu alles hier zo mooi rustig is verlopen, is er eigenlijk geen reden meer om je niet op te geven voor ons grote bezoekers-festijn van 5 tot 18 juli. Een stuk of twintig mensen hebben dat al gedaan; er kunnen er gerust nog een stelletje bij. Voor inschrijving en meer informatie kan men zich wenden tot het organiserend comitee via: jaapmeester@gmail.com of pandivrienden@gmail.com (Dit laatste adres ia van Marie Jose) Men kan desgewenst logeren bij plaatselijke families dan wel in goede hostels. De voorbereidingen zijn in volle gang. Aarzel dus niet langer en pak deze unieke kans om te zien waar het in Pandipieri allemaal om gaat, al 35 jaar lang; en dat vieren we. 

Verder is hier nog een heel bijzonder stukje nieuws. Jullie weten wellicht dat ik een aantal jaren geleden een gigantische voettocht heb gemaakt, 6 000 kilo meter in negen maand, met als keerpunt Santiago de Compostela. Daar heb ik toen een boek over gepubliceerd, LOSGELOPEN WOORDEN. Het werd heel goed ontvangen, maar na twee drukken werd het niet herdrukt. Dank zij toegewijde vrienden is LOSGELOPEN WOORDEN nu op internet verkrijgbaar, en wel via Pumbo (http://www.pumbo.nl) Zoek het boek op http://www.pumbo.nl/boek/losgelopen-woorden. 

Mag ik tot slot nog even vermelden hoe blij wij zijn met de nieuwe Paus Franciscus. Hij is gezegend met de geest die ons in Pandipieri steeds aangedreven heeft, en Jacinta in Kitale, en Hans Wennekes in Lodwar (mensen die hier begonnen zijn) en de vele vrienden in Europa die ons trouw ondersteunen: geen spirit van zakkenvullerij maar van wederzijdse solidariteit. 

Heel veel groeten en tot de volgende keer.

Hans Burgman

Brief 26 - 25 maart 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De spanning over de verkiezingen zijn over zoveel dagen uitgesmeeerd dat er eigenlijk geen brandpunt kon ontstaan. Er waren wel diverse struikelblokken. De electronische telmachines gaven het na een paar uur al op, zodat men toen moest terugschakelen naar tellen met de hand, met alle achterdocht van dien.. Het kies-procede was moeilijk: de mensen moesten voor zes verschillende zaken hun stem uitbrengen. Er werden zoveel fouten gemaakt dat de derde grootste partij werd: de ongeldige stemmen. Met dat alles kon het natuurlijk niet uitblijven dat de verliezer protest aantekende. Zover zijn we nu: over een paar dagen moet het Hoge Gerechtshof beslissen of de verkiezingen geldig waren. Zo ja, dan is de kous af, hopen we. Zo niet, dan moeten de verkiezingen overgedaan worden. Ik mag er niet aan denken. Er zijn bij het bekendmaken van de uitslag, en de nederlaaag van onze Luo-candidaat, enkele kleine onlustjes geweest. Bij Pandipieri wilden jongelui met brandende autobanden de rondweg versperren; maar de straatventers joegen ze weg en zeiden: Gaan jullie maar ergens anders brand stichten en niet hier: hier hebben wij onze handel. Een hele grote donkere wolk hangt er nog: de nieuw-gekozen president moet voor het Internationale Hof in Den Haag verschijnen vanwege de moordpartijen bij de vorige verkiezingen. Volgens mij draait dat op niks uit, want er zal geen mens zijn die tegen de president van het land zal willen of durven getuigen. 

Er is iets waardoor onze Nederlandse mentaliteit grondig verschilt van die van de mensen hier. En dat is het begrip SLIMHEID. Wij hebben er een beetje kijk op wanneer we zeggen: Wie niet sterk is moet slim zijn. Maar durven we echt wel slim te zijn? Geldt dit hetzelfde voor mannen en vrouwen? Vaak heb ik het gevoel dat vrouwen slimmer zijn. En hoe gaan slimheid en waarheid samen? Ik moet vaak denken aan de taal van de Oegandese Baganda waar je het woord "Amagezi" vindt; dat betekent zowel wijsheid als liegen. Ik heb hier vaak het gevoel dat onze mensen vinden dat ze iets niet goed geprobeerd hebben als ze listigheid ongebruikt hebben laten liggen. De Europese ethiek is niet op peil met de simpele bewering dat je nooit mag liegen: er komt veel meer bij kijken, vooral als je niet sterk bent of arm. Mijn standpunt in deze is (voorlopig): als je dan met alle geweld denkt te moeten liegen, geef er dan een knipoog bij. Heel heel diep ligt de oplossing ergens bij: als je heel veel van elkaar houdt heeft de ander wel door dat je niet helemaal meent wat je zegt. Een lastig terrein, maar wel belangrijk, want het ligt tegen de corruptie aan. 

Vorig jaar heb ik geschreven over de gezinstoestand bij catechist Sylvester. Vorige week vroeg ik hem hoe het nu was. Die 35 jarige dochter met de beroerte is nu met haar kindertjes bij hem in huis. Ze kan wel luisteren maar niet praten, kan zich wel aardig bewegen, maar moet met bepaalde dingen wel geholpen worden. Hij heeft nog een andere dochter; die is een beetje achterlijk. Op onze Girls Domestic heeft ze kleren leren maken; ze heeft zelfs een man en twee kindertjes. Maar haar man heeft haar verlaten, en nu is zij ook met haar kindertjes thuis bij Sylvester. Gelukkig doen zijn twee andere getrouwde dochters het goed; en wat zijn drie zoons betreft, twee zijn er aan het afstuderen, en de derde wordt de volgende maand priester gewijd. Dus: Sylvester, hoe gaat het? Antwoord: Prima! 

In de slums van Nyalenda is een schooltje: kleuterschool en 3 jaar Lagere School. Zoals overal lopen de scholiertjes in uniform; maar op deze school hoort daar een stropdas bij. Indrukwekkend hoor. 

Gelukkig hebben we sinds een week een nieuwe TV van de verzekering. Jullie hoeven me dus niet te melden dat we een nieuwe paus hebben: we maken alles zelf weer mee. Bovendien heb ik mijn iPad. Het ziet er naar uit dat we in alle erust de voorbereidingen kunnen treffen voor het grote Kisumu-bezoek van de komende maand juli. Mensen zijn hun vluchten aan het boeken, en hier zijn we gast-gezinnen aan het uitzoeken. Ons programma voor die veertien dagen is interessant. Er is nog tijd om te besluiten om toch maar te komen: daar zul je geen spijt van hebben. 

Tot slot heel veel goede Paaswensen: moge veel oud zeer in nieuw leven veranderen.

Hans Burgman

Brief 25 - 3 maart 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Iedereen in Kenia houdt zijn adem in: morgen is het de dag van de verkiezingen. De afgelopen tijd zijn we ondergedompeld in orgien van lawaai: aanhoudend reden er vrachtwagens door de straten opgetuigd met knallende partijkleuren, en met krijsende swingende jongelui, en met donderende luidsprekers. Misschien is dat wel een goeie uitlaatklep voor opgewondenheid. Wat zeker veel goed heeft gedaan waren de TV debatten met de gezamenlijke zes presidentskandidaten. Ze vonden plaats in een mooie hal: met vlotte TV-sterren als MCs; het publiek volgde een strenge dress-code: alle mannen droegen een stropdas; en de kandidaten waren ontroerend lief voor elkaar: van vijandigheid geen spoor. Dat was wel geruststellend: mannen met stropdassen slaan mekaar de hersns niet in. Dag in dag uit hebben we de partijleiders horen verzekeren dat ze de verkiezingsuitslagen zonder meer zouden aannemen. 

Soms klonken er ongebruikelijke geluiden. Lang geleden hadden we Arap Moi als president: hij was een anti-meer-partijen-man, zijn bewind was dictatoriaal, er werd gefolterd en gemoord, en toen hij eindelijk vrije verkiezingen moest toestaan in 2002 werd hij smadelijk weggestemd. Tijdens de installatie van zijn opvolger vielen er honende opmerkingen aan Mois adres en werden smalende gestes gemaakt. Dat hebben de stamhoofden van zijn eigen volk nooit vergeten. Onlangs hebben die laten weten dat op het hele land een vloek rust omdat de mensen Moi destijds beledigd hebben in plaats van hem te bedanken voor 25 jaar lang van ordelijk bestuur. En het zal niet goedkomen met Kenia, zeggen die oude heren, totdat we oefeningen van eerherstel gaan maken voor Moi en hij ons grootmoedig vergeeft. 

Er zijn nogal wat mensen die voor alle zekerheid toch maar het land verlaten hebben. Vorige week hadden wij zodoende drie Schotse meisjes op bezoek die een maand lang als vrijwilligsters in Kenia hadden gewerkt. Moeilijke bezoeksters. Ze wilden duidelijk van geen plaatselijke dress-code weten, en liepen rond in zulke korte hot pants dat het publiek van hun billen kon genieten. Dat gebeurde dan ook: mensen kwamen met cameras toesnellen om fotos van hen te maken. De zuster die bij hen was gaf ze in wanhoop wat omslagdoeken; maar die wikkelden ze om hun nek. We hebben ons gegeneerd. Ik probeerde NIET te snappen waarom ze er zo bij wilden lopen. 

Deze week werden de examen-uitslagen van alle middelbare scholen van het hele land bekendgemaakt. De kranten stonden er bol van, als waren het olympische spelen. Een favoriete truc van scholen is - zo hoor ik van een bevriende school-directrice - om de minder goede leerlingen onder te brengen in een aparte bij-school en om alleen met de supergoede koppen de kampioenschappen in te gaan. Aan de knapst geslaagden werd gevraagd wat het geheim was van hun succes. Ze zeiden: "Hard werk en gebed". 

Morgen verkiezingen dus; maar wij zullen ze niet op de TV kunnen volgen, want de vorige week is ons mooie TV toestel door dieven uit de TV-kamer boven gestolen. Het moet gedaan zijn door onze nachtwachten want ze wisten precies waar ze een bepaald sleuteltje konden vinden om een bepaald hangslot te openen. Fr. Aloys, onze directeur, werd wel wakker omdat er een toektoek (gemotoriseerde riksja) bij onze poort stopte, en hij verwachtte de voordeur te moeten gaan openen voor plotselinge bezoekers. Gelukkig is hij de gang niet in gelopen, anders was hij waarschijnlijk op de dieven gebotst; en als je hier dieven betrapt proberen ze je meestal te vermoorden. Dus we hebben eigenlijk wel geboft. De bewakingsmaatschappij waarvoor deze nachtwakers werken heeft een nieuwe TV beloofd. 

Hier kunnen jullie weer even mee vooruit. Mocht er trouwens wat fout gaan met de verkiezingen, dan is dat pas over een paar dagen wanneer de uitslagen bekend gemaakt zijn.

Hans Burgman

Brief 24 - 23 februari 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden, 

In een vorige brief heb ik geschreven dat de scheidende parlementsleden zichzelf op hun laatste vergadering nog snel-snel een enorme vaarwel-premie hebben toegewezen. Dat moest echter nog door President Kibaki worden goedgekeurd. En dat heeft deze toch maar geweigerd. Het is dus niet allemaal kommer en kwel. Om de graailust van de parlementsleden en hoge ambtenaren aan banden te leggen zullen nu, zo lees ik, hun lonen door een rekenkamer worden bepaald. Begint de nieuwe grondwet te werken? 

Momenteel kan niemand over iets anders praten dan de komende presidentsverkiezingen van 4 maart. Vijf jaar geleden leidden die tot barre geweldsorgieen. De aanloop van nu lijkt veel op die van toen. Toen waren er twee grote candidaten: een Kikuyu en een Luo. Nu zijn er weer twee: een Kikuyu en diezelfde Luo. Toen liepen ze nek-aan-nek, en nu weer. Ik las dat meer dan 40 % van de kiezers nog niet beslist heeft; en dat van degenen die al beslist hebben, 44 % voor de Kikyuy zijn en 43 % voor de Luo. Beide hebben handicaps: de Kikuyu dat hij aangeklaagd is bij het Internationale Hof in Den Haag voor moordpartijen bij de vorige keer; en dat proces begint een dezer dagen. En de handicap van de Luo is dat hij onbesneden is; Kikuyus en mensen van andere stammen zouden niet graag op een onbesnedene stemmen. 

Een heikele zaak die in de schaduw meespeelt is het grondbezit van de candidaten. Grond is een grote factor in onze samenlevingen, omdat die nog helemaal pre-industrieel zijn; verder omdat land familiecapitaal is; en ook omdat de voorouders daar in begraven iiggen. De klacht tegen de kolonialisten was dat die land afgenomen hadden. Maar nu hebben de nieuwe machthebbers zich met gigantische stukken land verrijkt . Om een beeld te geven: onlangs stond in de krant dat de familie van de Kikuyu-candidaat 200 000 hectare land zou bezitten. Dat is zoiets als de hele provincie Groningen. Daarnaast zijn er nog steeds kampen zijn met "interne vluchtelingen" in tenten, restanten van de onlusten van 5 jaar geleden. Een angstvallig vermeden vraag is: hoe zijn de lui aan al die grond gekomen? En een tweede vraag die schuchter klinkt: Zouden ze niet wat land aan die vluchtelingen kunnen geven? (Maar dan heb je weer het probleem dat er overal al lui op wonen; en daarbij nog, dat er wel eens allerlei mensen zouden kunnen opstaan die zeggen dat het ooit van hen is afgenomen.) 

Een paar bezoekers gingen vorige week met onze straatkinderen voetballen op een stukje braakliggend terrein. Iemand had op dat veldje een doos gebruikte injectienaalden uitgestrooid, waaraan sommige kinderen zich verwond hebben. Niemand weet wie dat gedaan had en waarom. Gemeen. 

Veel groeten en tot de volgende keer, hopelijk in pais en vree.

Hans Burgman

Brief 23 - 1 februari 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden, 

In een vorige brief heb ik gesproken over de verkeerschaos, en hoe de overheid er in de maand december een eind aan hoopte te maken door draconische wetgeving. Het draconische gehalte was inderdaad hoog: als je over de stoep reed: een jaar de bak in; meer dan een passagier op een motor: duizenden boete; langs een file op de andere rijstrook snel naar voren rijden: een jaar de bak in; als een busje zomaar ergens passagiers in of uit laat stappen: boetes van duizenden en gevangenisstraffen. Op 1 december zou de bijl vallen. Nou, er was niet veel van te merken, behalve dan dat veel motorrijders nu een geel jasje aan hebben en dat busjes in Nairobi niet meer constant over trottoirs en langs files rijden. Daarom is men niet ontevreden. Ik heb horen zeggen dat men wetten hier geleidelijk aan toepast. En met die bedoeling wordt de wet dan ook ontworpen. Dat heeft ook te doen met het feit dat men hier altijd veel te hoog denkt te moeten mikken. Europeanen kennen dat niet zo. Als je hier lui wilt uitnodigen voor een vergadering van 10 uur, zeg dan dat ie om 8 uur begint. Als je hier opslag van 10 % hoopt te krijgen, eis dan 200 %. Hebben de nieuwe verkeersregels dus geholpen? Nou, een heel klein beetje wel; wees dus blij. Daar komt nog bij dat je hier in de stad nooit agenten ziet die bekeuringen zouden moeten kunnen uitdelen. Die staan allemaal langs de grote buitenwegen. Boze tongen beweren dat ze daar dikke fooien opstrijken. Wetten geleidelijk toepassen: iets nieuws voor mij; misschien kan het inderdaad wel.

In mijn vorige brief schreef ik over Luke en Paul die bij State House gearresteerd waren omdat ze langer dan 2 minuten met elkaar gepraat hadden. Ik heb ik ze toen gezegd dat ze dit moesten aangeven bij de politie. Ik dacht bij mezelf dat ze dat nooit zouden durven doen. Ik had het mooi fout. Zonet vertelde Luke me dat ze inderdaad de volgende morgen naar het politiebureau waren gegaan. Daar werden ze verwezen naar het anti-corruptie-bureau. Vanuit dat kantoor is toen iemand met hen naar de poort van State House gegaan. De wachtpost was niet degene van de vorige dag. De huidige was heel beleefd en vertelde dat ze instructies hadden om mensen tot doorlopen te manen vanwege de veiligheid. Men zou eventueel bereid zijn om een val op te zetten voor corrupte schildwachten. Ik moet hier bij vertellen dat ikzelf over dit voorval een stukje had geschreven voor de krant, en dat stond er gisteren in. Nou, zo hebben we toch en steentje bijgedragen voor de strijd tegen de corruptie.

De afgelopen dagen stonden de kranten vol van de uitslagen van de schoolexamens van eind vorig jaar. Wie de beste leerlingen waren van het hele land, wat de beste en de slechtste scholen waren, hoeveel punten de meisjes haalden en hoeveel de jongens, hoeveel leerlingen er geknoeid hadden, bladzijden en bladzijden vol namen. versierd met juichende en dansende groepen en van vreugde wenende ouders. Plus een eerste bericht over de zelfmoord van een teleurgesteld kind. Alles met elkaar een aansporing aan de scholen om elkaar in de toekomst met nog grotere rivaliteit te lijf te gaan. De strategieen worden ons door de overwinnaars aangeboden. Journalisten vroegen hun naar het geheim van hun succes. Hun antwoord was correct: hard werken, altijd vroeg opstaan en op God vertrouwen. Ik denk dat dit systeem de kinderen beschadigt. 

Er is nog wel meer te vertellen, maar voorlopig moeten jullie het hier mee doen.

Heel veel groeten.

Hans Burgman

Brief 22 - 25 januari 2013

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden, 

De feestdagen zijn voorbij, en alles was leuk. Voor mij was het deze keer bijzonder leuk omdat ik mijn nicht en petekind Roswyde Burgman op bezoek had met haar 13 jarige dochter Freya. Het was een bijzondere Kerstmis voor hen, zonder kou maar wel met een nachtelijk kerstspel van een paar uur in het kerkje van Nyalenda; een soort kampeer-vacantie bij Kizito om het nieuwe jaar in te luiden bij een kampvuur, kleine kikketjes op mijn achterdeur, gigantische kakkerlakken op mijn slaapkamer en een Victoriameer dat kilometers ver bedekt was met groene waterhyacinten (gelukkig lag er een nijlpaard vlak achter wat struiken). Begin januari heb ik ze met mijn autootje teruggebracht naar Nairobi, en ben ik weer teruggekomen met twee nieuwe bezoekers, Paul en Cora Snoeren, Mill Hill associates. Jan Smorenburg is inmiddels vertrokken. Hij heeft zich zo nuttig gemaakt dat hij gauw terug wil komen. 

Iedereen is in de ban van de komende verkiezingen in maart. Men vreest een herhaling van de onlusten van 2008. Vorige week waren er de verkiezingen van de eerste faze: het benoemen van de kandidaten. Allerlei dingen gingen fout. Op sommige plaatsen kwamen de stembiljetten twaalf uur te laat of helemaal niet, er werd hier en daar gevochten vanwege de chaotische toestanden, er viel een dode in Kisumu omdat een kandidaat geld aan het uitdelen was en belangstellenden daardoor geen oog meer hadden voor het verkeer. En na afloop werden hier op verschillende plaatsen weer autobanden in brand gestoken bij wijze van protest. Toch geloven velen dat de schrik van 2008 er zo diep in zit dat deze angst wel eens een vorm van wijsheid zou kunnen blijken te zijn. 

Er gebeuren soms onverwachte dingen. Elke dinsdag komt een vriend van me, Luke genaamd, hier om wat schoon te maken en boodschappen voor me te doen. Bij zijn terugkeer van de winkels kwam hij eergisteren een andere vriend, Paul, tegen bij de poort van het State House, 200 meter hier vandaan. Ze groetten elkaar en kletsten even wat. Toen kwam er plotseling een soldaat uit de poort, nam hen mee naar binnen en vertelde hun dat ze gearresteerd waren. Ze protesteerden dat ze helemaal niets kwaads hadden gedaan en dat nog wel op de openbare weg. De soldaat zei dat het verboden was om langer dan twee minuten op die plek te praten, en dat ze nu een boete van 2000 shilling moesten betalen (een 20 Euro). Toen ze zwoeren dat ze zoveel geld niet hadden werden ze uiteindelijk losgelaten voor 200 shilling (een 2 Euro). Daarop arresteerde de soldaat de eerstvolgende voorbijgangers. Volgens de soldaat was deze wet te vinden op een groot bord bij de poort; ik durf er niet te gaan kijken, want het lezen daarvan zou me wel eens langer dan 2 minuten kunnen gaan duren. Maar waar ik dan echt nijdig van word is dat mijn vrienden Luke en Paul daar geen werk van maken, en dit soort belachelijke plunder-stunts rustig over zich heen laten komen. 

Met mij gaat het goed; ik word maar langzaam ouder. Elke drie maand ga ik voor controle naar de neuroloog in Nairobi. De laatste keer dat ik hem zag zei ik: "Dokter, mijn gewrichten worden wel aldoor stijver." Hij zei: "Ja, zo gaat dat bij ons allemaal." Prima dokter dus, en het kost maar 3000 shilling (een 30 Euro), plus natuurlijk de benzine op en neer naar Nairobi. De eerste honderd kilometer van de weg naar Nairobi is nu onder constructie o.l.v. Chinezen. Het wordt een grote verkeersweg. 

Heel veel groeten en tot gauw. Hopelijk gaat deze brief snel weg, want ik zit al een week zonder internet-verbinding. 

Hans Burgman

Brief 21 - 17 December 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Vorige week heb ik jullie een gedicht gestuurd dat natuurlijk geen kerstwens was, maar waarin ik de draak stak met onze consumptie-maatschappij. Daarom nu mijn serieuze Kerstwens. 

Kerstmis is van ouds een feest van mooie verhalen. Ik vraag me wel eens af wat voor Kerstverhalen ouders tegenwoordig nog aan hun kindertjes vertellen. Toch niet van de kerstman en Rudolf zijn rendier met de rode neus? Zouden ze allemaal het kerstverhaal van het kindje Jezus in Bethlehem nog vertellen? Vorig jaar heb ik geschreven hoe de details van dat verhaal best hun oorsprong gevonden kunnen hebben in de bevalling van Maria in een schuurtje. Het oorspronkelijke relaas daarvan is later, denk ik, uitgegroeid tot een verhaal waar mensen zich aan konden warmen, vooral het kind in hen. Dat doe ik nog steeds. Het Kerstverhaal verzekert me dat een klein kindje iemand van geheimzinnige waarde kan zijn, ook al zou die in een stal geboren zijn en voor wiegje een voerbak zou hebben. En in de kille duisternis is er vaak verweg toch engelenzang te horen, en zijn er feestlichtjes te zien. Het leert me ook dat, als God ergens te vinden is, het niet is bij de corrupte kleptokraten zal zijn, maar bij de weggejaagde timmerman, het jonge moedertje, de ongewassen herders en de schapen, de os en de ezel. Generaties-lang hebben ouders aan hun kinderen dat mooie verhaal verteld. Ik hoop echt dat het nu niet ophoudt, die oude simpele poezie. "Het hagelde en 't sneeuwde en 't was er zo koud / De rijm lag op de daken. / Sint Jozef tot Maria sprak: Maria , wat zullen wij maken? / Maria die zeide: Ik ben er zo moe, laat ons en weinig rusten./ Laat ons een weinig verder gaan./ Bij een huizeke zullen wij rusten. / Zij kwamen een weinig verder gegaan,/ Tot bij een boerenschure./ 't Is daar dat Heer Jezus geboren werd./ Daar sloten noch vensters noch deuren." Dat is toch prachtig voor kinderen. En als het dat voor kinderen is, waarom dan niet voor grote mensen: het raakt iets heel dieps in ons binnenste. 

Verder is er hier geen winter, geen Sinterklaas; maar de gewone dingen zijn vaak al leuk. Een van onze kleuterschooltjes bevindt zich in Magadi Centre. Twee weken geleden woonde ik daar Graduation Day bij, ofwel Diploma Uitreiking. Daar kunnen ze op de universiteit nog een puntje aan zuigen. Alle 25 afgestudeerde kleuters kregen niet alleen een sierlijke doctorsbul, ze droegen daarbij ook nog een lange academische toga, met op hun hoofdjes het vierkante academische petje. Als je dat voor het eerst ziet vind je het een beetje belachelijk. Maar waarom eigenlijk? Als het leuk is voor grote mensen, waarom dan niet voor kleine kinderen? De kleutertjes gedroegen zich zeer waardig, als een soort Eerste Communicantjes. Leuk. 

Een dag of wat geleden maakte Gerry Mooij met twee Nederlandse bezoeksters een uitstapje naar het Kakamegawoud. Op de terugweg kwam er plotseling een motor naast zijn auto rijden met daarop een gehelmde bestuurder, een man met een soort geweer en nog een derde vent. Ze schreeuwden door het open raam naar Gerry van "Stop!" en "We schieten!" Toen probeerde een van de drie met uitgestoken arm de sleutel uit het contactslot van de auto te trekken, onder het rijden, in volle vaart. Gerry gaf hem een klap op zijn arm; en daarmee maakte de auto een beetje een zwaai. Eerst viel toen de achterste man van de motor, en daarna de middelste met zijn (namaak?)geweer, en de bestuurder verdween ook. Gerry heeft maar niet gestopt om te zien of ze ook hulp nodig hadden. 

Ik hoop dat het julli allemaal lukt om een echt mooi Kerstfeest te vieren. Hans

Hans Burgman

Brief 20 - 10 December 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Zaaalig Kerstfeest 

Waar ware ik met Kerstmis grager 

Dan bij mijn vriend die zijn hart verpand heeft aan de slager? 

Ik zou het werkelijk waar niet weten, 

Want nergens wordt er dan lekkerder gegeten. 


Met karbonades zijn de tafels er belaan, 

En tussen aller tanden knarst de harde kaan. 

Dan glimmen 

Er de kinnen 

Van de vette koteletten;

Men eet zich dik 

Aan zwezerik, 

Aan klapstuk en kroketten. 

Moet je lapjes van de lende? 

Nou, er is een hele bende. 

Pak 

Gehak 

En proef hoe lekker 't is; 

Peuzel 

Reuzel,

Zie wat spek er is.


't Kerstfeest weet mijn vriend gepast te vieren 

Als festijn voor slokdarm, maag en nieren. 

'n Hoogtijdag met een aparte sfeer. 

Heel anders dan het Paasfeest, dat ik ook waardeer. 

Dat vier ik dan weer bij een andere makker, 

Een die zijn hart verpand heeft aan de bakker. 

Hans Burgman

Brief 19 - 27 November 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Veel groeten uit Kisumu. Ook al ben ik weer ingeburgerd na mijn zomerreces, toch blijven de verschillen tussen Nederland en Kisumu mij boeien. Ik geef een paar voorbeelden. 

Men stelt hier bijvoorbeeld de vragen anders. In Nederland probeert men de ondervraagde vaak op weg te helpen door bij de vraag een aantal antwoorden te suggereren, een soort multiple choice. "Wat wil je drinken, koffie of thee?" Het keniaanse antwoord is dan altijd: "Ja." Ho, dit is een slecht voorbeeld, want je moet een bezoeker nooit vragen of hij wat wil drinken of eten: je moet het ongevraagd voor hem of haar neerzetten, als een geschenkje. Trouwens, het spel met Ja en Nee blijft wat ongewoon, want als je hier vraagt: "Moet je die rekening niet betalen?" en ze zeggen van Ja, dan betekent dat:"Ja, ik moet die rekening niet betalen". Stel dus geen negatieve vragen, anders raak je de kluts kwijt. 

Over vragen gesproken, daar moet ik denken aan een voorval van lang geleden; ik zal het al wel aan sommigen van jullie verteld hebben, maar het blijft leuk. We waren in een restaurantje in Gilgil en vroegen om soep. "Soep?" zei de ober, "Kies maar", en gaf ons het menu waarop vier soepen stonden: kippensoep, tomatensoep, champignonsoep en groentesoep. We namen kippensoep. Na een tijdje kwam de ober uit de keuken met de mededeling dat er geen kippensoep was. Dus namen we maar groentesoep. Na een tijd kwam hij weer uit de keuken terug met het bericht dat er ook geen groentesoep was. Toen vroegen we welke soep er dan wel was. Hij ging terug naar de keuken en kwam na een tijd terug met het bericht dat er alleen maar tomatensoep was. Prima toch. 

In de kerk is het natuurlijk ook heel anders. Hier worden de kerkgangers toegesproken en luisteren ze (of niet) en antwoorden ze zelfs; in Nederland wordt er iets voorgelezen en leest iedereen van een papiertje mee. 

Ook het begrip "op tijd komen" blijft wringen. En het is voor Nederlanders toch zo simpel: we hebben allemaal een apparaatje om de pols, en als een wijzertje op een bepaald nummer staat moet er iets gedaan worden. Dat zit hier echt niet lekker. Hier kijkt men naar de zon en naar elkaar. Ook is er dit verschil: hier reageert men op gebeurtenissen, in Europa wil men ze laten gebeuren. Hier is men heel bedreven in het ontsnappen uit een crisis, in Europa proberen ze de crisis te voorkomen. Het beste is om beide te kunnen; zo kunnen we van elkaar leren. 

Er zijn hier veel bezoekers: Annelie uit Ommen, Eva uit Westmalle/Belgie, Vera uit Doetinchem, Betsy uit USA, en Jan Smorenburg, aan velen van ons welbekend. Ze draaien in onze programma's mee, wonen allemaal in Nyalenda Centre; daar zie ik ze een paar keer per week, soms ga ik met ze uit, en zondagsavonds spelen we sjoelbak in Nyalenda. Voor juli volgend jaar hebben we grootse plannen voor een echt monumentaal bezoek; meer nieuws daaroven kunnen jullie lezen in de volgende Vriendenbrief die begin december komt. 

Wellicht zien jullie verontrustende berichten over Kenia in de krant. Het meeste daarvan speelt zich af in afgelegen uithoeken van het land. Maar toch ook in Kisumu is het in het donker niet altijd pluis vanwege roverbendes. Deze maand zijn er in de stad 's nachts nogal wat lui vermoord. Onze bezoekende meisjes krijgen soms tot hun verbazing te horen dat je hier zaterdagsavonds echt niet uit stappen kunt gaan. 

Tot slot veel inspiratie met Sinterklaas, een festijn voor het kind in ons. Ik mis het echt. Eigenlijk had ik deze brief in dichtvorm willen schrijven. Iets voor een volgende keer. 

Hans Burgman.

Brief 18 - 29 Oktober 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Twee weken geleden ben ik weer zonder kleerscheuren in Kisumu teruggekeerd. De reis verliep voorspoedig; ik hoefde zelfs mijn schoenen niet uit te doen bij de controle. Wel gebeurde het dat iemand rondliep met zo'n plastic mandje met schoenen er in, vragend van wie die waren omdat iemand anders de zijne had meegenomen. De veiligheidsregels worden steeds straffer; ik voorzie wel dat binnenkort de passagiers ook hun kunstgebitten uit de mond moeten doen, want daar kun je natuurlijk ook van alles mee uitvreten. Alle mensen die hier nu 's zondags naar de kerk gaan worden ook in een lange rij door lui met van die piep-plankjes gecontroleerd: voorzorg tegen Islamietische aanslagen. 

Langzaam slibt het centrum van de stad Kisumu dicht. Het viel mij op hoe de trottoirs steeds voller bezet raken met venters die van alles verkopen: kleren, schoenen, ijzerwaren, groenten, vruchten, vis, ondergoed, bloemen, stempels, platen, tijdschriften, en nog veel meer. Er is nauwelijks nog ruimte om te lopen. Ook het verkeer wordt ongebondener. Twee keer heb ik in het donker door de tjokvolle onverlichte straten gereden, en ik heb geen een fietser gezien die licht op had. Ook veel tuktuks - gemotoriseerde riksjas - hebben geen licht op. En in die grote drukte heb je dan nog vrachtwagens die onverlicht geparkeerd staan, en hoog-opgeladen handkarren die zich een weg zoeken. 

Veel van jullie hebben vast wel gelezen dat onze parlementariers zich met het oog op de komende verkiezingen een afscheidsbonus hadden toegekend van 20 000 Euro elk, terwijl ze de hoogst-betaalde parlementariers ter wereld zijn, en bovendien ook nog weigeren om belasting te betalen . Maar bij mijn terugkeer hier las ik in de krant dat de president geweigerd had om het besluit te ondertekenen Dus alle hoop is nog niet verloren; maar er zijn nog andere sluipwegen voor de staatsroves; veel mensen denken dat het hun uiteindelijk wel zal lukken. Intussen ageren de leraren om de loonsverhoging die hun in het verleden is toegezegd maar nooit gehonoreerd is: want er is immers geen geld. Ze eisn nu verhoging van 300 % 

Vorige week heb ik dagenlang telefoontjes gehad met doodsbedreigingen. De beller zei dat ik hem onmiddellijk geld moest geven, anders zou hij mij vermoorden. Het kwam bij mij niet erg serieus over, want eerst ging het om een bedrag van 20 shilling ( een halve Euro), en even later was het 100 miljoen shilling. Vrienden hebben mij verteld dat het waarschijnlijk gaat om iemand in de gevangenis; die heeft dan een mobieltje binnengesmokkeld, en wil nu hebben dat ik beltegoed aan hem overmaak, dat hij dan later weer kan doorverkopen aan handlangers. Het zal wel loslopen. 

Ik ben dus weer helemaal thuis en geniket van alles. Het weer is als van ouds: het is meestal zo goed dat je het helemaal niet merkt. De Luo-mensen hier hebben dan ook geen woord voor "weer"; ze zeggen niet: het weer is koud, maar het land is koud. 

Ons eerstvolgende avontuur is het organiseren van een groot groepsbezoek begin juli volgend jaar, vooral voor vrienden en weldoeners. In mijn volgende brieven zullen jullie er meer over horen, zodat jullie er rekening mee kunnen houden. 

Het was leuk om weer even met jullie te kletsen.

Hans

Brief 17 - 2 Oktober 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Mijn verlofperiode loopt ten einde. Ik wil jullie een kort verslag geven van diverse opmerkelijke dngen die ik heb meegemaakt. 

Voor iemand die uit Afrika komt was het verrassend te zien hoe men hier met warme dagen omging. Jullie moeten weten dat in Kisumu de temperatuur gewoonlijk tussen de 28 en 32 graden ligt. Toen hier de warmte die kant dreigde op te gaan werd er een regel uitgevaardigd dat, wanneer de temperatuur boven de 25 ging, er op de voetbalvelden extra drink-pauzes zouden worden ingelast om de spelers voor onheil te behoeden. Lief. En jawel, een weekend werd het 33 of 34. De radio beval ons aan om de weerberichten goed in de gaten te houden. En op de maandagmorgen meldden de kranten dat mensen bij tienduizenden verkoeling hadden gezocht door bloot in de zon op het hete strand te gaan liggen. 

We hebben fantastische Kisumu-feesten gehad in Kerzell bij Fulda, hier in Oosterbeek en in Bergeijk. Hier in het St. Jozefhuis lag de nadruk op onze kunstacademie: er was een foto- tentoonstelling van opgeleide kunstenaars met hun locaties en kunstwerken; sommige van die werken waren te koop, in originele of gereproduceerde vorm. Mocht iemand daar nog interesse voor hebben, dan moet hij zich vervoegen bij mijn zus Marie-Jose. 

Een speciale gebeurtenis was de dood en begrafenis van mijn nicht Ria Henderik. Ze lag mooi in haar huis opgebaard, en de kinderen maakten tekeningen voor haar om in de kist mee te nemen (net zoals bij mijn vader in 1971; toen zong zijn jongste kleindochtertje naast de kist een liedje voor hem, van "We zijn er bijna, maar nog niet helemaal".) Toen we bij Ria de kist dicht deden zag ik er een pot rolmopsen in liggen: daar hield ze erg van. Leuk.

De verhalen van de bezoekende missionarissen waren er ook weer. Hier zijn er enkele. In Borneo werd een tijd geleden onze zeer heilige eerste missionaris opgegraven, en zie, zijn lijk was na honderd jaar nog puntgaaf. Men dacht al aan een wonder voor de heiligverklaring; totdat men een rekening van een chinese lijken-balsemer vond, waarin hij verklaarde dat door zijn speciale behandeling het lijk gegarandeerd honderd jaar puntgaaf zou blijven. Weg heiligverklaring. In de Congo gebeurde het dat een blanke bezoeker de Afrikaanse bisschop van Basankusu vroeg of er daar nog kannibalen waren. Hij antwoordde:"Absoluut niet: ik heb gisteren net de laatste opgegeten." Een engelse collega die ik ontmoette leerde Nederlands; hij vond het een vreemde taal, waarin men zegt: Wat is er aan de hand met je been? En: Hij heeft een maagoperatie achter de rug. 

Prachtige uitstapjes heb ik gemaakt, zelfs naar Osnabruck. In de mooie dom aldaar lagen de stoffige biechtstoelen ergens verborgen achter het koor; maar de toiletten waren prominent aanwezig en smetteloos; er hing zowaar een defribillator. 

Op 12 october vlieg ik terug naar Kisumu. Daar zal ik me weer nuttig gaan maken in mijn functie van missiologische expert in het KUAP-bestuur. De mensen weten niet wat missiologisch is, en zeggen dus maar muzikale expert. Of er tijdens mijn afwezigheid daar nog bijzondere dingen gebeueerd zijn zal ik jullie in mijn volgende brief schrijven. 

Tot de volgende keer. 

Hans

Brief 16 - 7 Augustus 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Toen ik mij drie weken geleden klaar maakte om naar Nederland te reizen moest ik op de souvenir-markt een hoop spulletjes kopen, kralen en sjaatjes en zo. Vroeger kwamen de blanken hier naar toe met kraaltjes voor de inboorlingen; nu gaan ze met kraaltjes naar Europa voor de inboorlingen daar. Op die markt staan wel twintig kramen bij elkaar met vaak hetzelfde assortiment. Mijn keus viel op een bepaald soort armbandjes. "Mag ik er twaalf van, astublieft." "O, ik heb er maar vijf; even bij de buurvrouw links wat lenen." "En twaalf van die halssnoeren."Ö, dan moet ik er even vijf van de buurvrouw rechts lenen." "En mag ik ook tien van die sjaaltjes?" "Ja, ik heb er zes; eventjes vier stuks lenen bij de buurman tegenover. Dat is dan twaalfhonded shilling bij elkaar." Ik gaf haar twee briefjes van duizend. "O, nou moet ik wisselgeld zien te krijgen. Hallo meneer daar, kunt u ook duizend shilling wisselen? Nee wacht, mijn vriendin verderop kan wel wisselen." En zo komt alles mooi op zijn pootjes terecht. Waar ik niks van snap is hoe ze al die transacties kunnen onthouden. Men heeft mij verzekerd dat ze dat kunnen; behoudens een enkel vergissinkje hier en daar. 

Mijn vlucht van het gloednieuwe vliegveld van Kisumu verliep vlot, zij het dan dat ik even ongerust was toen we zaten te wachten. Collega Gerry Mooij was twee weken tevoren ook naar Nederland gevlogen. Toen hij op het vliegtuig naar Nairobi zat te wachten kwam het toestel aangevlogen; maar de lichten van de landingsban brandden niet goed, en toen is het maar weer teruggevlogen naar Nairobi. Om negen uur 's avonds kwam Gerry weer bij ons binnenwandelen. Toen ik nu op mijn vlucht zat te wachten keek ik naar de landingsban en zag hoe de lichten aan en uit flikkerden. Gelukkig, toen het vliegtuig kwam waren ze aan. 

Inmidels ben ik aan het inburgeren. Ik ben nu zelfs de gelukkige bezitter van een iPad. Moeilijk hoor, ik snp er nog geen snars van. Maar leren houdt jong. Verder kost het me een beetje moeite om met iedereen mee te mopperen over het weer. Ik houd van weer, dus heb ik altijd leuk weer. Ik heb het gevoel dat veel mensen hier niet weten hoe ze met weer moeten omgaan. Waarschijnlijk irriteert het hen dat ze het niet ondere controle hebben, want dat willen Europeanen altiijd graag. 

Ik heb best een drukke agenda. Vorig weekend was ik in een plaatsje vlak bij Fulda. Toen ik in 1977 in Kisumu arriveerde kwam daar ook een Duitse ontwikkelingswerker, de architect Joseph Reith. Vijf en twintig jaar lang zijn we dikke vrienden geweest. Hij werd gesteund door zijn dorp Kerzell, en toen hij om gezondheidsredenen weer naar huis moest, heeft hij zijn weldoeners overgedragen aan ons Pandipieri-project. Twee keer per jaar houden ze in Kerzell een actie voor de kinderen van Kisumu: eentje 's winters om kerstbomen te verkopen en eentje 's zomers: een dorpsfeest met muziek, hoempa, bier en worst en kolossale gehaktballen en taarten, allemaal met opslag. Jaarlijks brengen ze zo tienduizenden Euros bij elkaar. Ik zorg er voor dat ik er 's zomers ben om de Mis te doen met preek, plus een hele dag van handjes schudden en kwinkslagen uitdelen, in het Duits. Geen sinecure. Over Joseph Reith vertel ik nog wel eens wat meer. 

Mijn oude telefoonnumer werkt niet meer; het nieuwe is: 0657829082. Wie mij wil e-mailen moet hansburgman@jozefmhm.nl gebruiken; het andere komt niet goed door.Wat ik ook moet vermelden is dat we onze jaarlijkse Vriendendag vieren op zaterdag 25 augustus, hier in het St. Jozefhuis, Johannahoeve 4, Oosterbeek.. Jullie komen toch? Vanaf 10 uur 's morgens. 

In de grote wachthal op het vliegveld van Nairobi zat ik naast een afrikaanse familie die naast hun bergen handbagage ook nog een kindje van twee hadden, een jongetje met een woedend humeur. Hij schreeuwde aanhoudend, trapte, sloeg zijn moeder die hem probeere te sussen, liep weg, sloeg zijn vader die hem oppakte, en wees aldoor naar een van de tassen. Ten einde raad opende de moeder de tas, haalde er een iPad uit en gaf die aan het scharminkeltje dat er toen glimlachend op begon te spelen met Mickey Mouse. Van toen af aan wist ik dat ook voor mij een iPad goed zou zijn. 

Heel veel groeten.

Hans Burgman

Brief 15 - 10 Juli 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Afgelopen zaterdag onstond er in een van de banken in Kisumu grote commotie toen bij de drukke automatische geldmachine een oudere Luo-dame plotseling krijsend al haar kleren uittrok. Dat is bij sommige stammen hier een extreme vorm van protest, die een stortbui van taboes uitlokt. Volgens kenners is het zo dat wanneer een man door een oudere dame in die toestand geconfronteerd wordt, hij eigenlijk seks met haar moet hebben om een grote vervloeking te voorkomen. Alle mannen, volgens het krantenverslag, vlogen dan ook de bank uit. Men heeft toen moeten zoeken naar leden van een stam die geen taboe tegen naaktheid kent om de dame op te pakken en naar een kamertje te dragen waar ze zich uiteindelijk aankleedde om naar het politiebureau te gaan. De oorzaak van haar protest was dat ze haar bankrekening leeg vond: haar bediende die ze altijd het geld naar de bank had laten brengen, had het ergens anders gestald. Arme vrouw. Haar actie mocht dan een ondergewaardeerde vorm van woman-power zijn, maar het hielp toch niet veel. 

Zondag werden bij de St. Jozefkerk in Milimani alle 1500 parochianen die voor de drie H.Missen kwamen, door politieagenten met piepmachientjes gefouilleerd. De week er voor hadden islamietische terroristen vanuit Somalie twee kerken aangevallen met machinegeweren en handgranaten. Twee agenten, ter bescherming aanwezig, waren in slaap gevallen, en werden als eersten doodgeschoten. Alles met mekaar 14 doden en tientallen gewonden. De gewone muslims, die van dit geweld niets moeten hebben, zijn razend. 

Kerkbezoek blijft populair bij de mensen hier. Een van de redenen doorvoor is dat ze hier een leukere God hebben dan de Europeanen vroeger hadden, een waar mee te praten valt en die van dansen houdt. Afgelopen vrijdag is de nieuwe parochiekerk van Nanga ingezegend door de aartsbisschop. De kerk is gebouwd door collega pastoor Gerard Kraakman uit West Friesland: een mooie ronde ruimte en ramen van glas-in-cement, door hemzelf ontworpen: leuk. In dat gebied van Kisumu hebben we sinds 1979 keihard gewerkt. Dat het nu een parchie is geworden is een teken van vooruitgang, het wil zeggen dat de mensen mondiger zijn geworden. Neem Joyce: vroeger was ze een eenvoudig hoofdonderwijzeresje van ons kleuterschooltje; nu heeft ze naast haar eigen kleuterschooltje een school van twee verdiepingen, een dochter in Zweden, een dochter in Duitsland en een zoon op onze kunstacademie die barst van talent. Het wil ook zeggen dat de samenwerking van de mensen versterkt is: de nieuwe parochie heeft de oude lagere school prachtig uitgebouwd, en er wordt een middelbare school aan toegevoegd. Het pakket voorzieningen voor de gemeenschap is vergroot. 

Het was in zekere zin wel een moment van nostalgie, bij het denken aan hoe we daar vroeger allerlei opmerkelijke dingen gedaan hadden: gegeten en geslapen in de huizen van de mensen, ja, in de vastentijd in die van de allerarmsten; hoe we daar een vissersboot georganiseerd hadden om geld te genereren, waarbij ikzelf officieel visser van de haven Dunga geworden was. Het haalde uiteindelijk niet veel uit: we vingen de gigantische Victoria-baars zelden, maar wel een keer een krokodil van drie meter die drie van onze netten uiteenreet. 

Bij al die herinneringen kwam ook de Amerikaanse Sister Mary Ellen weer in het beeld. We hadden op een avond na het bezoek aan alle zieken van het dorp Dunga onze maandlijkse vergadering met de leiders in het huis van Leonida Ayoro, een bijeenkomst die afgesloten werd met een huis-Mis en een gemeenschappelijke maaltijd. Leonida bood Mary-Ellen haar eigen bed aan om op de slapen; wij sliepen op de grond. Midden in de nacht werd Mary-Ellen wakker en merkte dat er een poesje op haar buik lag. Heel lief begon ze het beestje te aaien van poes-poes-poes-poes. Maar toen ze bij de staart kwam bleek het een harde kale rattenstaart te zijn. 

Ik zit mij nu serieus voor te bereiden op mijn reis naar Nederland. Het volgende weekend hoop ik al daar te zijn, en wel in ons St. Jozefhuis te Oosterbeek. Zoals gewoonlijk blijf ik drie maand daar om mijn opwachting te maken bij de vele vrienden en kennissen en organisaties die ons ondersteunen. Hopelijk zal ik ook veel van jullie ontmoeten. Daarvoor organiseren wij een speciale Vriendendag op zaterdag 25 augustus. Mijn Kisumu Kroniek zet ik gewoon door; want over Kisumu ia alrijd veel te vertellen. 

Heel veel groeten en dank voor de vele leuke reacties.


Hans Burgman

Brief 14 - 17 Juni 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Ergens hebben we het vreemde gevoel dat ellende dragelijker wordt wanneer iedereen er door getroffen wordt, in min of meer gelijke mate. Vanuit die hoek bekeken denk ik dat mensen hier toch wel eens erg veel op hun bord krijgen. 

Neem de dochter van Sylvester Ojowo, onze catechist in Milimani. Hij belde me twee weken geleden met het verzoek om voor haar te gaan bidden in het ziekenhuis. Op weg daarheen vertelde hij me wat er met haar gebeurd was. Ze was een jaar of tien geleden getrouwd, en kreeg twee kindertjes, waarvan er een stierf. Toen stierf haar man ook, vijf jaar geleden. Zoals te doen gebruikelijk werd zij door een zwager van haar georven. Die gaf haar ook twee kindertjes, waarvan er een stierf. Twee jaar geleden liep hij bij haar weg. Toen ze ziek werd bleek die man haar AIDs te hebben gegeven. Ze kon het maar nauwelijks verwerken; maar ze begon toch haar anti-tabletten te slikken. Om meer hulp te krijgen keerde ze naar Kisumu terug. In onze Pandipieri-kliniek ontdekten ze dat ze een veel te hoge dosis innam, en ze corrigeerden dat. Drie dagen later kreeg ze een herseninfarct. Zo vond ik haar in het "Russische ziekenhuis", aan de rechterzijde verlamd en niet in staat te spreken. Hoe oud ze is? 34 Jaar. Wat kan er voor haar gedaan worden? Een hersen-scan moet ze hebben, maar dat kost 6 000 shilling (60 Euro) Ik heb Sylvester dat geld stilletjes in de hand gedrukt. Een week later vroeg ik hem wat de uitslag was. Hij had het geld wel betaald, maar de machine was kapot. Zonet belde ik hem om het laatste nieuws te horen. Ze lag nog steeds in het ziekenhuis. En de hersenscan? De machine was nog steeds kapot. Dan ben ik altijd nog blij dat ik zo iemand bij de hand kan houden en voor haar bidden. Hoewel daar ook grenzen voor zijn. Silvester had de jonge kapelaan gehaald om haar de ziekenzalving te geven. Maar Communie was er niet bij want ze had nog geen boete gedaan voor het feit dat ze niet in de kerk getrouwd was en dat ze zich had laten erven. Ik heb ze toch maar met veel overtuiging de heilige Communie gegeven. En volgens mij moet die kapelaan zijn hoofd ook maar eens laten nakijken. 

Nog een akelig geval, van de zoon van Marita de vroegere hulp van Jacinta. Toen zijn vrouw door haar broer werd aangevallen pakte hij die man hardhandig aan, stopte hem in de kofferbak van zijn auto en bracht hem naar huis. Vandaar ging die zwager meteen naar de politie. Marita's zoon werd gearresteerd voor mishandeling. Om op borgtocht vrij te komen had hij 10 000 Euro nodig; zijn broers en vrienden brachten dat op door de eigendomspapieren van hun land in tet leveren. Bij de eerste zitting hoorden ze tot hun verbazing dat Marita's zoon werd beschuldigd van roof en dat hij 60.000 shilling zou hebben gestolen. "Maar," riep de zwager, "dat heb ik nooit gezegd." Dat had de politie er zelf van gemaakt. De advocaat zei dat het wel in orde zou komen. Een pikant detail: op gewapende roofoverval staat de doodstraf. 

Ik heb nog twee gevallen, maar zo kan het wel weer even. Ik vind de mensen hier sterk.Vraag ik de betrokkenen van zulke verhalen hoe het gaat, dan zeggen ze "Goed", met een uitgestreken gezicht. Ik trek me vaak aan hen op. Hopelijk gaat het met jullie echt goed ook al zijn de tijden boos.. 

Veel groeten.


Hans Burgman

Brief 13 – 22 Mei 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Als we in Nederland denken aan "kerk" denken we niet meteen aan "dansen". Veel kinderen doen dat hier wel. Het mag van de autoriteiten , maar met mate. Zo staat er in de Ordo, de officiele orde van liturgische dienst gemaakt in Rome, dat er in de Missen van de Vastentijd niet gedanst mag worden, omdat dat niet past bij het serieuze karakter van die tijd.

Achter dit voorschrift gaat een misverstand schuil. De regelmakers denken dat dansen een licht soort vermaak is, zoals inderdaad in Europa het geval is. Maar in Afrika gaat dansen samen met alle emoties, zelfs hele droevige. Bij een begrafenis wordt de kist vaak door dansende vrienden wiegend naar het graf gedragen. Dansen wil eigenlijk zeggen dat het lichaam ritmisch mee gaat vieren. Omdat het lichaam overal mee zou moeten doen, is dansen iets heel normaals, altijd. Wij Europeanen snappen dat niet zo goed omdat wij een beetje houterig met ons lichaam om gaan. Voor de Kerk heeft dit consequenties.

Waarom gaan in Afrika en Amerika de zwarte mensen massaal over naar allelujakerken en jubelsekten? O, de kerkleiders weten het wel: Omdat die lui oppervlakkig zijn en emotioneel en sensueel; en daarom moet het ongerief bestreden worden met meer katechismus en degelijke devoties zoals Heilige Uren van Aanbidding in stilte zittend uitgevoerd. Nee, waarde broeders, de Afrikanen willen enkel graag ook met hun lichaam bidden. Hetzelfde mag van kinderen gezegd worden. Kinderen bidden met zwaaiende armpjes, klappende handjes, dansende voetjes. Wanneer dus de liturgische bazen zeggen van geen gedans in de Vastentijd, verbieden ze eigelijk aan de kinderen om in de Vasten te bidden. Wie Jezus een beetje kent, weet dat bij zo'n verbod hem de handen gaan jeuken.

Ik kreeg dezer dagen een brief van iemand die sommige van jullie nog wel kennen: zuster Mary Ellen, de wonderlijke Californische zuster die hier een jaar of twaalf met ons gewerkt heeft. Er gaat geen dag voorbij of ik moet wel aan haar denken vanwege allerlei malle voorvallen. Ik zal nog wel eens wat meer over haar schrijven. Nu slechts dit verhaaltje. Zij was van nature heel heel erg onhandig. Op een zondagmorgen moest ze naar een technische school,voor een viering. In Pandipiericenter stapte ze op de fiets, maar die liep niet goed. Ze dacht: laat ik naar de pastorie gaan, twee kilometer ver, want daar wonen broeders die fietsen kunnen repareren. Dus: trappen, duwen, lopen, hijgen. Maar de broeders zaten in de kerk. Dus dacht ze: dan maar verder trappen, hijgen,duwen, lopen, naar de technische school: daar kunnen ze van alles. Zo arriveerde ze tenslotte uitgeput bij de school. Een expert wist haar te vertellen wat er aan de fiets mankeerde: een lekke band. Met fietsen kan het gaan als met dansen in de kerk: soms scheppen we door onkunde ons eigen ongerief.

Veel groeten.

Hans Burgman

Brief 12 – 20 April 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Ik woon in Kisumu in een soort gastenhuis. Vorige week logeerde Paul Fanning hier, broer van Fr. Jim Fanning. Hij is een oude vriend van me: hij was een van de pelgrims met wie we in 1971 naar Santiago de Compostela zijn gelopen. hij bewaarde zijn paspoort altijd in zijn kontzakje, tezamen met wat eetwaar, zodat tenslotte de plakken salami tussen de bladzijden van het paspoort zaten. Een groot man dus. Hij heeft daarna vele, vele jaren als lekenmissionaris in Oost Afarika gewerkt en geeft momenteel Engels aan het missionaire Filosoficum in Jinja, Oeganda. Ik had een leuke discussie met hem over de mensen van Afrika.

Tijdens de lange lezingen van de Paaswake was hij getroffen, zei hij, door een inzicht waarom de Afrikanen zo goed tegen langdurig stilzitten konden. Volgens hem waren ze er van jongsaf aan gewoon geraakt om lange perioden niks te doen. Terwijl Europese kinderen opgevoed worden met het idee dat ze aldoor wat moeten doen. 

Dat gaf me de kans om mijn visie daar tegenover te stellen. Volgens mij zit het zo. Al voor de geboorte maken kinderen in de moederschoot alles met de moeder mee: de bewegingen, de geluiden, ja zelfs de stemmingen. In Afrika is dat nog heftiger, want de moeders hier zitten minder stil, lopen en dansen meer, hebben meer herrie om zich heen en ondergaan meer groepsemoties. Wanneer het kind hier in Afrika eenmaal geboren is, wordt het aanhoudend door de moeder gedragen: het maakt dus weer alles mee wat de moeder meemaakt: het voortdurende rondlopen, het dansen, de herrie en de emoties van de groep. De baby is enkel een beetje van plaats verschoven: van de schoot naar de arm of de rug, maar verder is alles hetzelfde. Zodoende raakt het kindje steeds meer vertrouwd met het ritme van de dingen, en bovenal leert het wat het tempo van de tijd is. Een Europees kindje maakt dat niet mee. Na de geboorte krijgt het een aparte ruimte, vaak een geisoleerd kamertje waar niks gebeurt, waar het zich verveelt, waar het moet schreeuwen om kontakt te krijgen, en waar het niet leert hoe langzaam het goede tempo van de tijd gaat. En eenmaal opgegroeid moet het Europese kind hier zijn hele leven voor boeten met ongeduldigheid en nerveus gewriemel. Wij blanken hebben dus nooit geleerd wat het juiste tempo van de tijd is. Om even heel irritant kort door de bocht te gaan: Afrikanen zijn niet lui, maar Europeanen zijn verkeerd opgevoed. 

Ik heb de Paaswake in de krottenwijk van Nyalenda mee mogen doen, met de grote schare dansende kinderen, niet zoals een paar jaar geleden toen de dronken catechist de mensen de kerk uit had gejaagd. Wel had de lezer moeite met het verhaal van de Rode Zee: in plaats van de Farao bleef hij maar zeggen de Farizeeer. 

Iedereen in dit land vierde de heilige feestdagen op zijn eigen manier. In de krant pronkte een halve pagina grote advertentie met een kleurenfoto van een vette mals gebraden kip gepavoiseeerd met de uitbundige tekst: TURN YOUR GOOD FRIDAY INTO A GREAT FRIDAY. 

Vorig weekend ben ik op en neer naar Nairobi gereden om een vriend van me, de vorige voorzitter van KUAP, bisschop gemaakt te zien worden. En om mijn twee-maandelijkse bezoek aan de neuroloog af te leggen. Hij lachte toen ik binnenkwam en zei: “Jij wilt maar niet slechter worden”. 

Vrienden, mag ik jullie ook toewensen om niet slechter te worden?

Hans Burgman

Brief 11 – 4 April 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De Goede Week is begonnen. De mensen hier zien uit naar de drie grote dagen: Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Pasen. Voor de mensen hier is religie een spannende zaak, en vast heel goed. Ze zijn niet, zoals jullie en ik, door een fase van ontnuchtering gegaan. Voor ons lagen de godsdienstige ideeen vastgeklonken in zekerheden van beton. Voor de mensen hier is het meer zoiets van: “Nou ja, nou ja, het moet wel leuk en spannend blijven.” Toen de dogmatische stellingen gingen wankelen, hoorde ik Oom Felix een keer mompelen: “Jongs, wat hebt ze oons bedonderd.” De rancune over het gebarsten beton veegde ook het leuke spannende weg. Misschien was het leuke wel de parel. Zo is het hier tenminste. Er waren vroeger bij ons ook veel leuke dingen. 

Ik kan me herinneren dat we als kinderen geloofden dat je bij het bezoeken van een nieuwe kerk drie wensen mocht doen, en die zouden in vervulling gaan. We woonden in de Paul Krugerstraat, ik was een jaar of zes. We kregen loge’s: Oma uit Zwolle en haar ongetrouwde dochter Tante Greeth. We gingen een tochtje maken, en ergens bezochten we een nieuwe kerk. Eenmaal thuis gekomen vroeg men mij wat voor wensen ik gedaan had. We waren in ons gezin met twee kinderen: mijn zus Nannie en ik. Al mijn vriendjes hadden baby-broertjes of zusjes thuis, en dat leek me ontzettend leuk. Ik vertelde dus de drie wensen die ik gedaan had: Ten eerste, dat Moeder een tweeling mocht krijgen. Ten tweede dat Oma Zwolle een babytje mocht krijgen, en ten derde dat Tante Greeth er ook eentje mocht krijgen. 

Ze prezen mij allemaal met strakke gezichten voor mijn gulle wensen, maar waarom nou iedereen vreselijk voor zichzelf moest lachen was me niet helemaal duidelijk.Toendertijd had een zesjarig jongetje nog niet het voorrecht alles te weten over zwangerschap, copulatie. paaldansen, wurgseks en viagra. Niet dat dat zo’n ramp was hoor, want dat haal je dan wat later wel in. Maar het spannende was of mijn gebeden in vervulling zouden gaan. 

Dat gebeurde inderdaad, zij het dan op aangepaste wijze. God had begrip voor de beperkingen van Oma Zwolle en Tante Greeth. Maar ik had om vier babies gevraagd, en vier babies zijn er gekomen. Daarvoor heeft God wel de diensten ingeschakeld van mijn eigen moeder, en ze kwamen met mooie tussenpauzes: nog twee broertjes en twee zusjes, uigesmeerd over een periode van twaalf jaar. Later, veel later heeft mijn moedeer me verteld dat er toch wel een miraculeus kantje aan haar zwangerschap gezeten had. Want mijn eigen geboorte had destijds zoveel schade bij haar aangericht dat de dokter had gezegd dat ze geen kinderen meer zou kunnen krijgen. 

Dat is het soort God dat ik mag: een die uit de gesloten schoot toch nog weer kinderen weet te krijgen wanneer een jongetje er om vraagt, en ja desnoods uit het verzegelde betonnen graf weer herrezen mensen. We zitten om zo’n God verlegen. 

Ik wens jullie een wonderlijk en leuk Paasfeest toe.


Hans Burgman


Brief 10 - Half maart 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Het 25 000-tallige verplegingspersoneel van de openbare ziekenhuizen is weer aan de slag, na een staking van twee weken. Het ging om een loonsverhoging die vorig jaar was beloofd maar niet gegeven. Deze keer hielden ze de poot stijf, sloegen een loonsverhoging van 66% af en lieten een flink aantal mensen doodgaan. De regering ontsloeg ze na een week allemaal; de leiders van de staking noemden dit ongevoelig. Drie dagen later werden de ontslagen weer ingetrokken. Men weet nog niet goed hoe je eigenlijk leuk moet staken. Maar dat kun je de mensen nauwelijks kwalijk nemen als je ziet dat de hoogste regeringslui zich schatten geld toeschuiven. Onze parlementariers, die al een astronomisch hoog loon verdienden, hebben zich vorig jaar een verhoging van 500% gegeven en weigeren om belasting te betalen. Wat kun je dan van de gewone mensen verwachten? 

Gelukkig zijn er nog veel prive klinieken waar mensen terecht kunnen, al moeten ze dan wel meer betalen. En dan zijn daar altijd nog de kruidendokters en de magiers. Die bestrijken meer dan enkel medisch gebied. Dertig jaar geleden hoorde ik van een oude methode om dieven te vangen. Je gaat met de verdachten naar een toverdokter; die laat ze een drank drinken, en de schuldige gaat daarna rondkruipen en gras vreten, Van een van onze grote leiders werd verteld dat hij in zijn jeugd zo was gepakt met het stelen van een koe. Een maand geleden stond er een artikel inde krant, met foto en al, dat ze deze methode ergens warempel nog toepasten. Een week later stond in de krant dat de behandelde verdachten met zware vergiftigingsverschijnelen in het ziekenhuis lagen. 

Maar de toverdokters laten zich zomaar niet uit het veld slaan. Tweehonderd meter van ons huis hier hangt een reklamebord aan een boom, waar ik een foto van heb gemaakt. Bij de behandelbare kwalen staat ook “īmportance in men”; dat is een foutje; het moet zijn: “impotence in men”. En die dame zal het niet voor niets doen. 

toverdokters

Ziek zijn mag dan duur zijn, dood zijn is nog duurder. Je begrafenis is het grootste feest in je leven. Dat familiefeest eist echt veel voorbereiding, alleen al om bet benodigde geld bij elkaar te krijgen. Familieleden en vrienden moeten de kans krijgen om van verre te komen, dus blijft de overledene wekenlang in het mortuarium, Ik heb mij laten vertellen door iemand die het weten kan dat je met een goed mortuarium een heel ziekenhuis kunt onderhouden. Intussen praten de mensen met weemoed over vroeger, toen de dode nog in een rieten mat de volgende dag begraven werd, en de gasten zelf eten meebrachten. Zuchtend doet iedereen met de nieuwe mode mee, bang om uit de toon te vallen.


Heel veel groeten.

Hans Burgman


Brief 9 - Februari 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Ik heb jullie al eens wat verteld over de meedogenloze rivaliteit die hier in het onderwijs hangt. Vorige maand kwamen de resultaten van het afgelopen schooljaar in de krant. Daar vond je uitgespreid over vele bladzijden de scholen van het hele land, naar hun examenresultaten gerangschikt in tabellen, als in een voetbal-competitie. Ook de beste leerlingen werden opgesomd, met foto’s van uitzinnig juichende leerlingen en onderwijzers. Een aantal kinderen heeft uit teleurstelling zelfmoord gepleegd; en een aantal onderwijzers heeft van woedende ouders een pak slaag gehad vanwege de slechte resultaten van de school. Het is een toestand die zorgen baart. 

Ik vraag me af hoeveel mensen in Nederland nog weten dat het onderwijs (en grotendeels ook het ziekenhuiswezen) hier door de missionarissen, van verschillende pluimage, is opgebouwd. Dat werd gedaan als een soort van hulpverlening. Nu de overheid de controle over het onderwijs heeft overgenomen is het idealisme grotendeels verwenen. Veel mensen zien een school nu als een “īncome generating activity” ofwel bron van inkomsten. 

Maar onlangs las ik in de krant dat de overheid grootse plannen heeft om het onderwijs te reorganiseren. Het is veel te academisch geworden; elk jaar krijgen honderdduizende jongelui diploma’s voor een heel klein aantal werkplaatsen. Ze wilen nu terug naar het oude systeem: na de lagere school een veel groter aanbod van opleidingen in ambachtelijke vaardigheden: scholen voor mensen die praktische talenten hebben. En dat zou allemaal gesubsidieerd worden. Dat zou goed nieuws zijn voor onze meisjes-scholen en de kunst-academie, die zelfs apart genoemd wordt. 

Tegenwoordig hoor ik hier ’s avonds de leeuwen brullen. Het vroegere Impala-park aan het Victoriameer is omgetoverd in een kleine dierentuin. Daar gebeurt van alles. Een geirriteerde buffel heeft er onlangs een brutale struisvogel vermoord. Er zitten binnen een omheining drie leeuwinnen en in een apart hok er naast twee mannetjes-leeuwen die nog gerehabiliteerd moeten worden, omdat ze niet meer te houden waren in prive-parkje. Ik was er onlangs met een bewaker. Daar liep een luipaard in zijn afgerasterde gebied. Maar op bepaalde plaatsen konden kinderen bij het gaas komen en hun vingertjes er door steken. Ik wees de bewaker er op hoe gevaarlijk dat was. “Tja”,zei hij, “dat is de taak van de ouders: om er voor te zorgen dat de kinderen geen onveilige dingen doen; Het staat trouwens uitdrukkelijk op het toegangsbewijs vermeld“. Hij zag het probleem niet. Wel wilde hij mij graag een leeuw laten adopteren, want die vraten elke dag 18 kilo vlees. Dan zou mijn naam op een plankje worden gezet. Ik stelde hem een ander plan voor. Ik was bereid om na mijn dood mijn lichaam te doneren als voer voor de leeuwen. Hij kon zich daar niets bij voorstellen, dus het zal er wel niet van komen.


Heel veel groeten.

Hans Burgman


Brief 8 – 31 Januari 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

In december ben ik jarig geweest. Eigenlijk is ouder worden iets heel leuks: je kijkt mee over de rand van de tijd. Wat dat wil zeggen besef ik pas goed wanneer ik me realizeer dat ik in 1957 voor het eerst in Oost Afrika ben komen wonen. Dat was nog in de koloniale tijd. Ik kan het venster van de memorie openenen kijk er naar: naar de treinen die toen liepen, de boten die over het meer voeren, de wegen die onderhouden werden , de burgerlijke administratie die met een minimum aan kosten goed liep. Corruptie zag men zelden. Van tijd tot tijd maken opinieleiders zich er kwaaad over dat de mensen zich de koloniale tijd niet onplezierig genoeg voorstellen; en dan worden er plannen gemaakt om het veel erger te maken.

In Europa wordt de oude tijd bewaard in archieven; hier zijn er mensen die er nog van af weten. In Europa zijn oude mensen anecdotenvertellers, hier zijn ze beheerders van ervaringen, opgespaarde levenswijsheid. In die zin stel je hier als oud mens meer voor dan in Europa, hoe goed er daar ook voor je gezorgd wordt.. 

Verjaardagen worden in Kenia niet gevierd. Mensen kennen hun geboortedatum niet. Als je oude mensen vraagt naar hun leeftijd beginnen ze hard te lachen. Dit levert bij een volkstelling moeilijkheden op. Afgezien van het feit dat je hier eigenlijk geen mensen mag tellen: tellen doe je geiten en koeien. Om de mensen te helpen zoeken naar hun geboortejaar maakt mendaan lijsten van gebeurtenissen: eerste grote oorlog, tweede grote oorlog, de grote hongersnood, de grote slaapziekte, nieuwe munten, nieuwe maten. 

Ik heb mijn verjaardag wel gevierd, aan het meer, met vrienden en sterke verhalen. Jan Laarakker vertelde van dingen die hij zonet in de Soedan had meegemaakt. Daar kende hij een school die de plaatselijke bisschop draaiende probeert te houden, eigenlijk met tegenwerking van de ouders; dan kwam er weer een vader om zijn zoontje van de school te halen omdat hij op het veld vogeltjes moet wegjagen; dan kwam hij een dochtertje halen omdat hij ze wil laten trouwen. Ook het geld is een groot probleem. Soms dienen geweeerkogels als wisselgeld zoals ooit in Italie snoepjes; dan komt moeder schoolgeld betalen in de vorm van geweerkogels; soms krijgt de pastoor met de zondagscollecte een stel geweerkogels. 

Jacinta had ook veel te vertellen. Zij gaat vlak bij Mount Elgon rond met een toneelgroepje om bij de mensen bewustzijn aan te wakkeren over AIDS maar ook over verzoening over de onbeschrijfelijke gruwelijkheden die door verschillende stammen na de laatste verkiezingen gepleegd zijn. Ze vertelde over een populaire manier van publiek trekken. De toneelgroep zet onder een boom een zelfmoord in scene. De zelfmoordenaar loopt wanhopig met een touw heen en weer, klimt al half in de boom, de anderen schreeuwen van “niet doen!!” en trekken hem weer naar beneden. In een mum van tijd is er een geweldige oploop; en dan kan de eigenlijke voorstelling beginnen. De oude missionarisverhalen gaan door, omdat het oude missionariswerk nog steeds doorgaat: onderwijs en gezondheidszorg. We moeten trots zijn op mensen zoals Jan en Jacinta. 

Gezondheidszorg: neem een slangebeet. Deze week vertelde mij een Luo man: als bij de Luos iemand door een slang gebeten wordt is de grootste vraag die bij het slachtoffer opkomt: “Wie heeft die slang op mij af gestuurd?” Daar is dus onderwijs nodig. 

Hopelijk zijn jullie het nieuwe jaar allemaaal zonder giftige beten begonnen.


Hans Burgman

Brief 7 - 21 Januari 2012

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden.

Ik ben een paar weken uit de roelatie geweest. Laat ik de draad bij Kerstmis oppakken. De festiviteiten voor de families vonden hier vooral in de kerken plaats.Om acht uur ’s avonds begon het in onze Milimani-parochie, met een kerstspel waar de jongelui wekenlang op geoefend hadden. 

Het was een echt middeleeuws gedoe, waarbij alle kerk-ruimte gebruikt wordt zodat het publiek als het ware midden op het toneel zit. Toen ik binnenkwam liet Maria net de Engel Gabriel uit over het middenpad waarbij ze luidkeels overwoog dat God de machtigen van hun troon zou stoten. Anders dan bij de Evangelist Lukas kwam Maria van de voordeur terug met de handen in het haar: hoe moest ze die zwangerschap in ‘shemelsnaam uitleggen aan haar man Jozef. In de volgende scene liep Jozef met de handen in het haar: Maria was zwanger, en hoe kon dat nou. Een droom vol engelen bracht op overtuigende wijze opluchting. 

Tarataraboemboem!! Met donderend lawaai komt keizer Augustus in vol ornaat de kerkdeur binnen om in Bethlehem een volkstellingte houden. De soldaten zijn schoftig, de Bethlehemmers zitten vol onnozele halzen, golven van gelach gaan door de kerk, en kijk, daar heb je Jozef en Maria ook. Even later vullen de wanhopige kreten van Maria de gewelven terwijl ze vallend door het middenpad strompelt. “Jozef, Jozef, help me!! Ik houd het niet langer uit!! Jozef!!!”Jozef rent van deur naar deur waar zijn geklop door een grote trom wordt overgenomen. De kinderen staan op de banken; eindelijk een vrouw die Maria naar een schuurtje brengt. Alles komt goed nu. Zwermen kind-schapen reppen zich mekkerend naar voren, eskadrons engelen wapperen door de beuken, en als teken dat Jezus veilig geboren is brengt de geluidsinstallatie een donderend-luide versie van “I Wish You A Merry Christmas”, eindeloos vaak herhaald. Hiep hiep hoera! Dan mag Koning Herodes nog even beestachtig tekeer gaan met de Drie Koningen zolang als hij door het nieuwe babytje nog niet van zijn troon is gegooid. 

Tijd nu om aan echte liturgie te gaan doen, en serieus, want Zijne Genade is gearriveerd. De voorzitter van de parochie-raad deelt ons mede dat Zijn Genade de Aartsbisschop de Mis doet, en hij heet Zijne Genade van harte welkom. Al heeft de Mis zijn vastgestelde verloop, in Kisumu weet je nooit wat je te wachten staat. Deze keer is het een bar-dronken kerel die naar voren komt. Hij probeert met zijn achterwerk mensen verder de bank in te drukken; maar men zet zich schrap. Dan gaat hij helemaal vooraan op de rug op de grond liggen, met de benen in de lucht. Een dame en een heer van de parochie-raad werken hem naar buiten. Zijne Genade preekt zijn kerstboodschap: Wat Jezus het liefste heeft is dat we hem aanbidden: we zien het Maria doen, we zien het de herders doen, dus dat is het. Het zal hemzelf ook wel het heerlijkste lijken dat er is. Ik heb Helida, onze zieke gezondheidswerkster, meegenomen naar deze kerstviering, en breng haar na afloop terug naar haar huisje diep in de slums van Pandipieri. Bij het begin van Pandipieri passeren we het Anglikaanse kerkje: een zee van licht binnen en een deinende menigte. “Die gaan door tot middernacht”, zegt Helida. Naast haar huis hebben de Baptisten een kerk; daar is het een complete disco, met mensen die naar het kerststalletje hossen. “Die beginnen pas goed om middernacht”, licht Helida toe.

Sindsdien heb ik vijf dagen in het ziekenhuis gelegen met hoge koorts. Inmiddels ben ik hersteld van de keelontstekng; nu moet ik alleen nog herstellen van de geneesmiddelen.


Het ga jullie goed.

Hans


Brief 6 - 20 december 2011

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Voor veel Nederlandse tijdgenoten is het Kerstverhaal in de la komen te liggen bij Roodkapje en Klein Duimpje. Misschien vragen jullie je af hoe ik, braaf jongetje van 83 jaar, het Kerstverhaal bekijk, na een leven van veel gestudeer, gereis, geluister en nadenkerij. 

De fout die mijn opvoeders lang geleden maakten was dat ze me lieten geloven dat de evangelieverhalen actuele verslagen waren van gebeurtenissen. Maar zo is het niet gegaan. De eerste leerlingen van Jezus herinnerden zich de wonderlijke gebeurtenissen die ze met hem hadden meegemaakt. Die herinneringen vertelden ze door aan jongere generaties, vaak met nuances die de ideeen van Jezus duidelijker deden uitkomen. Kenia heeft mij geleerd dat feiten pas voor gebeurtenissen doorgaan wanneer ze verhalen geworden zijn. Na 50, 60, 70 jaar zijn een paar schrijvers al die familieverhalen gaan opschrijven. Onder familieverhalen zitten toepasselijke gebeurtenissen verborgen. Ik denk dat ik er wel een paar kan ontwaren. 

Voor vriend en vijand was Jezus een man uit Nazareth, zoon van Jozef de klussenman. Nazareth was een dorpje in een achterhoek van Galilea. Mensen uit het meer verstedelijkte Judea emigreerden naar Galilea en maakten dat gebied “joodser”. Jozef was geen boer, en volgens familietraditie kwamen hij zowel als Maria eigenlijk uit Judea. Dat ze dus heen en weer gereisd zouden hebben komt mij best aannemelijk voor. Volgens het Kerstverhaal was er in Bethlehem “geen plaats voor hen in de herberg”. Ik heb gelezen dat het woord voor “herberg” beter vertaald kan worden met “gastenverblijf”. Ik zie Jozef bij het oude familiehuis arriveren, waar hij te horen krijgt dat alle logeerruimte tjokvol is. Uiteindelijk komen ze terecht in het ezelshok, bij ons het fietsenschuurtje. Daar baarde Maria Jezus, geholpen door een paar opgewonden dienstmeisjes. De baby legden ze zolang in een kruiwagen met voer. De meisjes wilden benodigde spulletjes halen, midden in de nacht, met lampen; en omdat in Bethlehem alles in diepe rust was gingen ze naar die griezelige herders buitenaf. Daar deden ze opgewonden hun verhaal en vroegen om melk, wol en eten. De herders, verbaasd dat ze serieus genomen werden en nieuwsgierig door het vreemde verhaal, gingen achter hen aan, en vonden dat alles inderdaad zo was als de luidruchtige meisjes gezegd hadden. 

In dit verhaal zitten een paar pikante details over Jezus. Om te beginnen zou hij geboren zijn uit een gastarbeiders-familie. Maar er is meer. 

De leerlingen van Jezus liepen hun leven lang rond met het trauma van Golgotha. Aan het kruis was Jezus als een misdadiger de wereld uitgejaagd door de religieuze leiders; hij hing daar tussen misdadigers, bewaakt door heidense soldaten die doorhadden dat hij toch wel een goeie kerel was.; en op een afstandje stond een groep ontroostbare vrouwen. Volgens de oude familieverhalen speelde een soortgelijk tafereel zich ook al af bij zijn geboorte. De kerkelijke autoriteiten schitterden in Bethlehem door afwezigheid. En de eersten die op kraambezoek kwamen waren herders. Hier moet ik even iets vermelden dat ik gevonden heb bij de joodse bijbelvorser Joachim Jeremias (“Jerusalem in the Time of Jesus”). Herders waren voor de joden in die tijd schorem, lui die geen fluit om de wetten gaven, die godweetwat deden met hun schapen, die andermans land ruineerden en zo onbetrouwbaar waren dat de joden geen melk, vlees of wol van hen mochten kopen (blz. 305), en dat ze van alle burgelijke rechten waren buitengesloten (blz. 311). Dat was dus het welkomstcomite dat Jezus werd toebedacht: een gemoedelijk zootje schorem en een stel kordate grietjes. Dat past helemaal bij mijn beeld van Jezus. En van God. Ik laat me dat poetische en daarom meer dan ware verhaal nooit ofte nimmer afnemen. 

Ik hoop dat mijn vrienden later over mij ook nog eens wat mooie verhalen vertellen, verhalen die meer dan schrale feiten aanduiden wie ik was en waar ik voor stond. En mijn wens voor vandaag is dat jullie weer eens geraakt mogen worden door het Kerstverhaal, en dat jullie er een des te mooier 2012 door gaan beleven.


Hans Burgman

Brief 5 - 7 december 2011

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

De maand december is net begonnen; hier is die Sinterklaasloos. Wel is het de tijd van de Grote Vacantie. Eind november zijn de scholen gesloten, begin januari gaan ze weer open. Naar school gaan is hier een groot voorrecht, en het is belangrijk. Want zonder schooldiploma kom je niet aan het werk. (Met een schooldiploma trouwens ook niet of nauwelijks.) De ouders moeten geweldige offers brengen om het schoolgeld bij elkaar te krijgen. Vaak is het allemaal voor niks. Als investering is scholing dus riskant. Dit leidt tot wantoestanden. 

Vanuit mijn veranda kijk ik op de weg, en daar zie ik elke avond om zes uur groepen schoolkinderen lopen, op weg naar huis. Jaja, ‘szaterdags en ‘szondags ook natuurlijk. Hoe laat zijn die naar school gegaan? Om zes uur ‘smorgens. De school mag om vier uur sluiten, maar dan beginnen de bijlessen, “tuition” ofwel tjoesjen zoals dat hier heet. Dat is niet e nkel maar een mooie bijverdienste voor de onderwijzers; maar men gaat er van uit dat de kinderen daardoor een grotere kans hebben om te slagen. De ouders willen het risico niet lopen dat hun kinderen zakken door gebrek aan tjoesjen, dus betalen ze maar, hoewel het officieel verboden is. Ik heb me laten vertellen dat er scholen zijn waar kinderen ‘szondags verlof moeten vragen aan de onderwijzers om naar de kerk te mogen gaan. Wantoestanden, en slecht voor de kinderen. 

Vorige maand zat ik aan het meer naar de zonsondergang te kijken, toen een groepje toeristen kwam. Nederlanders, zo te zien en te horen. Ik vroeg ze waar ze vandaan kwamen. Van een college op de Kaai in Roosendaal. Van dat college zijn er al een paar keer studenten naar Kisumu gekomen om hier stage te lopen. Die maakten hier bijzondere dingen mee, maar ze konden er niet met hun leraren over praten, want die wisten niet hoe het hier was. Dus waren die leraren er in de herfstvakantie op uitgetrokken om Kisumu en omgeving te verkennen terwille van het gesprek met hn leerlingen.. Ik vond dat een prima initiatief. 

Het laatste nieuws is dat de doktoren van de overheidsziekenhuizen in staking zijn gegaan. Ze eisen 300% procent loonsverhoging. Op straat demonstreren ze met plakkaten als: “WIJ STAKEN VOOR EEN GEZONDERE NATIE” en “ONS BEROEP IS OM TE DIENEN, NIET OM TE LIJDEN”. Zij horen tot de best-betaalde bevolkingsgroepen. Dat zie je hier vaak, dat de allerhoogst betaalden actie voeren voor enorme loonsverhogingen: allereerst de ministers en parlementariers, verder (hoog)leraren, rechters, piloten, doktoren en topambtenaren; en die krijgen hun loonsverhooging er door vanwege hun machtige posities. En de kleine mensen slikken het allemaal. Wat kun je er aan doen? Ik geef groepjes kleine mensen kursussen in sociale gerechtigheid, en leg zo hier en daar wat tijdbommetjes. 

Maar er is ook altijd wat te lachen. Op de kleuterschool van Millymolly werd het einde van het schooljaar gevierd met een diploma-uitreiking aan de kinderen die nu naar de Lagere School overgingen. Voor die gelegenheid droegen ze allemaal van die lange academische mantels en platte doctorandus-petjes. Het kostte wel honderd shilling om te huren ( 1 Euro), maar het was dan ook de grootste dag van hun leven. Tot nu toe. En dan kijken de ouders niet op een centje. 

Veel plezier bij de voorbereidingen voor de feestdagen, en tot een volgende keer.


Hans


Brief 4 – 24 november 2011

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Ik woon hier in Kisumu nu in een mooi huis, maar het “wild-life” gaat toch niet helemaal aan mij voorbij. Achter mijn huis staat bij de deur een houten tafel die langzaam door de termieten wordt opgevreten. Dat is een ingewikkeld gebeuren. Het hoofdkwartier van de termieten, soms wel bijna een kubieke meter groot, met de betonnen koninklijke kamers, zit ergens een meter diep onder de grond. Het oogsten van zo’n tafel moet door de termieten goed georganiseerd worden. Ze kunnen niet tegen licht, dus moeten al hun wegen buiten het nest tunneltjes van klei worden en al hun werkplekken overdekte hallen. Er moeten dus tunnelbouwers zijn, en houtschrapers; en soldaten met gepantserde koppen en kaakhaken die dicht klemmen en niet meer open kunnen. Dag en nacht zijn die kleine schrapertjes aan het werk. Als ik er langs loop maken ze alarm: ze gaan met z’n allen ritmisch ritselen. Krabbel je een stukje tunnel weg, dan zie je de halve centimeter grote grauwe figuurtjes heenvluchten terwijl de centimetergrote soldaten zich in de bres werpen. In Oeganda heb ik termieten gezien, die, als je ze verstoorde, niet alleen gingen ritselen, maar ook een wit plekje op de kop kregen. Als het bij mijn huis eens een hele nacht hard regent en de tafel goed nat wordt, worden veel van de modderen tunneltjes en werkplaatsen van mijn tafel weggespoeld, een soort tsunami. Dan regelen de beestjes de reparaties helemaal zelf: schade opnemen en bouwers naar bepaalde plekken sturen zodat het werk na een dag weer verder kan. Ik heb mij laten vertellen dat dit hele industriele fenomeen van de termieten vrouwelijk is: het enigste waarbij een mannetje zich nuttig kan maken is het bevruchten van de koningin. Dat is het dan. 

Maar toch, nu en dan komt de dag der mannetjes. Op een bepaald tijdstip worden alle eitjes voor de helft mannetjes en voor de helft vrouwtjes. Tegen het vallen van de avond komen ze als een wolk uit het nest gehelicopterd. Men zegt dat ze in de lucht paren, maar daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken. Wel lopen ze bij hun terugkeer op aarde overal met z’n tweetjes rond: een vrouwtje en een mannetje. Ze zoeken een beschut plekje. De meeste bruidsparen worden echter opgegeten, want alles wat leeft, mensen incluis, vindt hen onweerstaanbaar lekker. Dat zijn ze ook, dat weet ik uit ervaring. De paartjes die de dans ontspringen bouwen een nieuw nestje, de koningin legt wezenloos veel eitjes, allemaal bevrucht door het koninkje. En in de loop der jaren groeit daar dan een heel nieuw complex. Hun taak is om houtrommel op te ruimen. 

De man die hier in de tuin werkt ergerde zich aan mijn termieten, en heeft de hele tafel netjes schoon gemaakt en met insecticide behandeld. De tafel is zwaar beschadigd, en de beestjes zijn weg. Althans, dat denken wij. Maar diep onder de grond zitten de dames te beraadslagen waar ze nu veilig aan het werk kunnen. De een heeft ergens een smakelijke deurpost ontdekt, de ander een lekker raamkozijn. Het liefste hebben ze iets waar verf op zit: dan kunnen ze daaronder alles weghalen terwijl er van buitenaf niets te zien is. Ik weet niet of de toestand nu beter is: vroeger wist ik tenminste wat ze kapot maakten. 

Verder maak ik het goed. Gistermorgen heb ik met mijn prikkertje mijn glucose weer eens gemeten: 6.3. Dus dat is prima. Hopelijk maken jullie het ook allemaal prima. 

Tot een volgende keer.


Hans

Brief 3 - 14 november 2011

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Als je uit Nederland terugkomt merk je aan verschillende details dat je in Kenia bent. Deuren staan hier veel meer open bijvoorbeeld. Bij de gewone mensen betekent een open deur dat de eigenaar thuis is. Gordijnen zijn tamelijk wezensvreemd. De eenvoudige huisjes hebben luiken. Wanneer mensen met moderne grote huizen gordijnen ophangen gebruiken ze geen roeden, maar hoogstens een stuk touw tussen twee spijkers; meestal hangt het gordijn er dan als een flard aan. In Nederland hebben we een duidelijke gordijnen-cultuur: vitrage die driekwart open is en daarnaast overgordijnen die je dicht kunt doen.In Engeland is dat al anders: daar laten ze de virage meestal dicht. Wanneer hier een overgordijn zomaar wat hangt ergert niemand zich er aan. 

Ik heb nijn autootje ook weer op gang gebracht, een Toyota Vitz van 1000 cc. Ik vind het een prima wagentje, maar hier worden mannen er niet graag in gezien: niet macho genoeg.. Men zegt dat dit een auto is die rijke kerels aan hun vriendinnen geven. Het verkeer is wennen. Niet omdat het links is, maar omdat de rijstijl ongebruikelijk is. Men stopt midden op de straat in druk verkeer, men haalt links en rechts in, men blokkeert zijwegen, en daarbij staan er bijne gaan tekens op de weg: geen lijnen of pijlen of borden. In de stad is het bar druk: naast vrachtwagens en personenautos wemelt het van kleine busjes en van motor-riksjas (“tuktuks”) en taxi-motoren (“pikipikis”) en taxi-fietsen (“bodabodas”). De rijders moeten wel van zeer hoge kwaliteit zijn om die riskante kapriolen te kunnen maken; misschien zijn de slechten er wel uit-verongelukt. Heel vaak zitten drie mensen op een motor. Maar het meest frappante vind ik hoe ze met de duisternis omgaan. Autos rijden zo lang mogelijk zonder lichten aan. Als je een beetje op tijd je lichten aan doet begint iedereen te knipperen. En de meeste fietsers hebben helemaal geen licht aan, noch voor noch achter. Op de drukke onverlichte hoofdwegen rijdt zelfs hier en daar een zuto zonder licht, en duwen mannen onverlichte hoog opgeladen handkarren voort. Klaarblijkelijk hebben de fietsers ogen als katten: ze rijden in vliegende vaart met een passagier achterop. Men is er zich hier duidelijk niet van bewust hoe gevaarlijk dat allemaal is. Ik heb al eens voorgesteld dat elke chauffeur gratis tien fietsers zou mogen aanrijden om iedereen bewust te maken van hoe gevaarlijk het is op straat ’s avonds. 

In Nairobi zijn ze begonnen met verkeerslichten. Om de mensen te helpen werden er agenten bij gezet. Maar die regelden al gauw het verkeer op eigen houtje zonder acht teslaan op de lichten. Nu slaan de meeste chauffeurs ook geen acht meer op de lichten. Daar moet je dan bij bedenken dat het in Nairobi bijna de hele dag vol zit met files. In Kisumu zijn we nog niet zo ver, maar het begint wel steeds erger te worden. 

Mensen in Nederland keken op als ik zei dat ik het autorijden in Nederland heerlijk rustig vond. Maar daar gebeuren ook wel rare dingen, hoor ik. Vorige week vertelde een bezoeker uit Europa ons dat een bejaard echtpaar zich daar met hun auto door het verkeer spoedde. Ze kwamen bij een rood stoplicht, maar de oude baas reed rustig door. Gelukkig kwam er geen verkeer van opzij. Even later was er weer een stoplicht; weer reed hij door, en toen nog een derde keer. Toen zei zijn vrouw; ‘He, weet je wel dat je aldoor door rood heen rijdt?” “O,” zei de man, “īk dacht dat jij aan het rijden was.” 

Verder is het hier nu echt novemberweer: elke dag mooi zonnig en vaak tegen de avond een buitje, net zoals jullie het in Nederland graag zouden willen hebben. Maar pas op, Kerstmis hangt al in de lucht. Bij de supermarkten zitten de grote lichtkransen al op hun plaats, en binnenkort zien we weer levensgrote dikke mechanischc kerstmannen bij de deuren heen en weer zwaaien terwijl uit hun blikken monden liederen schallen over arresleden in de sneeuw.

Ik wens jullie plezierige Sinterklaasdagen toe.


Hans Burgman


Brief 2 - 6 november 2011

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Ik ben weer teruggekeerd na een verlofperiode van drie maand in Nederland. Dat verlof is een jaarlijks gebeuren. Op die manier probeer ik contact te houden met vrienden, medewerkers en begunstigers. Bovendien doe ik de ronde langs doktoren. Ik mag dan wel fit, kerngezond en 83 jaar zijn, maar zoals te begrijpen moet ik een beetje zicht houden op mijn twee kunstheupen, lichte huidkanker, lichte staar in de ogen, lichte diabetes en lichte parkinsonitis.

Bij mijn terugkeer is het zaak om weer op de hoogte te raken van de lokale gebeurtenissen. Dat doe ik via de twee nationale kwaliteitskranten, The Standard en The Nation. In tegenstelling tot een paar kleine dagbladen zijn dit goede kranten, serieus en professioneel: het nieuws wordt niet op een schreeuwerige manier gebracht. Ook staan deze twee kranten boordevol met slaapverwekkende overheidspublicaties; tegen het einde vind je vier of vijf bladzijden met overlijdensadvertenties, peperduur en verlucht met kleurenfoto’s en opschriften zoals “Celebration of a Life well Lived” of “Promotion to Glory” of minstens “Gone too Soon”. Er zijn ook veel bijdragen van lezers. Ik heb het vermoeden dat op veel werkadressen de dagtaak begint met het uitgebreid lezen van de krant. Je zou denken dat de gewaagde Keniaanse inval in Somalie momenteel veel nieuws oplevert. Maar dat is niet zo; er schijnt weinig schot in de opmars te zitten. Het lijkt er op dat de overheid de mensen nu meer in oorlogsstemming wil brengen. Eergisteren bezocht ik zieken in het grote provinciale hospitaal, en bij de ingang zowel als bij de zalen zaten veiligheidsagenten die alles moesten controleren, niet alleen mijn auto maar ook mijn heilige mandje met H.Hosties, wijwater, H.Olie, boeken, noem maar op. Dat heb ik nog nooit meegemaakt. Dus, het is nu oorlog. 

Mijn bezoeken aan de specialisten in Nederland was weldadidg, ook vanwege de tijdschriften in hun wachtkamers. Bij de huidarts leerde ik uit een artikel dat het waarschijnlijk niet erg goed is om je huid vaak met zeep te wassen, behalve je handen. Meer nog: deodorant verpest de persoonlijke geur die ieder mens boeiend maakt; het is zelfs waarschijnlijk dat door minder deodorant het aantal echtscheidingen terug zou lopen.

In een Nederlandse krant las ik ook dat het gezonder is om spuug en snot door te slikken, want dat zit vol met heilzame stoffen. Jullie zien, ik heb mijn tijd in Nederland niet verknoeid. Als het over sterke verhalen gaat, dit vond ik onlangs in The Nation. Een man in Nairobi zei tegen zijn vrouw dat hij een weekje naar West-Kenia moest om voor zijn koeien te zorgen. Maar zijn eigenlijke plan was om een weekje met zijn vriendin in Nairobi in een hotelletje te logeren. Zijn vrouw vond dit een mooie kans om met haar vriend dan ook maar een weekje in een hotel in Nairobi te logeren. Het toeval wilde dat ze allebei het zelfde hotel boekten. ´s Avonds belde de man zijn vrouw om haar te zeggen dat hij goed in West Kenia was aangekomen. Toen hoorde hij in de kamer naast de zijne de mobiele telefoon van zijn vrouw overgaan. 

Het is hier echt novemberweer, lekker warm met tegen de avond een flinke bui. Hopelijk genieten jullie ook van het weer en zijn jullie ook allemaal gezond.


Hans Burgman

Brief 1- 20 October 2011

Terug naar de index

Terug

Verander de grootte van de tekst door op onderstaande knoppen te drukken

Groter Kleiner

Beste Vrienden,

Op zondag 16 0ctober ben ik van Brussel teruggevlogen naar Kenia. Zo’n reis is een deel van een uit- en inburgeringscursus. In het vliegtuig lees ik een Belgische krant: Het Nieuwsblad. Het is gevuld met met westerse problemen; Afrika is nog ver te zoeken. Maar toch. Op bladzijde 5 gaat het over een nijpend Belgisch probleem: “Het onderwijs zit met de handen in het haar. De openstaande rekeningen van ouders die niet kunnen of willen betalen stapelen zich op.” Daar weten wij in Kenia alles van; dat is een wederkerend drama bij het begin van elk schooljaar, van elk trimester zelfs. Wat doe je dan? “Sommige directies”, zo gaat de krant verder, “nemen wel erg drastische maatregelen: ze schakelen een incassobureau in.” Als de ouders echt niet kunnen betalen, kunnen ze een beroep doen op een speciaal fonds van hun stad. Nou, dat is mild vergeleken met onze scholen in Kenia. Bij ons worden de kinderen gewoon naar huis gestuurd, en worden ze alleen maar weer toegelaten met geld in de hand. Ik vermoed dat hier een bron van corruptie ligt: iedere ouder zal corrupte dingen doen om zijn bedreigde kind te helpen. Niet soms? 

Wanneer ik ’s avonds in Nairobi land brengt een taxi mij naar mijn logeeradres. Taxichauffeurs zijn hier vaak gemoedelijk en geven je het laatste nieuws. De laatste paar jaar had ik een vaste taximan, Onesimus genaamd, die ik maar hoefde te bellen; we waren al bijna vrienden; zo gauw gaat dat in Kenia. Het valt mij op hoe slecht de dubbelbaansweg naar de stad verlicht en gemarkeerd is, hoeveel obstakels er zijn, hoeveel auto’s slecht of geen licht hebben; en hoe bekwaam mijn chauffeur de weg vindt. Ik vraag hem of hij Onesimus kent. Ja, die kent hij wel; maar die is vanavond vroeg naar huis gegaan. 

Mijn gastheer heeft de laatste nieuwtjes, en geeft me de zondagskrant mee om verder op te hoogte te raken. “Onesimus zal je deze keer wel niet gebracht hebben,”zegt hij. Die is namelijk drie weken geleden vermoord door autorovers. Arme vent, hij was net een week er voor vader geworden. In de Sunday Nation krijg ik alles te lezen over de inval van het Keniaanse leger in buurland Somalie. De Somalische bandieten hebben ons getergd. De laatste paar weken zijn ze honderden kilometers ons land binnengedrongen om blanke bezoekers te ontvoeren, om van de zeeroverij nog maar te zwijgen. Daar komt nog bij dat ze hele stukken van Nairobi schijnen over te nemen, en die gebruiken als recruteringsgebieden voor Al Qaida-milities. Het oprukken van onze tanks stelt velen tevreden. 

De volgende morgen loop ik naar het nabijgelegen winkelcentrum ´Adams Arcade´. Het valt mij op dat ik langs de weg veel mannen zie die uitgebreid in het gras liggen te slapen. Ik haal wat beltegoed dat een behulpzame juffrouw mijn mobieltje binnentikt. Ik loop langs een banketwinkel; in de grauwe etalage staan twee pronkstukjes van taarten, eentje in de vorm van een handtas en een ander in de vorm van een auto. Wat je al niet met taarten kunt doen. 

Dat doet me denken aan een verhaal dat ik in Het Nieuwsblad las. Bij banketbakker Jacques Vogelaers deed een tweetal rovers een inval. Ze dwongen hem onder bedreiging van een pistool geld te gaan halen uit zijn bureau. Het groepje passeerde daarbij een wagentje met vijftien taarten. In een vlaag van inspiratie smeet Jacques de taarten naar de rovers, die verrast op de vlucht sloegen. Het duo kon ontkomen en wordt opgespoord. 

De oorlog tussen goed en kwaad heeft vele vormen. Woensdag vlieg ik door naar Kisumu om daar mijn eigen campagne voort te zetten. Daarover meer in mijn volgende brief.


Hans